Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2005:AU3099

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-07-2005
Datum publicatie
23-09-2005
Zaaknummer
BK-04/03680
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Proceskosten in bezwaar.

Het staat een belastingplichtige, ongeacht zijn fiscale en juridische kennis, volkomen vrij om voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een aanslag (of een voor bezwaar vatbare beschikking) gebruik te maken van de diensten van een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. De vraag of belanghebbende het bezwaarschrift zelf had kunnen opstellen, vergt een op het subject toegesneden beoordeling waarvoor in het kader van de toewijzing van een op forfaitaire grondslag te bepalen proceskostenvergoeding geen plaats is. Die vraag mist derhalve relevantie.

Het belastingbedrag dat in geschil is, zegt op zichzelf onvoldoende om te oordelen dat het gewicht van de zaak lichter is dan gemiddeld. Nu de Inspecteur verder geen andere feiten en omstandigheden heeft genoemd die zodanig oordeel kunnen schragen, gaat het Hof uit van een gemiddeld gewicht van de zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2005, 1281
FutD 2005-1829
Belastingblad 2006/201

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

vijfde enkelvoudige belastingkamer

19 juli 2005

nummer BK-04/03680

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de als heffingsambtenaar van het waterschap De Groote Waard (thans: Hollandse Delta) aangewezen Directeur van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling te Klaaswaal (hierna: de Inspecteur), op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de voor het jaar 2004 aan hem opgelegde aanslag in de omslag gebouwd van het waterschap ter zake van de onroerende zaak a-straat 1 te Z.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 5 juli 2005, gehouden te Dordrecht.

Aldaar is verschenen mevrouw A namens de Inspecteur. Van de zijde van belanghebbende is niemand verschenen. Zijn gemachtigde, B van P&MKooy Accountants en belastingadviseurs, heeft het Hof bij brief van 10 juni 2005 laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.

Beslissing

Het Gerechtshof

- verklaart het beroep gegrond,

- vernietigt de uitspraak waarvan beroep voor zover daarbij niet is beslist op het verzoek van belanghebbende om vergoeding van proceskosten van het bezwaar,

- verleent belanghebbende een vergoeding van de kosten van het bezwaar, vastgesteld op ? 161, te betalen door het waterschap Hollandse Delta,

- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het beroep aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op ? 322, en wijst het waterschap Hollandse Delta aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden,

- gelast die rechtspersoon het voor deze zaak gestorte griffierecht van ? 37 aan belanghebbende te vergoeden.

Gronden

1. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende op grond van het bepaalde in artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), aanspraak kan maken op een vergoeding van proceskosten ter zake van de behandeling van het bezwaar. Om zodanige kostenvergoeding was in het bezwaarschrift ook verzocht.

2. Ingevolge het bepaalde in het derde lid van voormeld artikel moest de Inspecteur bij zijn uitspraak op het bezwaar op dat verzoek beslissen, hetgeen - naar de Inspecteur erkent - is verzuimd.

3. Het beroep strekt tot toekenning van een vergoeding van de kosten van het bezwaar ten bedrage van ? 161, en voorts tot vergoeding van proceskosten in beroep.

4. De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat het bedrag van de vergoeding van proceskosten van het bezwaar moet worden vastgesteld op 1 punt (bezwaarschrift) à ? 161 maal 0,5 (gewicht van de zaak) is ? 80,50.

Omtrent het gewicht van de zaak heeft de Inspecteur het volgende gesteld.

Voor het indienen van het bezwaarschrift was geen specifieke fiscale en of juridische kennis vereist. Belanghebbende had het bezwaarschrift ook zelf kunnen opstellen. Het belastingbedrag dat in geschil was, bedroeg ? 421,04.

Om deze redenen moet het gewicht van de zaak als licht worden aangemerkt (0,5 punt).

Beoordeling van het beroep

5. Naar het oordeel van het Hof houden de argumenten van de Inspecteur geen steek.

Het staat een belastingplichtige, ongeacht zijn fiscale en juridische kennis, volkomen vrij om voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een aanslag (of een voor bezwaar vatbare beschikking) gebruik te maken van de diensten van een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. De vraag of belanghebbende het bezwaarschrift zelf had kunnen opstellen, vergt een op het subject toegesneden beoordeling waarvoor in het kader van de toewijzing van een op forfaitaire grondslag te bepalen proceskostenvergoeding geen plaats is. Die vraag mist derhalve relevantie.

Het belastingbedrag dat in geschil is, zegt op zichzelf onvoldoende om te oordelen dat het gewicht van de zaak lichter is dan gemiddeld. Nu de Inspecteur verder geen andere feiten en omstandigheden heeft genoemd die zodanig oordeel kunnen schragen, gaat het Hof uit van een gemiddeld gewicht van de zaak.

6. Mitsdien stelt het Hof de vergoeding van kosten, die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage vast op ? 161 wegens door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt à ? 161 maal 1 (gewicht van de zaak: gemiddeld)).

7. Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende gemaakte proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb. Het Hof stelt deze kosten, op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage, vast op ? 322 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt à ? 322 maal 1 (gewicht van de zaak)).

Voorts dient het voor deze zaak gestorte griffierecht aan belanghebbende te worden vergoed.

Deze uitspraak is vastgesteld door mr. Engel. De beslissing is op 19 juli 2005 te Den Haag in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

(Otto) (Engel)

aangetekend aan

partijen verzonden:

Ieder van de partijen kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is

gericht.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof de mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog te verstrekken of aan te vullen. De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.