Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2005:AU1868

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-07-2005
Datum publicatie
01-09-2005
Zaaknummer
03/1731
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet. Maaltijddeclaratie. Valsheid in geschrifte en herhaaldelijk onjuiste verklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2005, 114

Uitspraak

Uitspraak: 8 juli 2005

Rolnummer: 03/1731

Rolnummer rechtbank: 334782/03-7400

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van

[WERKNEMER],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [werknemer],

procureur: mr. P. de Casparis,

tegen

KPN TELECOM B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

geïntimeerde,

hierna te noemen: KPN Telecom,

procureur: mr. F. van Gelein Vitringna

Het geding

Bij exploot van 3 oktober 2003 is [werknemer] in hoger beroep gekomen van het tussen par-tijen gewezen vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie 's-Gra-venhage, van 16 juli 2003. Bij me-morie van grieven tevens vermeerdering van eis (met producties) heeft [werknemer] drie grie-ven te-gen het von-nis aan-ge-voerd. Bij memorie van antwoord (met producties) heeft KPN Telecom de grieven weersproken. Ten--slot-te hebben partijen de stukken over-gelegd en arrest ge-vraagd.

De beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat, kort gezegd en voor zover in hoger beroep van belang, om het vol-gende.

1.1. [werknemer], geboren 28 november 1950, is op 2 september 1968 in dienst getre-den bij (de rechtsvoorgangster van) KPN Telecom. Zijn functie was technicus, laatstelijk bij de Business Unit Business Communications & Enterprise Networks met een sa-la-ris van € 2.185,= bruto per maand exclusief vakantietoeslag.

1.2. Artikel 119, eerste en tweede lid, van de op de arbeidsovereenkomst toepasse-lij-ke CAO luiden als volgt:

"1. Indien door de werknemer 2 uren of meer per dag overwerk wordt verricht en de werk-nemer ten gevolge hiervan niet in staat is om thuis op het daarvoor gebruikelijke tijdstip een maaltijd te nuttigen, worden de naar redelijkheid te maken kosten voor een maaltijd vergoed, tenzij een maaltijd door de werkgever wordt verstrekt.

2. De werkgever kan ook in met overwerk vergelijkbare situaties en onder dezelfde condi-ties een maaltijdvergoeding toekennen."

1.3. De op de arbeidsovereenkomst toepasselijke collectieve afspraken bevatten on-der het kopje "Collectieve afspraken/Concernregelingen/vergoedingsrege-lin-gen/ver-goeding verblijfkosten ambulante werknemers" binnen KPN geldend beleid. Daarin is onder meer als volgt opgenomen:

"Belanghebbenden

De Werkgever vergoedt aan de ambulante werknemer de extra verblijfkosten die naar het oordeel van de werkgever noodzakelijk zijn gemaakt als gevolg van ambulante werken. De werkgever bepaalt op basis van de volgende criteria welke werknemer ambulante is:

? de werkzaamheden worden uit hoofde van de functie grotendeels niet op een vas-te werk-plek verricht en

? er kan geen gebruik worden gemaakt van de normale voor werknemers beschik-bare be-drijfs-faciliteiten, wardoor de werknemer is aangewezen op duurdere voor-zieningen van derden.

(…)

Vergoeding voor lunch en diner

De naar redelijkheid gemaakte werkelijke kosten voor lunch en diner worden vergoed. Als richt--bedrag geldt 75% van de richtbedragen voor deze kosten in de Concernregeling reis- en verblijfkosten bij zakelijke reizen in Nederland. Geen vergoeding wordt gegeven indien de werk-nemer in de gelegenheid is de maaltijd in een bedrijfsrestaurant te nuttigen.

(…)

Declaratie

De declaratie van de verblijfkosten wordt na goedkeuring door de werkgever per betalings-tijd-vak betaald. Van de gemaakte kosten voor maaltijden en overnachtingen moeten bewijs-stuk-ken worden overgelegd.

