Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6288

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-07-2006
Datum publicatie
16-08-2006
Zaaknummer
04-1462 KG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Huur. Overlast. Gelet op de ernst en de duur van de overlast die huurder aan de medebewoners heeft veroorzaakt kan van verhuurder in redelijkheid niet worden verlangd dat huurder nog gebruikt maakt van de door hem gehuurde woning. Ontruiming noodzakelijk om aan de overlast een einde te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 14 juli 2006

Rolnummer: 04-1462 KG

Rolnummer rechtbank: 435724/04-16588

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van

[HUURDER],

wonende te [plaatsnaam],

appellant,

hierna te noemen: [huurder],

procureur: mr. C.R.D. Kommer,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid STAEDION,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Staedion,

procureur: thans mr. A.G.A. van Rappard, voorheen mr. P.M. Gompen en mr. M.A. van der Laan-Kuijt.

Het geding

Bij exploot van 6 oktober 2004 is [huurder] in hoger beroep gekomen van het vonnis ex artikel 254 Rv op 9 september 2004 door de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage, gewezen tussen partijen en aangevuld op 28 september 2004. [huurder] heeft bij memorie van grieven (met producties) twee grieven opgeworpen tegen voormeld vonnis en aanvulling, die door Staedion bij memorie van antwoord zijn bestreden. Tot slot hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. In het bestreden vonnis en aanvulling heeft de rechtbank onder “Feiten” een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Daartegen is in hoger beroep niet opgekomen, zodat het hof ook van die feiten zal uitgaan.

2. Het gaat in deze zaak, samengevat, om het volgende.

2.1 Met ingang van 1 november 2001 huurt [huurder] van Staedion de woning aan de [adres] (hierna te noemen: de woning) tegen een huurprijs van € 218,95 per maand.

2.2 De woning betreft een appartement en behoort tot een complex van woningen die alle door Staedion worden verhuurd.

2.3 Sinds augustus 2003 klagen medebewoners van dit complex bij Staedion en bij de plaatselijke politie over overlast in en om de woning veroorzaakt door [huurder] en bestaande uit agressief gedrag jegens hen (bedreigen, treiteren, uitschelden, stalken etc.), geluidsoverlast (door harde muziek, dichtslaan van deuren, schreeuwen) en vernieling (van brievenbussen).

2.4 Op 2 maart 2004 heeft Staedion [huurder] in gebreke gesteld.

2.5 De laatste klacht die bij de plaatselijke politie is binnengekomen dateert van 18 juni 2004. De laatste klacht die bij Staedion is binnengekomen dateert van 22 juni 2004.

2.6 Bij dagvaarding van 23 augustus 2004 heeft Staedion aan de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage, verzocht [huurder] bij voorziening te veroordelen tot ontruiming van de woning, zulks op grond van wanprestatie, alsmede tot betaling van een bedrag van € 218,95 aan huur voor iedere maand dat [huurder] na 1 september 2004 de woning nog niet leeg heeft opgeleverd. Bij vonnis van 9 september 2004 zijn de vorderingen van Staedion toegewezen. De rechtbank heeft het vonnis op 28 september 2004 aangevuld door dit uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

2.7 [huurder] is van het vonnis en de aanvulling daarop in hoger beroep gekomen.

2.8 De woning is op 12 oktober 2004 ontruimd.

3. Grief I is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de vordering tot ontruiming dient te worden toegewezen. In de toelichting op de grief voert [huurder] aan dat de problemen met zijn medebewoners het gevolg zijn van een verbroken liefdesrelatie met één van hen. Zij heeft de medebewoners tegen [huurder] opgezet. [huurder] stelt voorts dat niet zijn medebewoners overlast ondervinden van hem, maar dat hij juist degene is die overlast ondervindt van de medebewoners. Daarvan heeft hij melding gemaakt bij Staedion en de plaatselijke politie. De politie heeft hier echter geen proces-verbaal van aangifte van willen opmaken.

