Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2005:AU8390

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-12-2005
Datum publicatie
20-12-2005
Zaaknummer
R05-931
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft een verzoek om Dexia te bevelen om, binnen vier weken na betekening van de beschikking aan laatstgenoemde, een schriftelijk overzicht als bedoel in artikel 35, tweede lid, Wet Bescherming Persoonsgegevens aan geïntimeerde te verstrekken. In hoger beroep wordt geïntimeerde in haar [in eerste aanleg gedane] verzoek niet-ontvankelijk verklaard, nu zij geen belang heeft bij haar verzoek. De beschikking waarvan beroep wordt vernietigd met compensatie van de proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, tweede civiele kamer, heeft de volgende beschikking gegeven in de zaak van:

DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

hierna te noemen: Dexia,

procureur: mr. W. Taekema,

tegen

[Geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

Het geding

Dexia is bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 12 augustus 2005, met negen grieven in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank Rotterdam d.d. 20 mei 2005 gegeven tussen [geïntimeerde] als verzoekster en Dexia als verweerster. [Geïntimeerde] heeft in haar daartegen gerichte verweerschrift (met producties) gereageerd.

Het beroepschrift is behandeld ter terechtzitting van 22 november 2005. Namens Dexia zijn verschenen mr. J.F.H.M. Bartels en mr. A.J. Haasjes, beiden advocaat te Amsterdam. [geïntimeerde] is in persoon verschenen. [geïntimeerde] en de raadslieden van Dexia hebben de zaak mondeling toegelicht, waarbij mr. Bartels zijn aantekeningen heeft overgelegd.

De beoordeling

1. Bij beschikking van 20 mei 2005 heeft de rechtbank op verzoek van [geïntimeerde] Dexia bevolen om, binnen vier weken na betekening van de beschikking voornoemd aan haar, een schriftelijk overzicht als bedoel in artikel 35, tweede lid, Wet Bescherming Persoonsgegevens aan [geïntimeerde] te verstrekken met inachtneming van hetgeen onder 4.5.2 tot en met 4.5.9 van de beschikking waarvan beroep is overwogen, dat Dexia van [geïntimeerde] kan verlangen dat zij een vraag om kopieën preciseert zoals aangegeven onder 4.5.2 en 4.5.3 laatste alinea, en dat Dexia van [geïntimeerde] nadere informatie kan verlangen met betrekking tot telefoongesprekken, zoals aangegeven onder 4.5.7 tweede alinea, laatste zin. Hiertegen richt zich het hoger beroep.

2. [Geïntimeerde] heeft in haar verweerschrift gesteld geen belang meer te hebben bij de van Dexia de verzochte gegevens, nu zij zich heeft aangemeld voor de zogeheten Duisenberg-regeling. Zij had immers deze gegevens opgevraagd teneinde haar bewijspositie te verstevigen in een tegen Dexia aan te spannen procedure, waarvan thans geen sprake meer is. Voorts hebben partijen ter zitting van 22 november 2005 verklaard te hebben afgesproken dat Dexia, in geval van een vernietiging van het vonnis waarvan beroep, jegens [geïntimeerde] geen aanspraak zal maken op een eventuele proceskostenveroordeling van [geïntimeerde].

3. Nu [geïntimeerde] geen belang heeft bij haar verzoek, dient zij daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het hof zal dan ook de beschikking waarvan beroep vernietigen en [geïntimeerde] niet-ontvankelijk verklaren. Het hof ziet aanleiding, mede gelet op de ter zitting meegedeelde afspraak tussen partijen over de proceskosten, om de kosten in beide instanties tussen partijen te compenseren, met dien verstande dat partijen de eigen kosten dragen.

De beslissing

Het gerechtshof:

- vernietigt de beschikking waarvan beroep

en opnieuw rechtdoende

- verklaart [geïntimeerde] niet-ontvankelijk in haar verzoek;

- compenseert de proceskosten in beide instanties met dien verstande dat partijen de eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.Y. Bonneur, M. Hooykaas en L.M. Croes en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2005 in aanwezigheid van de griffier.