Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2005:AT6325

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-04-2005
Datum publicatie
27-05-2005
Zaaknummer
03/1217
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huur woonruimte. Ingangsdatum huurovereenkomst. Waterschade, geen schending zorgplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 1 april 2005

Rolnummer: 03/1217

Zaaknummer rechtbank: 423304 CV EXPL 02-17347

HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van

EURO DOLLAR HOLDING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

appellante,

hierna te noemen: Euro Dollar,

procureur: mr. A.A.S. Mosele,

tegen

[Huurster],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: [huurster],

procureur: mr. H.J. van Gijssel.

Het geding

Bij exploot van 3 september 2003 is Euro Dollar in hoger beroep gekomen van het tussenvonnis van 7 februari 2003 en het eindvonnis van 11 juli 2003 door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, gewezen tussen partijen. Euro Dollar heeft bij memorie van grieven tevens akte vermeerdering van eis (met productie) zes grieven opgeworpen, die door [huurster] bij memorie van antwoord zijn bestreden. Vervolgens heeft Euro Dollar een akte genomen. Daarop hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. In het bestreden tussenvonnis heeft de rechtbank onder het kopje "De vaststaande feiten" een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Daartegen is in hoger beroep niet opgekomen, zodat het hof ook van die feiten zal uitgaan.

2. Het gaat in deze zaak, samengevat, om het volgende.

2.1 [huurster] huurt de aan Euro Dollar in eigendom toebehorende woning, een studio op de vierde verdieping, aan de Van Weelstraat 39B te Rotterdam. De overeengekomen ingangsdatum van de huur was 1 december 2001.

2.2 [huurster] heeft op 27 november 2001 de huur voor de maand december 2001 aan Euro Dollar betaald en heeft diezelfde dag op haar eigen verzoek de sleutel van de studio van Euro Dollar gekregen om in de studio enkele klusjes (zoals schilderwerkzaamheden) te verrichten.

2.3 [huurster] heeft tussen 27 november en 1 december 2001, ook op

29 november 2001, met haar vriend in de studio gewerkt. In die periode hebben ook een of meer andere personen, in opdracht van Euro Dollar, in de studio gewerkt. Op 29 of 30 november 2001 is waterschade in de studio en in de woningen eronder ontstaan doordat de wasmachinekraan (hierna: de kraan) in de studio open heeft gestaan, zonder dat het water behoorlijk werd opgevangen of afgevoerd.

2.4 Euro Dollar heeft een deel van de schade vergoed gekregen van haar opstalverzekeraar.

2.5 Euro Dollar heeft [huurster] aansprakelijk gesteld voor het niet vergoede gedeelte van de schade. [huurster] heeft die schade niet vergoed.

2.6 Euro Dollar vordert in dit geding, na vermeerdering van eis in hoger beroep, primair [huurster], op de grond dat [huurster] tekortgeschoten is in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst tussen partijen, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.481,19, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarding in eerste aanleg tot aan de dag der algehele voldoening. Subsidiair vordert Euro Dollar [huurster], op grond van onrechtmatige daad, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarding in eerste aanleg tot aan de dag der algehele voldoening.

2.7 De rechtbank heeft in voormeld tussenvonnis geoordeeld dat de huur niet eerder dan 1 december 2001 is ingegaan en heeft Euro Dollar toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat [huurster] jegens Euro Dollar onrechtmatig heeft gehandeld ter zake van de waterschade op 29 of 30 november 2001. Na getuigenverhoren heeft de rechtbank in het eindvonnis geoordeeld dat Euro Dollar niet in het bewijs is geslaagd en heeft zij de vordering van Euro Dollar afgewezen.

3. De grieven leggen het geschil in volle omvang aan het oordeel van het hof voor en lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

4. Euro Dollar stelt dat de huurovereenkomst op 27 november 2001 is ingegaan en dat om die reden op [huurster] de bewijslast rust dat de schade niet door haar nalatigheid is veroorzaakt. Euro Dollar heeft bewezen, althans aannemelijk gemaakt, dat zij de schade niet kan hebben veroorzaakt en dat alleen [huurster] de schade kan hebben veroorzaakt. [huurster] had bij haar vertrek uit de woning moeten controleren of de kraan niet liep. [huurster] was verantwoordelijk voor de woning, de woning was nieuw voor haar en zij was ervan op de hoogte dat in de buurt van de kraan werkzaamheden waren uitgevoerd. Voorts ontslaat de door [huurster] gestelde en door Euro Dollar bestreden omstandigheid, dat bij het vertrek geen water uit de kraan zou stromen, [huurster] niet van haar zorgplicht. Aldus Euro Dollar.

