Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2005:AU4451

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-10-2005
Datum publicatie
18-10-2005
Zaaknummer
2200104704
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2007:BA0426, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2007:BA0426
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Economische zaak, gedogen, afwezigheid van alle schuld, strafmotivering, lichtplan

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot veroordeling van de verdachte terzake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde tot een onvoorwaardelijke geldboete van EUR 10.000,-.

Het hof heeft dienaangaande in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft maandenlang in strijd met de voor haar geldende vergunningsvoorwaarde gehandeld door zonder goedgekeurd lichtplan assimilatiebelichting in de door haar geëxploiteerde tuinbouwkassen toe te (laten) passen, waardoor in de nabije omgeving schade voor het natuurschoon is ontstaan.

In het voordeel van de verdachte moet worden meegewogen dat zij niet eerder voor dergelijke strafbare feiten is veroordeeld en dat de verdachte gedurende langere tijd in overleg is geweest met bevoegde instanties teneinde aan de vergunningsvoorwaarde te voldoen. Sterk in het voordeel van de verdachte heeft het hof voorts meegewogen dat ook de bevoegde instanties niet voortvarend te werk zijn gegaan en de verdachte gedurende de periode waarin de bewezenverklaarde feiten zich hebben afgespeeld geen duidelijkheid hebben verschaft omtrent de eisen waaraan eerder bedoeld lichtplan diende te voldoen.

De verdachte heeft vervolgens kosten noch moeite gespaard om herhaling te voorkomen. Zo zijn - zo heeft de vertegenwoordiger van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard - dure, net op de markt gekomen schermen in de kassen geplaatst teneinde lichtvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen. Thans voldoet de verdachte aan al haar verplichtingen en is zij druk doende aan de consequenties van een laatste uitspraak van de Raad van State te voldoen.

Het hof acht het, gegeven de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan, raadzaam te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten
Natuurbeschermingswet 1998 12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001047-04

Parketnummer(s): 12-039163-03, 12-039164-03 en 12-039292-03

Datum uitspraak: 14 oktober 2005

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank te Middelburg van 9 februari 2004 in de strafzaak tegen de verdachte:

[rechtspersoon]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 30 september 2005.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen, waarvan kopieën in dit arrest zijn gevoegd.

Het hof heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen van een doorlopende nummering voorzien.

Het zal die nummering in dit arrest aanhouden.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde ontslagen van alle rechtsvervolging.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat het openbaar ministerie het recht om de verdachte te vervolgen heeft verspeeld, nu het tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegde gezag de situatie, dat in strijd met de in de tenlastelegging bedoelde voorwaarde tot assimilatiebelichting werd gevoerd, heeft gedoogd.

Het hof verwerpt dit verweer, aangezien de enkele omstandigheid, dat een niet voor het strafvorderingsbeleid verantwoordelijk en niet met het openbaar ministerie gelieerd overheidsorgaan de situatie heeft gedoogd, het openbaar ministerie niet bindt en mitsdien niet de conclusie kan wettigen dat het openbaar ministerie het recht op strafvervolging heeft verloren.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1, 2 en 3:

Opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 12 van de Natuurbeschermingswet, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld op de gronden als in de kern in zijn aan het hof overgelegde en aan het proces-verbaal van de terechtzitting gehechte pleitnotitie op pagina 1 weergegeven.

Naar het oordeel van het hof komt de verdachte geen beroep op afwezigheid van alle schuld toe, aangezien tijdens het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een verontschuldigbare onbewustheid van het verboden zijn van de in de bewezenverklaring nader omschreven handelingen, noch dat er anderszins sprake is geweest van de afwezigheid van alle schuld.

Derhalve wordt het beroep op afwezigheid van alle schuld verworpen.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot veroordeling van de verdachte terzake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde tot een onvoorwaardelijke geldboete van EUR 10.000,-.

Het hof heeft dienaangaande in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft maandenlang in strijd met de voor haar geldende vergunningsvoorwaarde gehandeld door zonder goedgekeurd lichtplan assimilatiebelichting in de door haar geëxploiteerde tuinbouwkassen toe te (laten) passen, waardoor in de nabije omgeving schade voor het natuurschoon is ontstaan.

In het voordeel van de verdachte moet worden meegewogen dat zij niet eerder voor dergelijke strafbare feiten is veroordeeld en dat de verdachte gedurende langere tijd in overleg is geweest met bevoegde instanties teneinde aan de vergunningsvoorwaarde te voldoen. Sterk in het voordeel van de verdachte heeft het hof voorts meegewogen dat ook de bevoegde instanties niet voortvarend te werk zijn gegaan en de verdachte gedurende de periode waarin de bewezenverklaarde feiten zich hebben afgespeeld geen duidelijkheid hebben verschaft omtrent de eisen waaraan eerder bedoeld lichtplan diende te voldoen.

De verdachte heeft vervolgens kosten noch moeite gespaard om herhaling te voorkomen. Zo zijn - zo heeft de vertegenwoordiger van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard - dure, net op de markt gekomen schermen in de kassen geplaatst teneinde lichtvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen. Thans voldoet de verdachte aan al haar verplichtingen en is zij druk doende aan de consequenties van een laatste uitspraak van de Raad van State te voldoen.

Het hof acht het, gegeven de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan, raadzaam te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Bepaalt dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door mrs. J. Silvis, A.L.J. van Strien en L.A.J.M. van Dijk, in bijzijn van de griffier mr. B.P.L. de Vries.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 oktober 2005.