4. Ten aanzien van grief I overweegt het hof als volgt.

4.1 Uit de door Staedion overgelegde en als zodanig door [huurder] niet weersproken schriftelijke verklaring d.d. 8 juli 2004 van M.L. de Leeuw, brigadier van politie, blijkt dat de medebewoners meermalen bij de politie hebben geklaagd over het agressieve gedrag van [huurder] en de door hem veroorzaakte geluidsoverlast en dat een medebewoonster aangifte heeft gedaan ter zake van bedreiging. Tevens blijkt hieruit dat [huurder] zich ook tegenover brigadier De Leeuw dreigend heeft opgesteld, toen deze [huurder] op zijn gedrag aansprak. Ook de overige producties van Staedion (door haar ontvangen klachtformulieren, e-mails, brieven) maken voldoende aannemelijk dat [huurder] zich veelvuldig en jegens meerdere medebewoners agressief heeft gedragen en dat hij meermalen brievenbussen in de gemeenschappelijke ruimte heeft vernield.

4.2 [huurder] erkent dat hij problemen heeft met de medebewoners en dat sprake is van spanningen. Hij betwist echter dat hij hun overlast heeft veroorzaakt. Tegenover de door Staedion overgelegde producties met elk een gedetailleerde beschrijving van concrete incidenten (in de memorie van grieven aangeduid als “een overvloed van producties”) stelt [huurder] enkel een algemene ontkenning met als onderbouwing slechts dat de medebewoners tegen hem zijn opgezet door een medebewoonster met wie hij een liefdesrelatie heeft gehad.

4.4 [huurder] heeft naar het oordeel van het hof zijn verweer aldus onvoldoende onderbouwd. Het hof gaat dan ook uit van de juistheid van de stelling van Staedion dat [huurder] ernstige overlast heeft toegebracht aan zijn medebewoners, zoals blijkt uit de overgelegde klachten van medebewoners en de verklaring van brigadier De Leeuw.

4.5 Gelet op de ernst en de duur van de overlast die [huurder] aan de medebewoners heeft veroorzaakt kan van Staedion in redelijkheid niet worden verlangd dat [huurder] nog gebruik maakt van de door hem gehuurde woning. Om aan de overlast een einde te maken is ontruiming noodzakelijk. Naar het oordeel van het hof is [huurder] door Staedion en de politie voldoende gewaarschuwd voor de consequentie van het voortduren van de overlast. De persoonlijke belangen van [huurder] om de woning te blijven bewonen, moeten wijken voor de belangen van de medebewoners, die Staedion zich - terecht - heeft aangetrokken door de ontruiming te vorderen, welke vordering vervolgens terecht door de voorzieningenrechter is toegewezen. Dat [huurder] mogelijk zelf ook overlast heeft ondervonden van zijn medebewoners - en dit aan Staedion en de politie zou hebben gemeld - doet niet af aan het feit dat [huurder] ernstige overlast aan hen heeft toegebracht. Grief I faalt.

5. Met grief II betoogt [huurder] dat hij geen huurachterstand van € 352,02 heeft, zoals Staedion bij inleidende dagvaarding had gesteld.

Het hof overweegt dienaangaande dat in het vonnis waarvan beroep niet als vaststaand is aangenomen dat sprake was van een huurachterstand. Voor de voorzieningenrechter is de beweerdelijke huurachterstand geen reden geweest om de vordering tot ontruiming toe te wijzen. [huurder] heeft dan ook geen belang bij grief II.

6. De slotsom is dat het bestreden vonnis met de aanvulling zal worden bekrachtigd. [huurder] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het vonnis van 9 september 2004 van de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage, zoals aangevuld op 28 september 2004, in kort geding gewezen tussen partijen;

- veroordeelt [huurder] in de kosten van het hoger beroep, tot op deze uitspraak aan de zijde van Staedion begroot op € 1.135,- (waarvan € 241, - voor griffierecht en € 894,-voor salaris procureur);

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.A. Schuering, M.H. van Coeverden en T.L. Tan en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2006 in bijzijn van de griffier.