Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ4359

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-10-2006
Datum publicatie
13-12-2006
Zaaknummer
5337/06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Bij het uitblijven van betaling en de onmogelijkheid van verhaal heeft de aan het CJIB verbonden officier van justitie d.d. 15 juni 2006 een vordering 'verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c Sv aan de advocaat-generaal bij dit hof gezonden. De advocaat-generaal heeft deze vordering aan het hof doorgeleid. In raadkamer is gebleken dat de veroordeelde tot op heden niet aan het arrest d.d. 23 december 2005, waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, heeft voldaan. Voorts is verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op het vermogen van de veroordeelde niet mogelijk gebleken. Tevens heeft de veroordeelde niet aannemelijk gemaakt dat hij thans buiten staat is om aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Het hof acht op grond van het bovenstaande termen aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang toe te wijzen en wel conform de vordering van de advocaat-generaal. Een gijzeling voor de duur van 105 dagen zal naar het oordeel van het hof voor de veroordeelde een voldoende prikkel zijn voor het alsnog nakomen van de betalingsverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

rolnummer 22-002678-05 PO

AVNR 5337/06

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

raadkamer

BESCHIKKING

op de vordering van de landelijk executieofficier van justitie ex artikel 577c lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) betreffende de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Procesgang

Aan de veroordeelde is bij inmiddels onherroepelijk geworden arrest van dit hof van 23 december 2005 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot het betalen aan de Staat van een bedrag van EUR 13.000,00. Blijkens een aan het hof gerichte brief van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) d.d. 23 oktober 2006 heeft de veroordeelde 10 juli 2006 telefonisch contact opgenomen met het CJIB om de mogelijkheden van een betalingsregeling te onderzoeken. Het CJIB heeft toen medegedeeld dat dat geen optie was, maar dat de veroordeelde - aangezien hij naar eigen zeggen een woning op naam heeft - een hogere hypotheek zou kunnen nemen. De veroordeelde heeft niet binnen de door hem toegezegde termijn van 1 week teruggebeld, maar heeft uiteindelijk wel weer contact opgenomen met het CJIB met de mededeling dat een hypotheekverhoging niet mogelijk was. De veroordeelde stelde voor eenmaal een aanbetaling van EUR 3.000,00 te doen en de rest van het bedrag in 6 maandelijkse termijnen te betalen. De veroordeelde zou dit voorstel schriftelijk aan het CJIB bevestigen, hetgeen niet gebeurd is. De veroordeelde noch zijn raadsman heeft gereageerd op een voicemail-bericht van het CJIB.

De veroordeelde heeft nog geen betaling gedaan. Beslag en verhaal op het vermogen van de veroordeelde is niet mogelijk gebleken. Zijn woon- of verblijfplaats is onbekend: de veroordeelde is uitgeschreven naar 'land onbekend'.

Bij het uitblijven van betaling en de onmogelijkheid van verhaal heeft de aan het CJIB verbonden officier van justitie d.d. 15 juni 2006 een vordering 'verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c Sv aan de advocaat-generaal bij dit hof gezonden. De advocaat-generaal heeft deze vordering aan het hof doorgeleid.

De vordering ex artikel 577c Sv is door het hof behandeld op 25 oktober 2006 in het openbaar in raadkamer. De veroordeelde - hoewel behoorlijk opgeroepen - noch een raadsman is ter zitting verschenen.

Beoordeling van de vordering ex artikel 577c Sv.

Indien de veroordeelde niet aan het vonnis of arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel voldoet en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op diens vermogen niet mogelijk is gebleken, kan de rechter op vordering van het openbaar ministerie verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang van ten hoogste drie jaar verlenen.

De advocaat-generaal heeft in raadkamer tenuitvoerlegging van 105 dagen lijfsdwang gevorderd.

In raadkamer is gebleken dat de veroordeelde tot op heden niet aan het arrest d.d. 23 december 2005, waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, heeft voldaan. Voorts is verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op het vermogen van de veroordeelde niet mogelijk gebleken. Tevens heeft de veroordeelde niet aannemelijk gemaakt dat hij thans buiten staat is om aan zijn betalingsverplichting te voldoen.

Het hof acht op grond van het bovenstaande termen aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang toe te wijzen en wel conform de vordering van de advocaat-generaal. Een gijzeling voor de duur van 105 dagen zal naar het oordeel van het hof voor de veroordeelde een voldoende prikkel zijn voor het alsnog nakomen van de betalingsverplichting.

Beslissing:

Het hof:

Wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang toe en stelt de duur van de lijfsdwang vast op 105 dagen.

Deze beschikking is gegeven door

mr. C.G.M. van Rijnberk, raadsheer tevens voorzitter,

mr. S.C.H. Koning, vice-president,

mr. S.K. Welbedacht, raadsheer,

in bijzijn van de griffier mr. E.J.M. van der Laan,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 oktober 2006.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.