(…)

Richtbedragen per 1 april 2002

(…)

diner EUR 13,85"

1.4. [werknemer] werkte op 8 maart 2002 met [een collega] bij een klant in Amsterdam. Tijdens de lunch hebben zij met elkaar gesproken over het feit dat voor het declareren van maaltijden bonnen moeten worden overgelegd. Die dag - tijdens die lunch of daarna -- heeft [de collega] [werknemer] een bon gegeven met daarop vermeld

nr: 4, een bedrag van in totaal € 11,20 voor 1 bami compleet en 1 kroe-poek, zonder da-tum en zonder naam van het restaurant (hier-na: "bon 4"). [werknemer] heeft bon 4 ver-vol-gens gebruikt om het daarop vermelde bedrag voor een maaltijd op 8 maart 2002 te declareren.

1.5. In een door E.A.J. Almer en G.M. van Ginneken ondertekende "verklaring" is onder meer als volgt opgenomen:

"Op woensdag 20 maart 2002, omstreeks 09.30 uur, interviewde ik, G.M. van Ginneken con-sul-tant bij KPN Security, in perceel La Guardiaweg 5 te Amsterdam,

Edwin Antonius Johannes Almer,

(…)

Hij verklaarde mij als volgt:

"Ik ben als manager BCS Alcatel werkzaam bij de afdeling Bedrijfscommunicatie van KPN Te-lecom. In deze hoedanigheid ben ik ondermeer de direct leidinggevende van [de collega] en [werknemer]. Zij zijn als monteur werkzaam op genoemde afdeling.

Enige tijd geleden leverden zij bij mij hun onkostendeclaratie (Bijlage B en C) in over week 10 van het jaar 2002. Zoals gebruikelijk controleerde ik de declaratie op volledigheid. Ik zag dat bij beide de-cla-ra-ties een bon was gevoegd waarop geen naam van het bedrijf stond en welke tevens niet waren gedateerd. (…) Omdat ik dat vreemd vond, heb ik [de collega] telefonisch benaderd.

[de collega] verklaarde mij dat het bonnetje betrekking had op een door hem op 8 maart 2002 genut-tig-de maaltijd bij een restaurant gevestigd aan het Delflandplein te Amsterdam. [de collega] verklaar-de dat hij op die dag samen met [werknemer] moest overwerken en dat zij samen daar had-den gegeten. Hierop heb ik telefonisch contact gehad met [werknemer]. Hij bevestigde het verhaal van [de collega]. [werknemer] vertelde daar nog bij dat hij achter [de collega] was aangereden omdat hij minder bekend was in Amsterdam. [werknemer] vertelde dan ook dat hij niet wist hoe de straat is ge-naamd waaraan de chinees is gevestigd.

De verklaring van [de collega] en [werknemer] kon ik niet helemaal geloven. De reden daarvoor was dat op het bonnetje van [de collega] het volgnummer 4 en op dat van [werknemer] het volgnummer 7 stond ver-meld. Tevens was het bedrag op het bonnetje van [de collega] in guldens gedrukt en dat van [werknemer] in Euro.

Op basis van het vorenstaande besloot ik de bonnetjes te tonen bij het chinees restaurant ge-vestigd aan het Delflandplein te Amsterdam. Men herkende in dit restaurant de bonnetjes niet. Men hanteerde daar andere bonnetjes. Vervolgens heb ik nog gekeken op het adres Gelder-land-plein. Ook hier herkende men de bonnetjes niet. Gezien deze uitkomst heb ik deze kwes-tie aangemeld bij KPN Security."

1.6. Op woensdag 3 april 2002 zijn [werknemer] en [de collega] geïnterviewd door voornoemde Van Ginne-ken en de heer B. Muntinga, eveneens consultant bij KPN Security. In het onderzoeksverslag is daaromtrent onder meer als volgt opgenomen:

"De interviews vonden afzonderlijk plaats (…).

