Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ3431

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-11-2006
Datum publicatie
30-11-2006
Zaaknummer
R06/338
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Deelneming voor meer dan 50% in het geplaatste kapitaal van een vennootschap (in casu joint venture). Behoort een dergelijk onderneming opgenomen te worden in "een groep verbonden ondernemingen" voor wie ex artikel 33 WOR een centrale ondernemingsraad kan worden ingesteld. Meerderheidsaandeelhouder heeft in casu geen overwegende zeggenschap. Geen opname van de ondernemingsraad van de onderneming in de medezeggenschapsstructuur van de meerderheidsaandeelhouder.

Wetsverwijzingen
Wet op de ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden 33
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2007, 31
RO 2007, 17
ROR 2007, 10
SR 2007, 17 met annotatie van R.H. van het Kaar
JOR 2007/8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, tweede civiele kamer, heeft de volgende beschikking gegeven in de zaak van:

TNT N.V.,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

appellante,

hierna te noemen: TNT,

procureur: mr. R.A.A. Duk,

tegen

CENTRALE ONDERNEMINGSRAAD TNT N.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de COR,

procureur: mr. E. Grabandt,

Het geding

TNT is bij beroepschrift (met producties), ingekomen ter griffie van het hof op 3 maart 2006, met een aantal grieven in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie

’s-Gravenhage, d.d. 5 januari 2006 gegeven tussen de COR als verzoeker en TNT als verweerster. De COR heeft daarop met een verweerschrift (met producties) gereageerd.

Het beroepschrift is behandeld ter terechtzitting van 24 oktober 2006. Namens TNT is verschenen mr. R.A.A. Duk, advocaat te ‘s-Gravenhage en namens de COR is verschenen de [voorzitter] van de COR, vergezeld van mr. L.C.J. Sprengers, advocaat te Utrecht. De raadslieden hebben de zaak onder overlegging van hun aantekeningen mondeling toegelicht.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft onder II van de beschikking de feiten tussen partijen vastgesteld. Nu geen der partijen hiertegen opkomt, zal het hof eveneens van deze feiten uitgaan.

2. Samengevat gaat de zaak over het volgende. In 2000 is er binnen de toen nog geheten TNT Post Groep N.V. (hierna te noemen TPG) een structuurwijziging doorgevoerd. In dat kader heeft de bestuurder van TPG terzake een voorgenomen besluit over de inrichting van de Divisie Mail, welke inrichting gevolgen had voor de medezeggenschapstructuur, advies gevraagd aan de COR. Bij brief van 6 oktober 2000 geeft de voorzitter van de COR de tussen de bestuurder en de COR gemaakte afspraken weer, onder meer inhoudende:

“- Meerderheidsdeelnemingen worden opgenomen in de medezeggenschapsstructuur. De medewerkers van deze meerderheidsdeelnemingen krijgen actief en passief kiesrecht voor de OC en OR waaronder de deelneming valt en kunnen eventueel via de getrapte verkiezingen zitting nemen in de COR.”

3. Op 14 oktober 2004 hebben Essent Retail Bedrijven B.V. (hierna te noemen: Essent) en Koninklijke TPG Post B.V. Cendris BSC Customer Contact B.V. (hierna te noemen Cendris BSC) opgericht. TNT en Essent houden direct of indirect respectievelijk 51% en 49 % van de aandelen in het kapitaal van Cendris BSC. In de statuten van Cendris BSC is bepaald dat de directeur van Cendris BSC wordt benoemd uit een niet bindende voordracht, die (indirect) wordt opgemaakt door TNT. Besluiten in de algemene vergadering van aandeelhouders kunnen slechts genomen worden met een tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen in de vergadering waarin het gehele geplaatste aandelenkapitaal aanwezig dan wel vertegenwoordigd is (art 21 lid 9 statuten Cendris BSC). TNT en Essent hebben ieder het recht twee commissarissen voor te dragen. De voorzitter van de raad van commissarissen wordt gekozen uit hun midden. Besluiten in de raad van commissarissen kunnen alleen met de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen worden genomen, waarbij alle commissarissen ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd dienen te zijn.

