Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2005:AT6248

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-05-2005
Datum publicatie
18-07-2005
Zaaknummer
1185-H-04
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid Nederlandse rechter kennis te nemen van een adoptieverzoek: voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer. Mogelijkheid van adoptie van een kind dat, naar Engels recht beoordeeld een wettelijke vader en moeder heeft, door de wettelijke ouders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak : 18 mei 2005

Rekestnummer : 1185-H-04

Rekestnr. rechtbank : 04-1863

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

FAMILIEKAMER

B e s c h i k k i n g

in de zaak van

[appellant],

en

[appellant],

beiden wonende te [woonplaats],

verzoekers in hoger beroep,

hierna te noemen: verzoekers, dan wel verzoeker en verzoekster,

procureur mr. A.A.M. Ruys-van Essen.

Als belanghebbende[is aangemerkt]:

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [belanghebbende].

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Verzoekers zijn op 13 december 2004 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank te ‘s-Gravenhage van 15 september 2004.

Van de zijde van verzoekers zijn bij het hof op 14 en 31 december 2004 en 1 april 2005 aanvullende stukken ingekomen.

Van de zijde van het Openbaar Ministerie is bij het hof op 12 april 2005 de conclusie van de advocaat-generaal ingekomen.

Op 13 april 2005 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen is de procureur van verzoekers. Verzoekers en [belanghebbende] zijn, hoewel daar-toe behoor-lijk opge-roepen, niet versche-nen.

De procureur van verzoekers heeft het woord gevoerd, onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotitie. [belanghebbende] heeft schrifte-lijk zijn mening ten aanzien van de adoptie kenbaar gemaakt.

VASTSTAANDE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzit-ting staat - voor zover in hoger beroep van belang - het volgende vast.

Verzoekers zijn de ouders van:

[verzoeker], geboren op [geboortedatum] te [woonplaats], en

[belanghebbende], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].

Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit en verzoekster en [belanghebbende] hebben de Britse nationaliteit.

Op 31 maart 2004 hebben verzoekers de rechtbank te ‘s-Gravenhage verzocht de adoptie naar Nederlands recht uit te spreken van [belanghebbende] door verzoekers.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. Verzoekers verzoeken de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, alsnog uit te spreken de adoptie door verzoekers van [belanghebbende].

2. Verzoekers zijn van mening dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat haar geen rechtsmacht toekomt wegens onvoldoende verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer. Zij voeren hiertoe aan dat de rechtbank in een vrijwel identieke situatie wel rechtsmacht had aangenomen. Bovendien gaat de rechtbank door aldus te oordelen voorbij aan de belangen van [belanghebbende].

Voorts stellen verzoekers dat de rechtbank ten onrechte heeft gewezen op artikel 6 lid 1 sub c van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter verkrijging van het Nederlanderschap.

3. Namens het Openbaar Ministerie heeft de advocaat-generaal geconcludeerd dat de grieven van verzoekers ongegrond zijn en de bestreden beschikking dient te worden bekrachtigd.

4. Het hof overweegt als volgt. Verzoekers beogen met hun verzoek te bewerkstelligen dat [belanghebbende] verzoeker tot vader heeft, zodat [belanghebbende] tevens de Nederlandse nationaliteit bezit. Naar het oordeel van het hof is, mede gelet op de Nederlandse nationaliteit van verzoeker en - voor zover te dezen van belang - artikel 3 aanhef en sub c Rv daarin voldoende substantiële aanknoping gelegen om rechtsmacht van de Nederlandse rechter aan te nemen. De eerste grief is mitsdien terecht voorgesteld, zodat de beschikking waarvan beroep dient te worden vernietigd.

5. De vraag die vervolgens beantwoord moet worden is of de verzochte adoptie kan worden uitgesproken. In dat verband is het navolgende van belang. In de door verzoekers in eerste aanleg inzake de geboorte van [belanghebbende] overgelegde ‘Certified copy of an entry pursuant to the Births and Death Registration Act 1953’, opgemaakt op 17 februari 1988, worden verzoekers vermeld als ‘informants’, verzoeker als ‘father’ en verzoekster als ‘mother’. Naar luid van de destijds geldende Section 10 van de ‘Births and Death Registration Act 1953’ betekent het hieruit blijkende gezamenlijke verzoek van verzoekers tot ‘registration’ van [belanghebbende], dat verzoeker naar Engels recht als de vader van het kind [belanghebbende] moet worden beschouwd, behoudens tegenbewijs. Daarmee heeft [belanghebbende] naar Engels recht zowel een vader als een moeder.

6. In de tijd dat [belanghebbende] het levenslicht zag, gold naar Nederlands internationaal privaatrecht op grond van artikel 6 AB als hoofdregel dat op de afstamming tussen een vader en zijn kind de nationale wet van de vader toepasselijk was. Naar het oordeel van het hof geldt deze hoofdregel hier niet. Aangezien [belanghebbende] in Engeland is geboren uit een moeder met enkel de Britse nationaliteit en hij en zijn ouders sindsdien in Engeland woonachtig zijn geweest, dient - mede gelet op de belangen van [belanghebbende] waarbij het hof in het bijzonder rekening houdt met het feit dat een erkenning naar Nederlands recht van [belanghebbende] door verzoeker als zijn kind niet heeft plaatsgevonden - naar regels van ongeschreven Nederlands internationaal privaatrecht, de Engelse wet te worden toegepast op de vraag of [belanghebbende] verzoeker tot vader heeft.

7. Op grond van deze regel van Nederlands internationaal privaatrecht zullen dit naar Engels recht bestaande vaderschap en de gevolgen daarvan in beginsel in Nederland voor erkenning in aanmerking komen. In het bijzonder leidt het vorenstaande ertoe dat [belanghebbende] heeft te gelden als een kind van verzoeker. Daarmee heeft [belanghebbende] ook naar Nederlands recht zowel een vader als een moeder.

8. Uit het systeem van de regeling van adoptie naar Nederlands recht in het algemeen en uit artikel 1:227 lid 3 BW in het bijzonder, vloeit voort dat een adoptie van een kind door de beide wettige ouders van dat kind niet mogelijk is, zodat het daartoe strekkend verzoek dient te worden afgewezen.

9. De tweede grief behoeft - gelet op het vorenstaande - geen behandeling meer.

10. Het bovenstaande brengt mee dat het hof bevoegd is van het verzoek kennis te nemen, dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd en dat het verzoek de adoptie uit te spreken dient te worden afgewezen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende:

wijst de verzochte adoptie af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Nievelt, Van Montfoort en Van der Burght, bijge-staan door mr. Quarles van Ufford-van Waning als griffier en uit-gespro-ken ter openba-re terechtzit-ting van 18 mei 2005.