Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2006:AU9245

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-01-2006
Datum publicatie
09-01-2006
Zaaknummer
2200280505
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overval op woning

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan een roofoverval in een woning, waarbij de verdachte met enkele mededaders het organiserend en coördinerend deel voor zijn rekening nam; enkele andere mededaders hebben de overval feitelijk uitgevoerd. Hierbij zijn de slachtoffers bedreigd en is er veel geweld jegens hen gebruikt. De verdachte is samen met zijn medeverdachten op de uitkijk gaan staan op de aanrijroute van de politie.

Aldus handelende heeft de verdachte op ingrijpende wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers, alsmede op hun gevoel van veiligheid, nu dezen immers in hun eigen woning - alwaar zij zich veilig zouden moeten voelen - werden overvallen en onder meer met een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp werden bedreigd en werden geboeid.

Het hof rekent het de verdachte en zijn mededaders in ernstige mate aan dat zij de overval hebben doorgedrukt toen de uitvoerders van de overval wilden afzien omdat zij kinderfietsjes bij de woning hadden zien staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002805-05

Parketnummer: 09-753569-04

Datum uitspraak: 3 januari 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 21 april 2005 in de strafzaak tegen de verdachte:

Ahmed B[.]

thans verblijvende in Penitentiaire Inrichting Haaglanden, Huis van Bewaring "Zoetermeer" te Zoetermeer.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek

op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 20 december 2005.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting

in hoger beroep op vordering van de advocaat-generaal gewijzigd.

Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte

is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en opnieuw rechtdoende tot veroordeling van de verdachte terzake van het primair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan een roofoverval in een woning, waarbij de verdachte met enkele mededaders het organiserend en coördinerend deel voor zijn rekening nam; enkele andere mededaders hebben de overval feitelijk uitgevoerd. Hierbij zijn de slachtoffers bedreigd en is er veel geweld jegens hen gebruikt. De verdachte is samen met zijn medeverdachten op de uitkijk gaan staan op de aanrijroute van de politie.

Aldus handelende heeft de verdachte op ingrijpende wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers, alsmede op hun gevoel van veiligheid, nu dezen immers in hun eigen woning - alwaar zij zich veilig zouden moeten voelen - werden overvallen en onder meer met een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp werden bedreigd en werden geboeid.

Het hof rekent het de verdachte en zijn mededaders in ernstige mate aan dat zij de overval hebben doorgedrukt toen de uitvoerders van de overval wilden afzien omdat zij kinderfietsjes bij de woning hadden zien staan.

Dit feit zal door de slachtoffers als buitengewoon beangstigend en bedreigend zijn ervaren en te verwachten valt dat zij nog geruime tijd zullen lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen de verdachte en zijn medeverdachten hen hebben aangedaan.

Daarnaast brengt een dergelijk feit bij de burgers in het algemeen angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg. Kennelijk hebben de verdachte en zijn medeverdachten zich bij het plegen hiervan enkel laten leiden door hun eigen financieel gewin en geen oog gehad voor het gegeven dat een dergelijk feit financiële schade voor de benadeelden met zich brengt.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 22 november 2005, eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. M.L.C.C. de Bruijn-Lückers, mr. R.C.A. Duindam en mr. H.W.J. de Groot, in bijzijn van de griffier mr. C.E. Koppelaars.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 januari 2006.