Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AY4963

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-04-2006
Datum publicatie
25-07-2006
Zaaknummer
1171-D-05
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het alsnog vermelden van de vader in de geboorteakte is mede afhankelijk van de gewone verblijfplaats van de ouders ten tijde van de geboorte. Artikel 1 lid 1 van de Wet conflictenrecht adoptie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak : 26 april 2006

Rekestnummer : 1171-D-05

Rekestnr. rechtbank : FA RK 04-8227

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

FAMILIEKAMER

B e s c h i k k i n g

in de zaak van

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Dordrecht,

zetelend te Dordrecht,

verzoeker in hoger beroep,

in persoon vertegenwoordigd door [de gemachtigde],

hierna te noemen: de ambtenaar.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. Mr. C.K. Visser, in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de hierna te noemen minderjarige,

hierna te noemen: de bijzondere curator;

2. [de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

en

3. [de vader],

hierna te noemen: de vader,

beiden zonder bekend woon- of verblijfplaats.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De ambtenaar is [in] 2005 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank te Dordrecht van 6 juli 2005.

Van de zijde van het openbaar ministerie is op 9 maart 2006 een schriftelijke conclusie ingekomen.

Op 15 maart 2006 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: [de gemachtigde] en E. Henderson namens de ambtenaar, mr. C.A. Pors namens de bijzondere curator, en advocaat-generaal mr. A.G. Strack namens het openbaar ministerie. De vader en de moeder zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De verschenen personen hebben het woord gevoerd.

VASTSTAANDE FEITEN EN HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking van de rechtbank te Dordrecht. Bij die beschikking is het verzoek van de ambtenaar, tot verbetering van de akte van geboorte (betreffende de [in] 2001 geboren [minderjarige], hierna te noemen: de minderjarige), voorkomend in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Dordrecht onder nummer [x] van het jaar 2001, afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. De ambtenaar verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de geboorteakte onder nummer [x] van het jaar 2001 alsnog aan te (laten) vullen overeenkomstig de in het beroepschrift staande informatie.

2. De ambtenaar stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er onvoldoende gegevens zouden zijn overgelegd om met voldoende zekerheid te kunnen bepalen welke nationaliteit de vader en de moeder hebben om de familierechtelijke betrekkingen te kunnen vaststellen tussen de minderjarige en zijn ouders. Voorts is ten onrechte overwogen dat de officier van justitie onvoldoende onderzoek heeft gedaan om de nationaliteit van de vader en de moeder te achterhalen. De ambtenaar voert daartoe aan dat in ieder geval aangetoond kan worden dat er een gerechtvaardigd vermoeden is dat de vader en de moeder een verschillende nationaliteit hebben en dat daarom de familierechtelijke betrekkingen tussen de minderjarige en de ouders dienen te worden bepaald aan de hand van het Nederlands afstammingsrecht (het recht van de gewone verblijfplaats van de vader en de moeder).

Volgens de ambtenaar kunnen de familierechtelijke betrekkingen tussen de minderjarige en de ouders worden bepaald aan de hand van het afstammingsrecht van de gewone verblijfplaats van de vader en de moeder, nu vaststaat dat de moeder in Dordrecht is bevallen en de vader van de geboorte aangifte heeft gedaan, terwijl daarnaast uit een ingevulde verklaring door de korpschef van de vreemdelingendienst is gebleken dat zowel de vader als de moeder op 10 januari 2001 een asielaanvraag hebben ingediend.

3. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat de grief van de ambtenaar gegrond is en dat de man, [Y] in de geboorteakte als vader kan worden opgenomen, nu de minderjarige is geboren uit zijn huwelijk met de moeder. De advocaat-generaal heeft derhalve verzocht de bestreden beschikking te vernietigen. De advocaat-generaal heeft aan zijn conclusie onder meer het volgende ten grondslag gelegd. De Wet conflictenrecht adoptie (hierna ook te noemen WCA) is met ingang van 1 januari 2003 in werking getreden en artikel 1 van de WCA biedt een regeling voor het ontstaan van de familierechtelijke betrekkingen door geboorte uit gehuwde ouders. Volgens lid 1 wordt de vraag of door geboorte familierechtelijke betrekkingen ontstaan tussen kind en ouders primair bepaald door de gezamenlijke nationaliteit van de vrouw en de man. Indien er geen gezamenlijke nationaliteit is, is bepalend de gewone verblijfplaats van de man en de vrouw, die zij in dezelfde staat hebben. Indien deze ontbreekt dient te worden aangeknoopt aan de gewone verblijfplaats van het kind. Deze verwijzingsregel leidt er dus toe dat wanneer de ouders een verschillende nationaliteit hebben, het recht van de staat waar de vrouw en de man elk hun gewone verblijfplaats hebben, toepasselijk is. Daarbij behoeft de gewone verblijfplaats niet gemeenschappelijk te zijn, vereist is slechts dat beiden een gewone verblijfplaats in dezelfde staat hebben. Het openbaar ministerie is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat in casu de vader en de moeder niet dezelfde nationaliteit hebben, zodat de familierechtelijke betrekkingen alsdan bepaald worden door het recht van de staat waar de vader en de moeder ieder hun gewone verblijfplaats hebben. Gebleken is dat de vader op 18 april 2005 met onbekende bestemming uit Nederland is vertrokken en dat de moeder per 16 november 2005 zonder vaste woon- of verblijfplaats blijkt te zijn. Voor de toepassing van artikel 1 lid 1 W.C.A. is krachtens lid 2 echter bepalend het tijdstip van de geboorte van het kind, dan wel indien het huwelijk van de ouders voordien is ontbonden, dat van de ontbinding. De advocaat-generaal is van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat de vader en de moeder ten tijde van de geboorte van de minderjarige ieder hun eigen verblijfplaats hadden hier ten lande, hetgeen ook de rechtbank als een vaststaand feit heeft aangemerkt. Het Nederlandse afstammingsrecht is derhalve van toepassing. De hoofdregel wat betreft het juridisch vaderschap, neergelegd in artikel 1:199 BW is als volgt: ingeval een kind wordt geboren tijdens het huwelijk of vóór de 307e dag na het overlijden van de (mannelijke) echtgenoot, gaat de wetgever uit van het vermoeden dat de echtgenoot van de moeder de vader van het kind is. Deze man geldt dan voor de wet als de vader van het kind. Ter zitting van het hof heeft de advocaat-generaal zijn conclusie gehandhaafd.

4. Mr. Pors heeft, desgevraagd ter zitting, aan het hof medegedeeld dat zij het in het belang van de minderjarige acht dat de juiste gegevens in zijn geboorteakte worden opgenomen.

5. Gelet op de aan het hof overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting kan het hof zich vinden in de conclusies van zowel de ambtenaar als de advocaat-generaal en maakt die tot de zijne. Het verzoek van de ambtenaar kan derhalve worden toegewezen, met als gevolg dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd. Zoals ter zitting reeds is medegedeeld gaat het hof voorbij aan de stelling van de ambtenaar dat de geboorteakte van de minderjarige meerdere fouten bevat, nu die fouten geen onderdeel uitmaken van de onderhavige procedure.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en opnieuw beschikkende:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Dordrecht aan de onder hem berustende akte van geboorte van [de minderjarige], geboren [in] 2001, een latere vermelding toe te voegen, inhoudende dat als vader wordt vermeld:

[Y].

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen cassatie is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Dordrecht;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Reinking, Van Nievelt en Van den Wildenberg, bijgestaan door Suderée als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 april 2006.