Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AX8665

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-06-2006
Datum publicatie
15-06-2006
Zaaknummer
2200638405
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Roofoveral horecagelegenheid Zeeuws dorp

Strafmotivering

De verdachte heeft met anderen een roofoverval op een horecagelegenheid in een Zeeuws dorp gepleegd, waarbij een (mogelijk nep-)wapen op de aldaar aanwezigen werd gericht, iemand met dat wapen op het hoofd is geslagen, twee personen op de grond zijn geduwd en een geldbedrag is buitgemaakt. Een dergelijk feit veroorzaakt -niettegenstaande de onprofessionele indruk die de overvallers (aanvankelijk) op de aanwezigen lijken te hebben gemaakt- gevoelens van angst, onrust en onveiligheid, zowel bij de slachtoffers als in de gemeenschap in het algemeen.

De verdachte is, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 12 april 2006, reeds meermalen veroordeeld voor het plegen van geweldsdelicten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden het onderhavige feit te plegen. Het hof acht dit zorgwekkend, te meer gezien verdachtes jeugdige leeftijd.

Ook wijst de ontkennende opstelling van de verdachte ten aanzien van hetgeen hem wordt verweten op gebrek aan inzicht in het volstrekt verkeerde van zijn handelen. Daar staat tegenover dat de verdachte, blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep, zijn leven een andere wending wil geven door een op zijn problematiek toegesneden (gedrags)therapie te volgen in Middelburg. Hij zou deze therapie kunnen volgen, zo heeft hij aangegeven, in het kader van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Middelburg van 15 juni 2005 opgelegde bijzondere voorwaarde van reclasserings-toezicht.

Nu blijkens voormeld strafblad de verdachte bij voornoemd vonnis van 15 juni 2005 reeds een deels voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht is opgelegd, ziet het hof thans geen aanleiding een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen. Ten nadele van de verdachte heeft voorts meegewogen dat de verdachte een prominente rol bij de overval heeft gespeeld en dat eerdere veroordelingen hem kennelijk niet hebben afgeschrokken. Desondanks zal het hof komen tot het opleggen van een lagere onvoorwaarde-lijke gevangenisstraf dan door de advocaat-generaal is gevorderd, nu deze straf in overeenstemming is met de doorgaans in vergelijkbare gevallen opgelegde straffen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006384-05

Parketnummer(s): 12-700107-05

Datum uitspraak: 6 juni 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Middelburg van 2 november 2005 in de strafzaak tegen de verdachte:

Atilla Ö[.]

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Zuid West, Locatie Dordtse Poorten te Dordrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 23 mei 2006.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft met anderen een roofoverval op een horecagelegenheid in een Zeeuws dorp gepleegd, waarbij een (mogelijk nep-)wapen op de aldaar aanwezigen werd gericht, iemand met dat wapen op het hoofd is geslagen, twee personen op de grond zijn geduwd en een geldbedrag is buitgemaakt. Een dergelijk feit veroorzaakt -niettegenstaande de onprofessionele indruk die de overvallers (aanvankelijk) op de aanwezigen lijken te hebben gemaakt- gevoelens van angst, onrust en onveiligheid, zowel bij de slachtoffers als in de gemeenschap in het algemeen.

De verdachte is, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 12 april 2006, reeds meermalen veroordeeld voor het plegen van geweldsdelicten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden het onderhavige feit te plegen. Het hof acht dit zorgwekkend, te meer gezien verdachtes jeugdige leeftijd.

Ook wijst de ontkennende opstelling van de verdachte ten aanzien van hetgeen hem wordt verweten op gebrek aan inzicht in het volstrekt verkeerde van zijn handelen. Daar staat tegenover dat de verdachte, blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep, zijn leven een andere wending wil geven door een op zijn problematiek toegesneden (gedrags)therapie te volgen in Middelburg. Hij zou deze therapie kunnen volgen, zo heeft hij aangegeven, in het kader van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Middelburg van 15 juni 2005 opgelegde bijzondere voorwaarde van reclasserings-toezicht.

Nu blijkens voormeld strafblad de verdachte bij voornoemd vonnis van 15 juni 2005 reeds een deels voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht is opgelegd, ziet het hof thans geen aanleiding een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen. Ten nadele van de verdachte heeft voorts meegewogen dat de verdachte een prominente rol bij de overval heeft gespeeld en dat eerdere veroordelingen hem kennelijk niet hebben afgeschrokken. Desondanks zal het hof komen tot het opleggen van een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan door de advocaat-generaal is gevorderd, nu deze straf in overeenstemming is met de doorgaans in vergelijkbare gevallen opgelegde straffen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.L.J. van Strien, L.A.J.M. van Dijk, en M.L.A. Filippini, in bijzijn van de griffier mr. B.A.A. Postma.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 juni 2006.

Mr. Van Dijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.