Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AX8666

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-06-2006
Datum publicatie
15-06-2006
Zaaknummer
2200666705
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Roofoverval horecagelegeheid in Zeeland

Strafmotivering

De verdachte heeft met anderen een roofoverval op een horecagelegenheid in een Zeeuws dorp gepleegd, waarbij een (mogelijk nep-)wapen op de aldaar aanwezigen werd gericht, iemand met dat wapen op het hoofd is geslagen, twee personen op de grond zijn geduwd en een geldbedrag is buitgemaakt. Een dergelijk feit veroorzaakt -niettegenstaande de onprofessionele indruk die de overvallers (aanvankelijk) op de aanwezigen lijken te hebben gemaakt- gevoelens van angst, onrust en onveiligheid, zowel bij de slachtoffers als in de gemeenschap in het algemeen. De verdachte heeft voorts de echtgenoot van zijn moeder naar aanleiding van een ruzie ernstig bedreigd.

Blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 12 april 2006 is de verdachte meermalen bij de kinderrechter veroordeeld voor het plegen van onder meer vermogens- en/of geweldsdelicten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen. Het hof acht dit zorgwekkend, te meer gezien verdachtes jeugdige leeftijd.

Het hof heeft tevens acht geslagen op de vroeghulprapportage van de reclassering, d.d. 25 april 2005, die naar aanleiding van de onder 2 bewezenverklaarde bedreiging is opgemaakt, alsmede op het voorlichtingsrapport van de reclassering, d.d. 14 september 2005, dat in verband met de roofoverval omtrent de persoon van de verdachte is opgemaakt. De rapporteurs van laatstgenoemd rapport adviseren om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht op te leggen. De verdachte is eerder zonder begeleiding niet in staat gebleken om zijn leven een goede wending te geven en weet voorts zelf goed aan te geven waarom hij begeleiding van de reclassering behoeft, zo blijkt uit dit rapport en verdachtes toelichting ter terechtzitting in hoger beroep.

Op grond van alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat, mede vanuit het oogpunt van speciale preventie, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht als navermeld een passende en geboden reactie vormt. Deze straf is lager dan door de advocaat-generaal gevorderd, nu deze in overeenstemming is met de doorgaans in vergelijkbare gevallen opgelegde straffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006667-05

Parketnummer(s): 12-700138-05

Datum uitspraak: 6 juni 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Middelburg van 2 november 2005 in de strafzaak tegen de verdachte:

Achmed Y[.]

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Vught, Locatie Nieuw Vosseveld 1 te Vught.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 23 mei 2006.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft met anderen een roofoverval op een horecagelegenheid in een Zeeuws dorp gepleegd, waarbij een (mogelijk nep-)wapen op de aldaar aanwezigen werd gericht, iemand met dat wapen op het hoofd is geslagen, twee personen op de grond zijn geduwd en een geldbedrag is buitgemaakt. Een dergelijk feit veroorzaakt -niettegenstaande de onprofessionele indruk die de overvallers (aanvankelijk) op de aanwezigen lijken te hebben gemaakt- gevoelens van angst, onrust en onveiligheid, zowel bij de slachtoffers als in de gemeenschap in het algemeen. De verdachte heeft voorts de echtgenoot van zijn moeder naar aanleiding van een ruzie ernstig bedreigd.

Blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 12 april 2006 is de verdachte meermalen bij de kinderrechter veroordeeld voor het plegen van onder meer vermogens- en/of geweldsdelicten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen. Het hof acht dit zorgwekkend, te meer gezien verdachtes jeugdige leeftijd.

Het hof heeft tevens acht geslagen op de vroeghulprapportage van de reclassering, d.d. 25 april 2005, die naar aanleiding van de onder 2 bewezenverklaarde bedreiging is opgemaakt, alsmede op het voorlichtingsrapport van de reclassering, d.d. 14 september 2005, dat in verband met de roofoverval omtrent de persoon van de verdachte is opgemaakt. De rapporteurs van laatstgenoemd rapport adviseren om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht op te leggen. De verdachte is eerder zonder begeleiding niet in staat gebleken om zijn leven een goede wending te geven en weet voorts zelf goed aan te geven waarom hij begeleiding van de reclassering behoeft, zo blijkt uit dit rapport en verdachtes toelichting ter terechtzitting in hoger beroep.

Op grond van alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat, mede vanuit het oogpunt van speciale preventie, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht als navermeld een passende en geboden reactie vormt. Deze straf is lager dan door de advocaat-generaal gevorderd, nu deze in overeenstemming is met de doorgaans in vergelijkbare gevallen opgelegde straffen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a(oud), 14b(oud), 14c, 14d, 57, 285(oud), 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden.

Bepaalt dat een op 6 (zes) maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit nodig oordeelt.

Verstrekt aan deze instelling opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot de ter zake van het onder 2 tenlastegelegde ondergane voorlopige hechtenis van de verdachte.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf, rekening houdend met de regeling van vervroegde invrijheidstelling.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.L.J. van Strien, L.A.J.M. van Dijk, en M.L.A. Filippini, in bijzijn van de griffier mr. B.A.A. Postma.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 juni 2006.

Mr. Van Dijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.