5. Het hof overweegt als volgt.

5.1 Vaststaat dat de huurovereenkomst zou ingaan op 1 december 2001. Euro Dollar heeft niet gesteld dat met zoveel woorden is besproken dat de huurovereenkomst op een eerdere datum zou ingaan. Zij heeft wel gesteld dat zij voor de periode vóór 1 december 2001 geen extra vergoeding heeft bedongen. Euro Dollar heeft in eerste aanleg gesteld dat zij als voorwaarde voor het eerder verkrijgen van de sleutel heeft gesteld, dat [huurster]s eerst de huur voor de maand december 2001 zou voldoen. Dit is ook zo verklaard door de in eerste aanleg gehoorde getuige [A]. Om die reden gaat het hof voorbij aan de in de memorie van grieven zonder nadere toelichting gebruikte aangepaste formulering van de voorwaarde, dat [huurster] de eerste huurtermijn zou voldoen.

Volgens de door Euro Dollar overgelegde schriftelijke verklaring van Rots-Vast Groep, die bevestiging vindt in de getuigenverklaring van [A], heeft overhandiging van de sleutel plaatsgevonden bij de ondertekening van het huurcontract op 27 november 2001. Gesteld noch gebleken is dat in het huurcontract - dat niet is overgelegd - een eerdere ingangsdatum dan 1 december 2001 is vermeld of aangetekend. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat de huurovereenkomst - met alle daaraan verbonden verplichtingen en risico's zoals die uit het in dezen toepasselijke artikel 7A:1600 jo. 1599 BW (oud) kunnen voortvloeien - niet eerder dan per 1 december 2001 is ingegaan.

5.2 De zorgverplichting van [huurster] in de periode vóór 1 de-cember 2001 uit hoofde van de afspraak omtrent het eerder mogen gebruiken van de studio was op zich geen andere dan van iemand die, zonder dat sprake is van enige overeen-komst, met toestemming van de ver-huurder in de woning verblijft en deze na daarin te hebben geklust als laatste verlaat. Euro Dollar heeft ook niet gesteld dat ter zake een onderscheid zou moeten worden gemaakt. Evenmin heeft Euro Dollar gesteld dat de in haar bewijsaanbod in hoger beroep vermelde getuigen, die allen in eerste aanleg zijn gehoord, meer of anders zouden kunnen verklaren dan zij hebben gedaan, zodat het hof aan dat bewijsaanbod voorbij gaat. Dan komt derhalve aan de orde of is bewezen dat [huurster] haar voormelde zorgverplichting heeft geschonden.

5.3 De bewijspositie van Euro Dollar wordt bij gebreke van een huurovereenkomst vóór 1 december 2001 niet door artikel 7A:1600 lid 2 BW (oud) beheerst.

5.4 De "ijskastwerklieden" kwamen onweersproken in opdracht van Euro Dollar en het enkele feit dat [huurster] hen feitelijk toegang zou hebben verschaft, leidt er niet toe dat [huurster] voor hun doen en laten verantwoordelijk werd.

5.5 Met de rechtbank komt het hof tot het oordeel dat gezien de inhoud van de getuigenverklaringen, in hun onderling verband en samenhang beschouwd, niet is komen vast te staan dat [huurster] bij haar vertrek uit de studio, voordat de waterschade ontstond, de wasmachinekraan heeft open laten staan. Het hof verenigt zich in dat verband met de door de rechtbank gegeven motivering en maakt die tot de zijne. Het hof voegt daaraan toe, dat het vóór vertrek uit de studio niet controleren van de kraan - noch in het algemeen noch in dit geval - schending van de zorgplicht van [huurster] oplevert.

5.6 De slotsom is dat de grieven falen. De vonnissen waarvan beroep zullen worden bekrachtigen en Euro Dollar zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het tussenvonnis van 7 februari 2003 en het eindvonnis van 11 juli 2003 door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, gewezen tussen partijen;

- veroordeelt Euro Dollar in de kosten van het hoger beroep, tot op deze uitspraak aan de zijde van [huurster] bepaald op € 837,-, waarvan € 205,- voor verschotten en € 632,- voor salaris procureur.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M.E. In 't Velt-Meijer, L.F.A. Husson en

M.H. van Coeverden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2005 in bijzijn van de griffier.