Zowel [de collega] als [werknemer] verklaarden dat zij Almer onjuist hadden geïnformeerd. Zij zouden 's-avonds na 21.00 uur in hun respectievelijke woonplaatsen naar een Chinees restaurant zijn gegaan om daar een maaltijd af te halen. Beiden zouden in de veronderstelling zijn geweest dat zij alleen een maaltijd zouden kunnen declareren indien zij deze zouden nuttigen tussen de reguliere werktijd en overwerktijd. Daar zij de maaltijd kennelijk ná overwerktijd hadden ge-nuttigd, waren zij in de overtuiging dat declareren eigenlijk niet meer mogelijk was. Om een discussie hierover uit de weg te gaan, werd de manager op onjuiste wijze geïnformeerd.

Daarnaar gevraagd verklaarde [de collega] dat hij de door hem gedeclareerde Chinese maaltijd had afgehaald bij het Chinese restaurant gevestigd aan het Betje Wolfplein 113 te Hoorn. [werknemer] verklaarde de maaltijd te hebben afgehaald bij het Chi-ne-se restaurant gevestigd op de hoek Hasselaarsweg/Hoek Middenweg te Woonplaats]."

1.7. [werknemer] heeft - na zijn interview door KPN Security - op 3 april 2002 in een ge-sprek met een medewerker van P&O en zijn leidinggevende uitdrukkelijk verzocht hem te bevestigen dat hiermee de beschuldigingen van de baan waren en de zaak daarmee werd gesloten. Daaraan is geen gevolg gegeven.

1.8. In voormeld onderzoeksverslag van KPN Security is voorts onder meer als volgt opgenomen:

"Op woensdag 3 april 2002, omstreeks 14.00 uur werd het restaurant te Woonplaats] door mij, Van Ginneken, bezocht. Ik sprak daar met [de eigenaar]. Ik toonde deze man de be--doelde bonnetjes (…). [de eigenaar] verklaarde dat zijn restaurant, de op de bonnetjes genoemde maaltijd "Bami Compleet", nimmer in zijn assortiment had gehad. Tevens verklaarde hij dat de prijs voor kroepoek in zijn restaurant 2 € is (…). [de eigenaar] kwam derhalve tot de conslusie dat de-ze bonnetjes niet afkomstig waren uit zijn restaurant.

(…)

Op maandag 8 april 2002, omstreeks 11.00 uur, hebben wij, B.Muntinga en G. Mulder, even-eens consultant bij KPN Security, een bezoek gebracht aan het Chinese restaurant Lin Wah, gevestigd in het winkelcentrum "Kersenboogerd" te Hoorn. Aldaar werd gesproken met [de eige-naresse]. Desgevraagd verklaarde zij:

Bon 7 ([de collega], Bijlage B) is afkomstig van ons restaurant, maar het is een oude bon van 2001.

Vanaf 1 jan. 2002 worden de prijzen op onze bonnen vermeld in Euro's en niet meer in gul-dens. Deze bon kan dus niet gebruikt zijn op 8 maart zoals u vraagt.

Bon 4 ([werknemer], Bijlage C) is afkomstig van ons restaurant. U ziet deze bon is in Euro's vermeld en derhalve door ons uitgegeven tussen 1 jan. 2002 en nu."

1.9. In de door [werknemer] ondertekende "verklaring" is onder meer als volgt opgenomen:

"Op maandag 8 april 2002, omstreeks 14.30 uur, hoorden wij, G. Mulder en B. Muntinga, (…)

[WERKNEMER]

(…)

"In het gesprek van woensdag 3 april 2002 met de heren van Ginneken en Muntinga heb ik niet de waarheid verteld en wil ik een nadere en/of aanvullende verklaring af-leg-gen.

De bewuste dag was vrijdag 8 maart 2002. Ik was toen aan het werk met [de collega].

U confronteert mij met een bon waarvan ik weet dat deze niet afkomstig is van de Chi-nees Silver River te Woonplaats], zoals ik eerder heb verklaard. Ik heb echter de-ze bon, zijnde bon met opschrift nr. 4, betreffende een bedrag van 11.20 Euro voor 1 Bami Compleet en 1 Kroepoek, wel gebruikt voor mijn declaratie van week 10.

