Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2005:AT0196

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-03-2005
Datum publicatie
14-03-2005
Zaaknummer
2200101704
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een zware gasexplosie in een op een eerste verdieping gelegen woning welke deel uitmaakte van een aantal portiekwoningen. De aanleiding hiervoor was dat hij in onmin leefde met zijn verhuurder. Door de ontploffing zijn naast de door verdachte bewoonde woning de overige zeven andere woningen uit zijn portiek totaal vernield, waarbij tevens gevaar voor instorting bestond. Voorts werd een vijftigtal panden beschadigd hoofdzakelijk wegens glasschade en rondvliegend glas. Dat hierbij slechts drie personen (licht) gewond zijn geraakt mag een wonder heten en doet dan ook niet af aan het ernstig gevaarzettende karakter van verdachtes handelen dat levensbedreigend was voor omwonenden. Verdachte heeft zich kennelijk slechts laten leiden door zijn wraakgevoelens en heeft zich in het geheel niet bekommerd om het leed en de schade dat in zijn handelen lag besloten, welk een en ander ook daadwerkelijk is toegebracht aan de omwonenden die al dan niet tijdelijk hun woning hebben moeten verlaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001017-04

Parketnummer(s): 10-030066-03

Datum uitspraak: 14 maart 2005

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 29 januari 2004 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 8 oktober 2004, 3 december 2004 en 28 februari 2005.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Opzettelijk een ontploffing te weeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

Opzettelijk een ontploffing te weeg brengen, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en opnieuw rechtdoende tot veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een zware gasexplosie in een op een eerste verdieping gelegen woning welke deel uitmaakte van een aantal portiekwoningen. De aanleiding hiervoor was dat hij in onmin leefde met zijn verhuurder. Door de ontploffing zijn naast de door verdachte bewoonde woning de overige zeven andere woningen uit zijn portiek totaal vernield, waarbij tevens gevaar voor instorting bestond. Voorts werd een vijftigtal panden beschadigd hoofdzakelijk wegens glasschade en rondvliegend glas. Dat hierbij slechts drie personen (licht) gewond zijn geraakt mag een wonder heten en doet dan ook niet af aan het ernstig gevaarzettende karakter van verdachtes handelen dat levensbedreigend was voor omwonenden. Verdachte heeft zich kennelijk slechts laten leiden door zijn wraakgevoelens en heeft zich in het geheel niet bekommerd om het leed en de schade dat in zijn handelen lag besloten, welk een en ander ook daadwerkelijk is toegebracht aan de omwonenden die al dan niet tijdelijk hun woning hebben moeten verlaten. Een gasexplosie zoals deze zich heeft voorgedaan heeft een zeer schokkend effect op de rechtsorde en verhoogt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Op het handelen van verdachte kan niet anders gereageerd worden dat door het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij het bepalen van de aan de verdachte op te leggen straf heeft het hof kennis genomen van het Uittreksel Justitieel Documentatieregister van 15 februari 2005, waaruit blijkt dat verdachte eerder werd veroordeeld tot onder meer onvoorwaardelijke gevangenisstraffen terzake van voornamelijk vermogensdelicten, veelal stoelend op misbruik van vertrouwen en bedrog. Tevens heeft het hof acht geslagen op het omtrent verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport van 8 augustus 2003, het psychologisch rapport van 17 februari 2005 en het psychiatrisch rapport van 18 februari 2005.

Alles afwegend komt het hof tot de conclusie dat na te noemen vrijheidsstraf passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs. Ritter, Kramer en Gerritzen, in bijzijn van de griffier mr. Bromet.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 maart 2005.