Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AX9958

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-06-2006
Datum publicatie
03-07-2006
Zaaknummer
2200485104
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vrijspraak smaad en laster: het is het hof niet gebleken dat deze brieven zijn verspreid met het kennelijke doel om aan de inhoud daarvan ruchtbaarheid te geven. Met betrekking tot de twee overige brieven, te weten (1) een brief aan een sportschool met daarin vermeld dat aangever 1 undercover-agenten zou werven in sportscholen teneinde de illegale drugshandel in sportscholen in kaart te brengen, en (2) een brief aan UWV USZO waarin staat dat aangeefster 2 een bepaald inkomen over de jaren 1998 tot en met 2001 zou hebben gehad, is het hof van oordeel dat niet bewezen is dat hiermee de eer of goede naam van die aangevers is aangerand. Beide aangevers hebben weliswaar aangegeven dat de inhoud van de brieven niet strookt met de waarheid, doch nadere gegevens ontbreken waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de uitlatingen de strekking hadden om hen bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hen in hun eer en goede naam aan te randen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004851-04

Parketnummer(s): 09-757751-03

Datum uitspraak: 16 juni 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 30 juli 2004 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 juni 2006.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd.

Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopie├źn in dit arrest gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenis-straf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met beslissingen omtrent het inbeslaggenomene en de vordering van de benadeelde partij als nader in het vonnis omschreven. De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2, 3 en 4 is tenlastegelegd, zodat de verdachte van die feiten behoort te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde merkt het hof op dat geen bewijs voorhanden is van de tenlastegelegde periode waarin het feit zou zijn gepleegd, zoals een datum van ontvangst of verzending van het desbetreffende geschrift.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde heeft het hof het volgende overwogen.

Met betrekking tot de brieven waarvan alleen bekend is dat aangever [1] of aangeefster [2] deze hebben ontvangen, acht het hof niet bewezen dat deze brieven zijn verspreid met het kennelijke doel om aan de inhoud daarvan ruchtbaarheid te geven.

Met betrekking tot de twee overige brieven, te weten (1) een brief aan [sportschool] met daarin vermeld dat [1] undercover-agenten zou werven in sportscholen teneinde de illegale drugshandel in sportscholen in kaart te brengen, en (2) een brief aan UWV USZO waarin staat dat [2] een bepaald inkomen over de jaren 1998 tot en met 2001 zou hebben gehad, is het hof van oordeel dat niet bewezen is dat hiermee de eer of goede naam van die [1] en [2] is aangerand. Beide aangevers hebben weliswaar aangegeven dat de inhoud van de brieven niet strookt met de waarheid, doch nadere gegevens ontbreken waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de uitlatingen de strekking hadden om hen bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hen in hun eer en goede naam aan te randen.

Bewezenverklaring

(...) etc

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

(...) etc

Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.H. Koning, S.K. Welbedacht en J.A. van Kempen, in bijzijn van de griffier mr. B.A.A. Postma.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 juni 2006.