Tijdens de middaglunch die [de collega] en ik hebben genuttigd (…) te Amsterdam hebben wij gesproken over het declareren van onkosten voor KPN.

Echter er kwam ter sprake dat je een bon nodig hebt om te kunnen declareren. [de collega] gaf mij toen de bon die jullie mij tonen, kennelijk met de bedoeling dat ik deze bon even-tueel kon gebruiken.

(…)

Ik was in eerste instantie niet van plan om deze bon te gebruiken.

Ik had die bon niet moeten aannemen.

Ik heb de bon van [de collega] echter wel gebruikt voor mijn declaratie van week 10.

Ik ben echter wel bij de Chinees in mijn woonplaats geweest en heb daar Nassi Speciaal gehaald voor de prijs van 8.50 Euro. Ik heb dus het verschil zijnde 2.70 Euro ten onrechte van KPN ontvangen. Dit jaar ben ik een tweetal keren op pad geweest met [de collega].

Ik zie wel in dat door mijn werk/handelswijze het door mijn werkgever KPN in mij stelde vertrouwen ernstig is geschaad.

Mijn werkwijze is als frauduleus te bestempelen.

Ik heb spijt van hetgeen is gebeurd, maar ik jan de zaak niet meer terugdraaien. Ik ben bereid de schade te vergoeden.""

1.10. Nadat KPN Telecom [werknemer] op 8 april 2002 - teneinde "ons nader te beraden op de door ons te nemen vervolgstappen" - op non-actief had gesteld, heeft KPN Telecom [werknemer] op 10 april 2002 op staande voet ontslagen. In de ter bevestiging van dat ont-slag ge-zon-den brief van diezelfde datum is onder meer als volgt vermeld:

"Op grond van het feit dat er ernstige vermoedens waren dat u zich schuldig heeft ge-maakt aan gedragingen die uit hoofde van uw functie en als medewerker van KPN volstrekt ontoelaatbaar zijn bent u gisteren, maandag 8 april 2002, omstreeks 15:30 uur verhoord door de heer B. Muntinga en de heer G. Mulder, beiden consultant van KPN Securitiy.

Uit de verklaring, die is opgetekend naar aanleiding van het verhoor en door u is on-de-rtekend, is het volgende vast komen te staan.

U heeft zich schuldig gemaakt aan het misbruiken van uw positie als medewerker van KPN door valsheid in geschrifte te plegen ten aanzien van een door u ingediende de-claratie. U heeft getracht uw werkgever te bewegen een valse declaratie, voor kos-ten die u niet werkelijk heeft gemaakt, te doen uitbetalen.

Bij navraag van management ten tijde van het indienen van de betreffende decla-ra-tie, heeft u in eerste instantie een onwaar verhaal gehouden. Toen Security u de eer-ste maal verhoorde, heeft u dat verhaal ingetrokken en een andere verklaring gege-ven, welke na een tweede verhoor door Security wederom niet bleek te kloppen. Ge-ge-ven het feit dat u valsheid in geschrifte heeft gepleegd, en tot twee maal toe de waar-heid hieromtrent heeft achtergehouden, is het vertrouwen dat uw werkgever in u had ernstig geschaad.

Het door u gepleegde feit levert een dringende reden op als bedoeld in artikel 7:677 en 7:678 van het Burgerlijk Wetboek en daarvoor heb ik besloten u met onmiddellijke ingang, dat wil zeggen per woensdag 10 april 2002, op staande voet te ontslaan. Het ontslag is u vandaag bij uitreiking van deze brief mondeling aangezegd (…)"

1.11. ABVAKABO FNV heeft per brief van 12 april 2002 namens [werknemer] de nietigheid van het ontslag ingeroepen omdat van een dringende reden geen sprake zou zijn.

