Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AW3524

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-01-2006
Datum publicatie
06-07-2006
Zaaknummer
BK-03/01120
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

beschikking aansprakelijkheid inzake de naheffingsaanslagen loonbelasting en premie volksverzekeringen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

tweede meervoudige belastingkamer

21 december 2005

nummer BK-03/01120

UITSPRAAK

op het beroep van X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Rijnmond, betreffende na te noemen beschikking.

1. Beschikking en bezwaar

1.1. Aan belanghebbende is met dagtekening 12 december 2002 een beschikking aansprakelijkstelling opgelegd. Belanghebbende is daarin aansprakelijk gesteld voor een bedrag van € 645.985,74.

1.2. Belanghebbende heeft tegen de beschikking bezwaar gemaakt. Met dagtekening 10 april 2003 is het tegen de beschikking gerichte bezwaar van belanghebbende bij de bestreden uitspraak afgewezen.

2. Loop van het geding

2.1. Belanghebbende is van de bovenvermelde uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 31. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 25 november 2005, gehouden te Den Haag. Aldaar is belanghebbende verschenen, tot bijstand vergezeld door zijn gemachtigde, Z, alsmede namens de Inspecteur Y, tot bijstand vergezeld door Y

2.3. Ter zitting zijn tevens behandeld de volgende beroepen van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid:

* X(belanghebbende) betreffende een haar opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen voor de tijdvakken 1 januari 1997 tot en met 31 december 1998 en 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 (BK-03/01112),

* X betreffende een aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting/

premie volksverzekeringen voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 (BK-03/01113),

* X betreffende een aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2001 (BK-03/01114),

* X betreffende een aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen voor het tijdvak 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 (BK-03/01115),

* X betreffende een aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting voor het tijdvak 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 (BK-03/01116),

* X betreffende een aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting voor het tijdvak 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001 (BK-03/01117),

* X betreffende een aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting voor het tijdvak 1 januari 1999 tot en met 31 december 2000 (BK-03/01118),

* X betreffende een aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2001 (BK-03/01119).

Voorts is ter zitting behandeld het beroep van een directeur van de voornoemde vennootschappen, B, betreffende een aan hem opgelegde beschikking aansprakelijkstelling (BK-03/01121).

Hetgeen is aangevoerd en overgelegd in een van die zaken geldt voor zover van belang tevens als aangevoerd en overgelegd in de andere zaken.

3. Overwegingen omtrent het geschil

3.1. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt over hetgeen hen aanvankelijk verdeeld hield, en wel in dier voege dat naar hun gemeenschappelijk oordeel de aansprakelijkstelling moet worden verminderd tot een bedrag van € 142.500 na alle toegepaste verrekeningen tot en met de datum 25 november 2005.

3.2. Het Hof sluit zich aan bij dit eenstemmige oordeel van partijen. In dit oordeel ligt besloten dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat moet worden beslist als hierna is vermeld.

4. Proceskosten en griffierecht

Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende gemaakte proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Ten aanzien van de kosten van de bezwaarprocedure heeft belanghebbende in bezwaar geen verzoek als bedoeld in artikel 7:15, lid 2, van de Awb gedaan. In dat geval is in beroep geen veroordeling van de in bezwaar gemaakte kosten meer mogelijk ingevolge artikel 8:75, lid 1 en artikel 7:15, lid 3, van de Awb.

De voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten in de beroepsfase stelt het Hof, op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage, vast op € 1.288 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand (2 punten à € 322 x 2 (gewicht van de zaak)). Voor een hogere vergoeding acht het Hof geen termen aanwezig.

Voorts dient aan belanghebbende het voor deze zaak gestorte griffierecht te worden vergoed.

5. Beslissing

Het Gerechtshof:

* verklaart het beroep gegrond,

* vernietigt de uitspraak waarvan beroep,

* vermindert aansprakelijkstelling naar een bedrag van € 142.500 na alle toegepaste verrekeningen tot en met de datum 25 november 2005,

* veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het beroep, aan de zijde van belanghebbende gevallen en vastgesteld op € 1.288, onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden,

* gelast de Staat der Nederlanden het voor deze zaak gestorte griffierecht van € 31 aan belanghebbende te vergoeden.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. Sanders, Tromp en

Ollermann. De beslissing is op 21 december 2005 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

(Van der Zande)

(Sanders)

aangetekend aan

partijen verzonden:

Ieder van de partijen kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is

gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.