Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ0305

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-10-2006
Datum publicatie
18-10-2006
Zaaknummer
05/863
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Test door ANWB onzorgvuldig; rectificatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 3 oktober 2006

Rolnummer: 05/863

Rolnr. rechtbank KG 05/443

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, tweede civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van

AUTOBEDRIJF [appellante] V.O.F.,

gevestigd te Breda,

appellante,

hierna te noemen: [appellante],

procureur mr. E.A.C. van Kempen

tegen

ANWB B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

geïntimeerde,

hierna te noemen: ANWB,

procureur: mr. H.J.A. Knijff.

Het geding

Bij exploot van 9 juni 2005 is [appellante] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 13 mei 2005 door de voorzieningenrechter te ’s-Gravenhage gewezen tussen partijen. Hij heeft daarbij vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd, welke door ANWB bij memorie van antwoord zijn bestreden. Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in dit geding kort gezegd om het volgende. ANWB heeft in 2004 een onderzoek ingesteld naar de kwaliteit en de uitvoering van grote onderhouds-beurten bij 109 autobedrijven, waaronder [appellante]. De resultaten van dat onderzoek zijn gepubliceerd in “De Kampioen” van januari 2005 (ANWB stelt in hoger beroep december 2004, maar dat moet een vergissing zijn, want het overgelegde exemplaar van het tijdschrift noemt: januari 2005) en op de internetsite van De Kampioen. [appellante], die begin februari 2004 aan een haar tevoren niet kenbaar gemaakt onderzoek is onderworpen, eindigde op de 100ste plaats en kreeg een rapportcijfer van 3,5. [appellante] stelt zich in deze procedure op het standpunt dat ANWB onrechtmatig heeft gehandeld, en vordert rectificatie en een voorschot op vergoeding van haar schade. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen. Daartegen richten zich de grieven.

2. Grief I is gericht tegen de overweging van de voorzieningenrechter dat (bij een vorig onderzoek 10 jaar tevoren; hof) de BOVAG en de RAI bezwaar hebben gemaakt tegen de omstandigheid dat de ANWB bij de publicatie ervan geen namen had vermeld. Deze overweging draagt de beslissing van de voorzienin-genrechter echter niet; zij speelt geen rol bij het oordeel dat ANWB niet onrechtmatig jegens [appellante] heeft gehandeld. [appellante] heeft bij haar grief dan ook geen belang.

3. De grieven II en IV lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Zij zijn gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat het onderzoek van ANWB jegens [appellante] niet onzorgvuldig is geweest. [appellante] betoogt dat keurmeesters over technische kwesties van mening kunnen verschillen, zodat het oordeel van de keurmeester van ANWB niet per definitie juist is. Daarom had ANWB de onderzoeksresultaten meteen aan [appellante] moeten voorleggen, en moeten voorzien in een mogelijkheid om de zaak aan een onafhankelijke derde voor te leggen. [appellante] wijst op haar zgn. cusumverloop, dat wil zeggen haar staat van dienst op het gebied van APK-keuringen, en concludeert daaruit dat zij haar werkzaamheden nauwgezet uitvoert. [appellante] stelt voorts dat consumenten geen acht zullen slaan op de vermelding in het artikel dat het onderzoek een steekproef betreft. [appellante] heeft de onderzoeksgegevens eerst 14 maanden na het onderzoek (en 3 maanden na de publicatie daarvan) verkregen, en kon daardoor niet meer controleren of de resultaten correct waren. Het enige wel controleerbare gegeven, te weten de gefactureerde prijs, is door ANWB onjuist weergegeven.

4. Het hof stelt voorop dat het blijkens de rechtspraak bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een onderzoek als het onderhavige en de publicatie van de resultaten daarvan, in beginsel gaat om een afweging van twee zwaarwegende belangen. Enerzijds is er het belang van de beoordeelde garagehouder, die nadeel kan lijden door een slechte beoordeling; anderzijds is er het belang van een deskundige en objectieve voorlichting van het publiek door neutrale instellingen waarin het vertrouwen kan stellen. Het eerste belang brengt mee dat hoge eisen worden gesteld aan de bij het onderzoek en de publicatie daarvan in acht te nemen zorgvuldigheid. Het tweede belang brengt mee dat aan de instelling een hoge mate van vrijheid toekomt bij de opzet van het onderzoek, de wijze waarop het wordt uitgevoerd en waarop het wordt gepubliceerd, mits de gemaakte keuzes blijven binnen de grenzen van het redelijke en jegens de beoordeelde garages niet als onzorgvuldig aangemerkt kunnen worden. Het toetsingskader wordt mede bepaald door het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting. Art. 10 EVRM garandeert het recht van een ieder om zijn mening vrijelijk te uiten. Dat recht kan echter worden beperkt, voor zover dat in een democratische samenleving noodzakelijk is ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen.