1.12. Op verzoek van KPN Telecom heeft de rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam, bij beschikking van 3 juli 2002 de arbeidsovereenkomst tussen KPN Telecom en [werknemer] (en tegelijk ook die tussen KPN Telecom en [de collega]) - voor zover deze toen nog be-stond - met ingang van genoemde datum ont-bonden wegens gewichtige redenen, bestaande uit een dringende reden en derhalve zonder ver-goe-ding.

1.13. Per brief van 8 oktober 2002 heeft ABVAKABO FNV namens [werknemer] afstand ge-daan van zijn beroep op de nietigheid van het ontslag en aanspraak gemaakt op de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatig ontslag ad € 14.567,= alsmede op een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag ad € 92.000,=.

1.14. [werknemer] heeft per 12 augustus 2002 een andere baan - als [timmerman] - aanvaard met een salaris van € 1.660,50 bruto per vier weken exclusief vakantietoeslag.

1.15. Bij dagvaarding in eerste aanleg van 7 april 2003 vordert [werknemer] € 14.467,= aan ge-fixeerde schadevergoeding wegens onregelmatig ontslag en € 48.375,= aan scha-de-vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Laatstgenoemde vergoeding heeft hij gebaseerd op de zgn. kantonrechtersformule met een correctiefactor van 0,5 om-dat hij inmiddels een andere baan heeft gevon-den met een aanmerkelijk lager sala-ris dan hij bij KPN Telecom verdiende.

1.16. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een dringende reden voor ontslag op staande voet en heeft de vorderingen van [werknemer] afgewezen.

2. Met de grieven wordt het geschil in volle omvang aan het hof voorgelegd. De grie-ven lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Bij memorie van grieven heeft [werknemer] zijn vordering wegens kennelijk onredelijk ont-slag verhoogd tot € 92.000,=. Daar-bij heeft hij aangevoerd dat het lagere salaris in zijn nieuwe baan ook negatieve ge-vol-gen heeft voor zijn pensioen, alsmede dat er in zijn nieuwe werkkring, anders dan bij KPN Telecom, geen sprake is van een VUT-regeling.

3. Naar het oordeel van het hof was er in dit geval sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet, dit in verband met het navolgende.

3.1. Uit de hierboven sub 1.6. vermelde verklaring, die niet is weersproken, blijkt dat [werknemer] en [de collega] aanvankelijk in de veronderstelling verkeerden dat zij alleen recht op een maaltijdkostenvergoeding hadden als zij die maaltijd op een tijdstip gelegen tussen de reguliere werk--tijd en de overwerkperiode zouden gebruiken. Nu vaststaat dat daar-van in dit geval geen sprake was, heeft [werknemer] dus een bedrag gedeclareerd waarvan hij toen zelf meende dat hij daarop geen recht had. Dat hem nadien is ge-ble--ken dat de onkostenregelingen bij KPN Telecom anders waren dan hij had ge-dacht, doet daar-aan op zich niet af.

3.2. Uit voormelde verklaring blijkt tevens dat [werknemer] op het moment waarop hij Almer desgevraagd in strijd met de feiten informeerde (zijnde vóór 20 maart 2002) nog steeds in voormelde onjuiste ver-onderstelling ver-keer-de. De door hem aan Almer verstrekte onjuiste informatie was derhalve in het licht van die veronderstelling nood-zakelijk om überhaupt voor een maaltijdvergoe-ding in aanmerking te kunnen komen. In aanmerking nemende dat [werknemer] en [de collega] op 8 maart 2002 over "problemen" bij het declareren van maaltijden hadden ge-spro-ken en dat [werknemer] diezelfde dag een bon van [de collega] heeft aangenomen en de-ze ver--volgens daadwerkelijk heeft gebruikt bij het declareren, brengt het voorgaande mee dat het "excuus" van [werknemer] dat hij zijn collega niet heeft willen afvallen, niet erg overtuigend overkomt.