4. De COR heeft de kantonrechter verzocht om te beslissen dat:

- Cendris BSC gezien moet worden als een meerderheidsdeelneming van TNT en dat deze onderneming op grond van de tussen partijen gemaakte afspraken en/of op grond van artikel 33 WOR vertegenwoordigd dient te zijn in de COR; en

- dat de bezwaren van TNT tegen het opnemen van een vertegenwoordiging uit de OR van Cendris BSC in de COR in strijd zijn met de tussen partijen gemaakte afspraken en / of de Wet op de Ondernemingsraden; en

- dat TNT gehouden is alle medewerking te verlenen om een vertegenwoordiging van de medezeggenschap van Cendris BSC op de binnen TNT gebruikelijke wijze vertegenwoordigd te laten zijn binnen de COR.

De kantonrechter heeft de verzoeken toegewezen. Hiertegen is het hoger beroep gericht.

5. TNT heeft haar grieven niet specifiek benoemd, maar zij bestrijdt de beoordeling en de beslissing van de kantonrechter weergegeven onder V. van de bestreden beslissing in hun geheel.

6. Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of Cendris BSC behoort tot de “in een groep verbonden ondernemingen”, waarvan TNT de houdstermaatschappij is en voor welke groep de COR is ingesteld en zo nee, of de ondernemingsraad van Cendris BSC in de COR vertegenwoordigd dient te zijn op grond van de in het jaar 2000 tussen partijen gemaakte afspraken.

7. Het hof stelt voorop dat een deelneming voor meer dan 50% in het geplaatste kapitaal van een vennootschap in beginsel steeds tot groepsverbondenheid zal leiden, nu immers in dat geval de zeggenschap in de vennootschap in het algemeen of althans in belangrijke mate door de meerderheidsaandeelhouder naar eigen inzicht kan worden bepaald. Worden de aandelen in de vennootschap volgens een onderlinge regeling tot samenwerking gehouden, dan is de vennootschap, een joint venture, in een groep verbonden met die rechtspersoon die de overwegende zeggenschap heeft. Heeft geen der deelnemende partners overwegende zeggenschap, dan behoort de joint venture noch tot de groep van de ene noch tot de groep van de andere partner.

8. Naar ’s hofs oordeel heeft TNT geen overwegende zeggenschap in Cendris BSC. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat besluiten in de aandeelhoudersvergadering alleen met tweederde meerderheid genomen kunnen worden in een vergadering waarin het gehele aandelenkapitaal aanwezig of vertegenwoordigd is, dat TNT en Essent ieder twee commissarissen kunnen benoemen, alsmede dat besluiten binnen de raad van commissarissen alleen met volstrekte meerderheid van stemmen genomen kunnen worden in een vergadering waarvan alle commissarissen aanwezig of vertegenwoordigd zijn. De omstandigheid dat TNT (niet bindend) de enige bestuurder kan voordragen, maakt dit niet anders nu zij de benoeming van de door haar voorgedragen persoon niet kan afdwingen. Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat TNT niet gehouden is Cendris BSC in de medezeggenschapsstructuur op te nemen. Beantwoording van de vraag of toelating van Cendris BSC tot de medezeggenschapstructuur van TNT bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR kan daarom achterwege blijven.

9. De vraag rest of TNT gehouden is Cendris BSC toe te laten tot de medezeggenschapsstructuur op grond van een tussen TNT en de COR gemaakte afspraak. Het hof is van oordeel dat zulks niet het geval is. Het hof is (anders dan de kantonrechter en de COR) van oordeel dat de eind 2000 gemaakte afspraken alleen gelden voor die meerderheidsdeelnemingen waarin TNT de overwegende (materiele) zeggenschap heeft. Medezeggenschap volgt immers de zeggenschap in een onderneming. Gesteld noch gebleken is dat partijen met hun afspraak blijkende uit het advies van de COR aan TPG van 6 oktober 2000 en de daaraan voorafgaande correspondentie van de kant van TPG beoogd hebben een andere invulling aan het begrip medezeggenschap te geven dan wel een afwijkende invulling te geven aan de in de WOR gehanteerde criteria voor de instelling en de samenstelling van de centrale ondernemingsraad.

10. De slotsom luidt dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven. Het hof zal derhalve de beschikking waarvan beroep vernietigen en de verzoeken van de COR afwijzen. Gelet op artikel 22a WOR zal het hof de proceskosten tussen partijen compenseren.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep,

en opnieuw rechtdoende,

wijst de verzoeken van de COR af;

compenseert de proceskosten met dien verstande dat partijen de eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M. Hooykaas, L.M. Croes en R. van der Vlist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2006 in aanwezigheid van de griffier.