Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2005:AT7530

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-04-2005
Datum publicatie
15-06-2005
Zaaknummer
03/1466
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzen vordering ontbinding wegens huurachterstand. Huurachterstand voldaan binnen verleende terme de grace.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak: 15 april 2005

Rolnummer: 03/1466

Rolnr. rechtbank: 339281/03-1078

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van

[Huurder],

wonende te Alphen aan den Rijn,

appellant,

hierna te noemen: [huurder],

procureur: mr. B.J. Oort,

tegen

STICHTING WONENCENTRAAL,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de Stichting,

procureur: mr. A. Vijftigschild.

Het geding

Bij exploot van 14 oktober 2003 is [huurder] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 15 juli 2003 door de rechtbank te ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie Alphen aan den Rijn, gewezen tussen partijen. Bij memorie van grieven (met producties) heeft [huurder] één grief tegen het vonnis aangevoerd, die door de Stichting bij memorie van antwoord is bestreden.

Tenslotte hebben partijen, de Stichting onder overlegging van haar procesdossier, arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

1.1. [huurder] heeft van de Stichting de woning aan het [adres] gehuurd tegen een huurprijs ten tijde van de inleidende dagvaarding van € 552,52 per maand.

1.2. [huurder] heeft na een ontslag uit zijn dienstbetrekking in december 2002 en in verband met problemen met een uitkering de huur niet stipt op tijd voldaan. Hij heeft daarover, bijgestaan door een psychiatrisch maatschappelijk werker, contact opgenomen met de Stichting.

1.3. De huur over januari 2003 is op 4 maart 2003 voldaan en die over februari 2003 op 14 maart 2003. Voorts heeft de Stichting ermee ingestemd dat de huur voor maart 2003 vóór 1 mei 2003 zou worden voldaan, mits de andere huurtermijnen stipt op tijd zouden worden voldaan.

1.4. De dagvaarding in eerste aanleg is uitgebracht op 14 mei 2003. De Stichting vordert daarbij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde met veroordeling van [huurder] tot betaling van de huurachterstand, op dat moment drie maanden huur te weten: maart, april en mei 2003, met rente en incassokosten.

1.5. De huurachterstand is als zodanig door [huurder] niet betwist.

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis de vorderingen van de Stichting toegewezen.

2.1. [huurder] klaagt erover dat de rechtbank geen rekening heeft gehouden met het feit, dat sprake was van een geringe huurachterstand, waarbij tevens door [huurder] werd aangegeven dat hij bereid was deze op korte termijn in te lopen. De huur over mei is op 23 mei 2003 betaald. Voorts verwijt [huurder] de rechtbank dat hem geen termijn van een maand is gegund om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

2.2. Het hof overweegt als volgt. De huurachterstand ten tijde van de inleidende dagvaarding was in beginsel voldoende om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Het hof is echter van oordeel dat op het moment dat in eerste aanleg vonnis werd gevraagd op grond van de na te noemen feiten en omstandigheden voldoende aanleiding bestond om [huurder] een terme de grâce van een maand te geven.

- Op het moment dat vonnis werd gevraagd, was -zoals in hoger beroep is gebleken- door [huurder] de huur voor de maand mei 2003 betaald.

- [huurder] heeft, toen hij in betalingsproblemen kwam, dit meteen bij de Stichting gemeld en toegelicht en hulp gezocht.

- Voor [huurder] was inmiddels (begin mei 2003) schuldhulpverlening in gang gezet.

2.3. Nu in hoger beroep onbetwist is gesteld dat op 4 juli 2003, dus binnen de te verlenen terme de grâce, de huur over de maanden maart, april, juni en juli 2003 was voldaan, staat daarmee vast dat de grond voor ontbinding van de huurovereenkomst was komen te vervallen. Het vonnis van de rechtbank zal derhalve worden vernietigd en de vorderingen van de Stichting zullen worden afgewezen. Het hof acht termen aanwezig de proceskosten in beide instanties te compenseren.

Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis van de rechtbank te ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie Alphen aan den Rijn, van 15 juli 2003, gewezen tussen partijen

en opnieuw rechtdoende

wijst de vorderingen van de Stichting af;

compenseert de proceskosten in beide instanties in die zin, dat elke partij haar eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M.E. In ’t Velt-Meijer, A.A..Schuering en M.H. van Coeverden en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2005 in aanwezigheid van de griffier.