3.3. Ten tijde van het in de hierboven sub 1.6 bedoelde verklaring weergegeven ge-sprek (woensdag 3 april 2002) wist [werknemer] inmiddels hoe de onkostenregeling van KPN Telecom in elkaar stak. Ook bleek hem toen dat hij en [de collega] met betrekking tot het aan-van-ke-lijk beweerde ge-za--menlijk eten in Amsterdam door de mand waren gevallen. Voor-meld "excuus" gold toen dus in ieder geval niet meer. Desondanks heeft [werknemer] toen opnieuw een onwaar verhaal verteld en vervolgens zelfs (zie hier-boven sub 1.7.) - te-gen beter weten in - bij P&O en zijn leidinggevende om een be-vestiging gevraagd dat daarmee de beschuldigingen van de baan waren en de zaak werd gesloten.

3.4. Op maandag 8 april 2002 (zie hierboven sub 1.9.) werd [werknemer] - die klaarblijkelijk niet inmid-dels zelf het initiatief had genomen om schoon schip te maken - er mee ge-confronteerd dat ook zijn laatste verhaal was gecontroleerd en onwaar bevonden.

3.5. [werknemer] klaagt er over dat zijn laatste verhaal - namelijk dat hij op 8 maart 2002 in Woonplaats] een maaltijd voor € 8,50 heeft afgehaald - niet wordt geloofd en voert aan dat KPN Telecom geen onderbouwing voor de betwisting van zijn verhaal heeft aangedragen. Naar het oordeel van het hof miskent [werknemer] dat hij alleen tegen overlegging van een bewijsstuk maaltijdkosten kan declareren, dat het door hem over-gelegde "bewijsstuk" gelet op het bovenstaande als zodanig niet kan gelden en dat hij geen "echte" bon heeft overgelegd. Dat KPN Telecom hem na alles wat ge-pas-seerd is niet meer op zijn woord gelooft en dus daarmee - in plaats van een bon - geen genoegen neemt, kan haar niet worden verweten. [werknemer] heeft derhalve niet zo-als hij stelt € 2,70 (zijnde € 11,20 minus € 8,50) maar € 11,20 door middel van vals-heid in geschrifte trachten te incasseren zonder daarop recht op te hebben.

3.6. [werknemer] was ten tijde van het ontslag op staande voet ruim 51 jaar oud en er was sprake van een dienstverband van ruim 33 jaar. Hij had steeds positieve beoor-de-lingen gehad en klachten over oneerlijk gedrag of iets dergelijks waren er niet ge-weest.

3.7. Ten tijde van het ontslag op staande voet moest rekening worden gehouden met daaruit voortvloeiende ingrij-pende negatieve inkomensgevolgen, met dien verstande dat het de vraag is of [werknemer] - gelet op de veranderende fiscale regelgeving - te zijner tijd nog gebruik zou hebben kunnen maken van de VUT-regeling van KPN Telecom.

3.8. Al het bovenstaande in aanmerking nemende zijn de aan [werknemer] te verwijten ge-dragingen - die zich met tussenpozen gedurende ongeveer een maand hebben voor-ge-daan zonder dat [werknemer] daarop zelf op enig moment is terug-gekomen - zodanig zwaarwegend dat deze ondanks leeftijd, lengte dienstverband en negatieve inko-mens-gevolgen als voormeld een dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren.

4. Het voorgaande brengt mee dat de grieven falen en dat het vonnis van de recht-bank zal worden bekrachtigd. Daarbij past veroordeling van [werknemer] in de kosten van het geding in hoger beroep.

De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het tussen partijen gewezen von-nis van de rechtbank 's-Graven-ha-ge, sector kanton, locatie 's-Gravenhage, van 16 juli 2003;

- veroordeelt [werknemer] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op deze uitspraak aan de zijde van KPN Telecom begroot op € 205,= aan verschotten en € 1.631,= aan salaris procureur.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.H. de Wild, A.A. Schuering en M.H. van Coever-den en is uit-ge--spro--ken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2005 in aanwe-zig-heid van de grif-fier.