Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AV4011

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-03-2006
Datum publicatie
09-03-2006
Zaaknummer
1561-H-05
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In hoger beroep gedaan verzoek tot wijziging voorlopige voorziening betreffende kinderalimentatie. Afgewezen met verwijzing naar artikel 21 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak : 8 maart 2006

Rekestnummer : 1561-H-05

Rekestnr. rechtbank : 04-3795

GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE

FAMILIEKAMER

B e s c h i k k i n g

in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

hierna te noemen: de vader,

procureur mr. S.E. van der Meer,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerster,

hierna te noemen: de moeder,

procureur mr. J.A.M. Koorn-Harkema.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader heeft het hof op 22 december 2005, in een scheidingszaak die bij het hof aanhangig is, verzocht de beschikking voorlopige voorzieningen van 12 augustus 2004 van de rechtbank te ‘s-Gravenhage te wijzigen.

Op 11 januari 2006 heeft de vader een wijziging van zijn verzoekschrift ingediend.

De moeder heeft op 7 februari 2006 een verweerschrift ingediend.

Op 8 februari 2006 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader en de moeder, beiden bijgestaan door hun procureurs. Partijen en hun raadslieden hebben het woord gevoerd. De procureur van de vader heeft dit onder meer aan de hand van de bij stukken gevoegde pleitnotitie gedaan.

VASTSTAANDE FEITEN EN HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

De echtscheidingsbeschikking is op 15 september 2005 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Hieronder zal het hof zonodig op hele bedragen afronden.

DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET VERZOEK

De vader verzoekt wijziging van voorlopige voorzieningen. De moeder verzoekt de vader niet-ontvankelijk te verklaren in diens verzoek, omdat dit een verkapt hoger beroep zou betreffen van de beslissing in voorlopige voorzieningen.

Het hof zal de vader ontvangen in zijn verzoek, nu ook de kinderalimentatie ter beoordeling aan dit hof is voorgelegd (in de zaak met rekestnummer 720-H-05) en het om redenen van proceseconomie de voorkeur verdient om in een dergelijk geval wel van een verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen kennis te nemen.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK TOT WIJZIGING VAN VOORLOPIGE VOORZIENINGEN

1. In geschil is de voorlopige voorziening betreffende de kinderalimentatie.

2. De vader verzoekt de beschikking voorlopige voorzieningen te wijzigen ten aanzien van de kinderalimentatie, in die zin dat de vader met ingang van 7 februari 2005 aan de moeder een voorlopige kinderalimentatie zal voldoen van € 16,46 per maand. De moeder bestrijdt zijn verzoek.

3. De moeder heeft ter terechtzitting in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen het alsnog overleggen door de vader van een salaris- en een uitkeringsspecificatie, als zijnde in strijd met de goede procesorde. Naar het oordeel van het hof is hier geen sprake van, nu het stukken betreffen die kort en eenvoudig te doorgronden zijn. Het hof heeft de stukken dan ook geaccepteerd.

4. De vader stelt in zijn pleitnota dat zijn draagkracht, ten gevolge van het feit dat hij in de periode van 7 februari 2005 tot en met 2 oktober 2005 een WW-uitkering had, terwijl zijn vaste lasten in die periode gelijk zijn gebleven, aanzienlijk is verminderd ten opzichte van zijn draagkracht ten tijde van het vaststellen van de voorlopige voorzieningen. Uitgaande van zijn WW-uitkering van € 15.460,- bruto per jaar, inclusief 8% vakantiegeld, en een redelijke huur van € 314,- per maand, is de vader in staat een alimentatie van € 16,46 per maand te betalen. De moeder heeft de stelling van de vader gemotiveerd betwist.

5. Het hof overweegt het volgende. Ter terechtzitting in hoger beroep is vast komen te staan de vader aan zijn alimentatieverplichting, die hij krachtens de bestreden beschikking had, heeft voldaan. Daarbij is het hof van het feit gebleken dat de vader in zijn verzoekschrift voorlopige voorzieningen het hof onjuist heeft voorgelicht over zijn inkomen. In punt 8 van het op 22 december 2005 ingediende verzoekschrift is vermeld dat de vader een WW-uitkering verkrijgt. De advocaat van de vader heeft op basis van die WW-inkomsten een draagkrachtberekening gemaakt. Ter zitting is echter gebleken dat de vader op 3 oktober 2005 weer een volledige baan had bij een beveiligingsbedrijf en dat zijn inkomen volledig is hersteld. Ook in zijn aanvullend verzoekschrift maakt de vader geen melding dat hij per 3 oktober 2005 een werkkring had. Conform artikel 21 Rechtsvordering zijn partijen verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Naar het oordeel van het hof heeft de vader het hof kennelijk bewust onjuist voorgelicht nu hij op het moment van indiening van het verzoekschrift niet zijn juiste inkomensgegevens vermeldt terwijl hij wist dat die van belang waren voor de te nemen beslissing. Op grond hiervan en op grond dat de vader steeds aan zijn alimentatieverplichtingen heeft voldaan zijn er geen gronden aanwezig tot wijziging van de voorlopige voorzieningen en zal het verzoek dus worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:

wijst het verzoek van de vader af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. van Nievelt, Gerretsen-Visser en Labohm, bijgestaan door mr. Janssen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 maart 2006.