5. ANWB is een organisatie die bij het publiek aanzien geniet. Zij heeft een groot aantal leden, die de Kampioen ontvangen. Velen van hen zullen geneigd zijn hetgeen ANWB in de vorm van een objectief onderzoek presenteert, voor waar aan te nemen. Dat brengt mee dat de kans groot is dat een garagehouder die door ANWB slecht wordt beoordeeld, daarvan in zijn bedrijfsvoering nadeel ondervindt. De beoordeling van de “grote beurt” raakt de kern van de ondernemingsactiviteit van een garagebedrijf als dat van [appellante]; het gaat niet, zoals bij de beoordeling van bepaalde producten, om slechts een gedeelte van het assortiment. Verder is van belang dat de negatieve kwalificaties deels gebaseerd zijn op verwijten dat onderdelen in rekening zijn gebracht die niet zijn geleverd, en dat onderdelen zijn vervangen terwijl dit objectief gezien niet nodig was; dat duidt op gesjoemel, waardoor de garages in een kwaad daglicht worden gesteld. Een en ander verzwaart de verantwoordelijkheid voor ANWB om zorg te dragen dat de gepubliceerde resultaten zorgvuldig zijn vastgesteld en correct zijn.

6. ANWB heeft echter gekozen voor een methode van onderzoek, waarbij de resultaten niet verifieerbaar zijn. Zij heeft dat onderzoek doen uitvoeren door één keurmeester, zonder enige controle van de resultaten. De resultaten zijn slechts vastgelegd in de vorm van aantekeningen van de betrokken keurmeester, derhalve niet op achteraf controleerbare wijze, bijvoorbeeld aan de hand van beeldmateriaal. ANWB heeft de betrokken garagehouders niet geconfronteerd met de resultaten van het onderzoek. Zij hebben dan ook niet de gelegenheid gehad om de constateringen van de keurmeester van ANWB te verifiëren. Weliswaar stelt ANWB dat zij in de testresultaten alleen die fouten heeft opgenomen waarover geen verschil van mening bestond, maar dit is een schijnzekerheid, aangezien het onderzoek zo is ingericht dat het gaat om waarnemingen van één keurmeester, waarvan de juistheid niet kan worden gecontroleerd. ANWB heeft de garagehouders niet om commentaar gevraagd, noch hun de gelegenheid gegeven hun weerwoord bij het artikel te doen publiceren. ANWB heeft daarmee het risico genomen dat bij het onderzoek of de vastlegging van de resultaten begane fouten of vergissingen onopgemerkt blijven, en in de publicatie ten onrechte worden aangemerkt als harde feiten waarover geen misverstand kan bestaan. Uit het feit dat ANWB de gefactureerde prijs van de grote beurt onjuist heeft weergegeven, zoals zij toegeeft, blijkt dat dergelijke fouten, die door overleg met de garage hadden kunnen worden vermeden, daadwerkelijk voorkomen. De resultaten zijn bovendien zo lang na het onderzoek gepubliceerd dat een feitelijke weerlegging daarvan (op andere punten dan de prijs) redelijkerwijs niet meer mogelijk is.

7. Het hof weegt wel mee dat het onderzoek in zoverre beperkt is geweest dat het slechts ging om een steekproef, waarbij per garage slechts één grote beurt werd beoordeeld. ANWB heeft dat terecht en voldoende duidelijk bij de publicatie aangegeven. Het hof ziet geen aanleiding voor de veronderstelling van [appellante] dat het publiek die vermelding niet zal hebben gelezen of begrepen. Evenwel valt niet in te zien, en ANWB voert dat ook niet aan, waarom - ook bij een dergelijke beperkte test - een andere inkleding van het onderzoek, waarbij wel voor objectieve verificatiemogelijkheid wordt gezorgd, onmogelijk zou zijn.

8. In zijn algemeenheid kan niet worden gezegd dat bij een onderzoek als het onderhavige steeds de onderzoeksresultaten vóór publicatie aan de onderzochte bedrijven moeten worden voorgelegd, of dat altijd de mogelijkheid van contra-expertise moet worden geboden. Dat zal mede afhangen van de zorgvuldigheid en de controleerbaarheid van het onderzoek zelf. Gelet op de aard van de beschuldigingen, de mogelijke invloed daarvan op de bedrijfsvoering en de goede naam van de betrokkene, het gegeven dat de beschuldigde de feiten die aan het onderzoek ten grondslag liggen niet kan verifiëren en de omstandigheid dat die feiten slechts door één inspecteur zijn geconstateerd, geldt echter in dit geval dat ANWB tenminste aan de als onvoldoende beoordeelde garage-bedrijven een zinvolle gelegenheid had moeten bieden hun commentaar te geven op de onderzoeksresultaten. Het onderzoek en de publicatie ervan zijn in dat opzicht onzorgvuldig geweest jegens [appellante]. Hieraan doet niet af dat ook de ANWB vrijheid van meningsuiting heeft. Dat recht wordt geen geweld aangedaan indien zij zorgvuldiger te werk moet gaan.

