Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AX8770

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-06-2006
Datum publicatie
16-06-2006
Zaaknummer
2200243905
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Creditcardfraude; eendaadse samenloop

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002439-05

Parketnummer(s): 09-757416-04 en 07-280200-03 (tul)

Datum uitspraak: 6 juni 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te 's-Gravenhage van 4 april 2005 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 25 april 2006 en 23 mei 2006.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

De eendaadse samenloop van:

Oplichting; en:

Opzettelijk gebruik maken van een vervalste betaalpas, bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, als ware deze echt en onvervalst.

Naar het oordeel van het hof valt het bewezenverklaarde in twee strafbepalingen, namelijk die van artikel 326 en van artikel 232 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof zal derhalve alleen de strafbepaling van artikel 232 van het Wetboek van Strafrecht toepassen, omdat daarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vrijspraak van de verdachte, nu hij niet de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft met zijn handelen het vertrouwen dat in het betalingsverkeer in de juistheid van een algemeen gebruikt betaalmiddel, een credit card, moet kunnen worden gesteld, ondermijnd. Dergelijk handelen brengt veelal forse financiële schade teweeg.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

Met betrekking tot de onder de verdachte inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven pasjes, vermeld onder de aanduidingen 'Comfort-Card' en 'Fitness' onder nummer 3 op de aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, overweegt het hof het volgende. Deze pasjes zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane misdrijf werden aangetroffen en op deze aan de verdachte toebehorende pasjes - blijkens het proces-verbaal van bevindingen van Politie Haaglanden, mutatienr. PL1512/2004/17979-53, opgemaakt en ondertekend door A.A.M. Jeen, hoofdagent van politie, d.d. 7 september 2004, waarin die pasjes als 'Comfort Card' en 'Sport Card' zijn aangeduid - de gegevens van de kaarthouder niet zijn af te lezen. Hierdoor kunnen deze pasjes dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl de pasjes van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven videoband, vermeld onder nummer 1 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zal het hof de teruggave gelasten aan winkelbedrijf De Bijenkorf.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, vermeld onder de nummers 2 en 4 tot en met 7 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, alsmede ten aanzien van de Chipkaart Total en het pasje van Fiat, vermeld onder nummer 3 op deze lijst, zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de meervoudige kamer te Zwolle van 21 oktober 2003 onder parketnummer 07-280200-03 is de verdachte onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 130 dagen voorwaardelijk, met bevel dat het voorwaardelijk deel van die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. Immers, de verdachte heeft het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan, terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken. De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond. Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a(oud), 14b(oud), 14c, 14g(oud), 22c(oud), 22d, 36b, 36d, 55 en 232(oud) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren,

te vervangen door hechtenis voor de tijd van 60 (zestig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Beveelt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de voorwerpen, te weten twee pasjes, vermeld onder de aanduidingen 'Comfort-Card' en 'Fitness' onder nummer 3 op de aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave van de videoband, vermeld onder nummer 1 op de aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen aan winkelbedrijf De Bijenkorf.

Gelast de teruggave van voorwerpen, vermeld onder de nummers 2 en 4 tot en met 7 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, alsmede ten aanzien van de Chipkaart Total en het pasje van Fiat, vermeld onder nummer 3 op deze lijst, aan de verdachte.

Wijst toe de vordering van het openbaar ministerie ex artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht en gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer te Zwolle van 21 oktober 2003 onder parketnummer 07-280200-03 opgelegde voorwaardelijke straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 130 (honderddertig) dagen.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.G.M. van Rijnberk, Filippini en Van Oven, in bijzijn van de griffier mr. Postma.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 juni 2006.