Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2004:AO9000

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-03-2004
Datum publicatie
06-05-2004
Zaaknummer
C02/729
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

wijziging rechtsdag via herstelexploit, appellant niet ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 5 maart 2004

Rolnummer: 02/729

Rolnr. rechtbank: 01/703

HET GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van

[Appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

procureur: mr. H.C. Grootveld,

tegen

STICHTING L'ESCAUT WOONSERVICE,

rechtsopvolger onder algemene titel van Stichting Basco Stichting Woningbeheer,

gevestigd te Vlissingen,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Woonservice,

procureur: mr. E.A.C. van Kempen.

Het geding

Bij exploot van 1 mei 2002 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 29 oktober 2001 van de kantonrechter te Middelburg en van het vonnis van 4 februari 2002 van de rechtbank te Middelburg, sector kanton, locatie Middelburg gewezen tussen partijen. Bij memorie van grieven (met producties) heeft [appellant] vier grieven tegen het vonnis aangevoerd, die door Woonservice bij memorie van antwoord zijn bestreden. Partijen hebben vervolgens schriftelijk gepleit. De pleitnota's maken deel uit van het procesdossier.

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

De ontvankelijkheid van het hoger beroep

1. [appellant] heeft bij exploit van 1 mei 2002 Woonservice gedagvaard om te verschijnen ter zitting van dit hof van 16 mei 2002. Vervolgens heeft [appellant] aan Woonservice op 13 mei 2002 een "herstelexploit" doen betekenen, blijkens welk exploit de datum en tijdstip van de terechtzitting van 16 mei 2002 dienen te worden gelezen als 27 juni 2002 om 10.00 uur. De zaak is op 16 mei 2002 niet op de rol ingeschreven, doch wel op de rol van 27 juni 2002.

2. Woonservice stelt dat [appellant] in zijn hoger beroep niet ontvankelijk moet worden verklaard. Zij voert daartoe aan, dat het exploit van 13 mei 2002 geen herstelexploit is, omdat het eerste exploit van 1 mei 2002 geen gebrek vertoonde en dit tweede exploit buiten de appeltermijn is betekend.

3. [appellant] voert daartegen aan, dat Woonservice ter rolzitting van 27 juni 2002 is verschenen en op 3 april 2003 een inhoudelijke memorie van antwoord heeft genomen. Derhalve is niet aannemelijk geworden dat Woonservice door het uitgebrachte herstelexploit onredelijk is benadeeld of onredelijk in haar belangen is geschaad.

4. Het hof overweegt als volgt. De dagvaarding van 1 mei 2002 strekte ertoe Woonservice op te roepen tegen de zitting van 16 mei 2002. Het stond [appellant] in beginsel niet vrij om deze dag voor het verschijnen daarvan te wijzigen. De uitzondering op dit beginsel, zoals vermeld in artikel 120, lid 2 Rv. doet zich in dit geval niet voor, aangezien de dagvaarding geen gebrek vertoonde. Nu het exploit van 13 mei 2002 niet strekte tot herstel van een processueel gebrek, had dit ook niet tot gevolg dat de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag van 16 mei 2002 werd gewijzigd. Vaststaat dat [appellant] de zaak niet heeft ingeschreven op de rol van 16 mei 2002. Dit verzuim leidt tot niet ontvankelijkheid van het hoger beroep van [appellant].

5. De vraag of Woonservice door het herstelexploit onredelijk in haar belangen is geschaad, is niet relevant aangezien er geen sprake is van een gebrek in de dagvaarding van 1 mei 2002 en Woonservice zich daar ook niet op heeft beroepen.

6. Het verweer van Woonservice slaagt en [appellant] zal in zijn hoger beroep niet ontvankelijk worden verklaard en worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

- verklaart [appellant] niet ontvankelijk in zijn hoger beroep;

- veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woonservice bepaald op € 193,= aan verschotten en op € 1.090 aan salaris voor de procureur.

Dit arrest is gewezen door mrs. In 't Velt-Meijer, Beyer-Lazonder en Husson en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2004 in aanwezigheid van de griffier.