9. Grief III is gericht tegen de overweging van de voorzieningenrechter dat het onderzoek is uitgevoerd door een keurmeester, wiens dagelijks werk hoofdzakelijk bestaat uit het (APK) keuren van voertuigen. [appellante] stelt dat de voorzieningenrechter er niet vanuit mocht gaan dat de keurmeester APK-keuringsbevoegdheid had. De grief mist feitelijke grondslag, nu de voorzie-ningenrechter door “APK” tussen haakjes te plaatsen, in het midden heeft gelaten of de betrokken keurmeester die bevoegdheid had. Nu het in het onderzoek ging om een grote onderhoudsbeurt en niet om een APK-keuring, is ook niet relevant of de betrokken keurmeester die bevoegdheid heeft. Wel is relevant of de betrokken keurmeester voldoende deskundig en ervaren is in het keuren van voertuigen, hetgeen [appellante] evenwel niet heeft bestreden.

10. Zoals uit het bovenstaande blijkt, slagen de grieven II en IV. Daarmee slaagt ook de veeggrief V. Het hof zal dan ook het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigen en opnieuw recht doen.

11. ANWB dient een rectificatie te plaatsen in de Kampioen. De rectificatie behoeft niet op de voorpagina te worden geplaatst, maar dient wel voorin te worden geplaatst, of aldaar op opvallende wijze te worden aangekondigd. De rectificatie dient tevens te worden gepubliceerd op de site waarop het artikel van de ANWB is terug te vinden, met verwijzing daarnaar op de homepage (www.kampioen.nl). Aangezien niet is gebleken dat de beoordeling van [appellante] onjuist is geweest, zoals [appellante] in de rectificatie opgenomen had willen zien, zal het hof de door [appellante] voorgestelde tekst enigszins aanpassen, zoals in het dictum weergegeven. Het hof ziet voorts aanleiding aan de gevorderde dwangsommen een maximum te verbinden.

12. [appellante] vordert voorts een voorschot van € 10.000,- op de vergoeding van door haar geleden schade. [appellante] heeft echter in deze kort geding procedure onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden. De enkele niet onderbouwde stelling dat zij klanten heeft verloren, is daartoe onvoldoende. Deze geldvordering wordt daarom afgewezen.

13. Als de voor het merendeel in het ongelijk gestelde partij zal ANWB worden veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het vonnis waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

- veroordeelt ANWB om de tekst zoals hieronder vermeld binnen twee maanden na betekening van dit arrest te plaatsen in De Kampioen, met opvallende verwijzing daarnaar voorin die Kampioen:

“Rectificatie.

In de Kampioen van januari 2005 stond het artikel “Grote Beurt? Slechte Beurt!” Hierin werd onder meer verslag gedaan van reparaties die niet, onterecht of onjuist zouden zijn uitgevoerd. De bedrijven die in het onderzoek werden betrokken, kregen een rapportcijfer en werden gerangschikt van 1 tot en met 109. Autobedrijf [appellante] te Breda eindigde met het eindcijfer 3,5 op de 100ste plaats.

Het door de ANWB ingestelde onderzoek ter zake Autobedrijf [appe[appellante] te Breda is onzorgvuldig geweest in die zin dat Autobedrijf [appe[appellante] geen gelegenheid heeft gekregen om de onderzoeksresultaten te controleren, noch om daarop zijn reactie te geven.”

op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere maand dat ANWB hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,-;

- veroordeelt ANWB om bovenbedoelde tekst binnen 14 dagen na betekening van dit arrest te plaatsen bij het artikel “Grote beurt? Slechts beurt!” op de site van De Kampioen, en daar geplaatst te houden zolang dat artikel daar blijft staan, alsmede een opvallende verwijzing daarnaar op de homepage van de Kampioen (www.kampioen.nl) te plaatsen en gedurende drie maanden geplaatst te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte daarvan dat ANWB hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 50.000,-;

- veroordeelt ANWB in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van [appellante] begroot op € 332,60,- aan verschotten en € 816,- aan salaris van de procureur, en in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [appellante] begroot op € 376,60 aan verschotten en € 894,- aan salaris van de procureur;

- verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. van der Klooster, M. Hooykaas en L.M. Croes en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2006 in aanwezigheid van de griffier.