Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2004:AO7889

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-04-2004
Datum publicatie
20-04-2004
Zaaknummer
2200304103
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een gewapende overval. De verdachte en zijn mededaders zijn de woning van het slachtoffer binnengekomen door 's avonds, met bivakmutsen op, aan te bellen en toen het slachtoffer open deed, hem een vuurwapen dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd te zetten en hem de woning in te duwen. Het slachtoffer is vervolgens in zijn eigen woning onder bedreiging van een vuurwapen dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp vastgebonden en beroofd en waarbij niet is teruggedeinsd om geweld tegen hem te gebruiken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummers 0975749302

datum uitspraak 6 april 2004

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank te 's-Gravenhage van 16 oktober 2003 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 23 maart 2004.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd. Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar met aftrek van de door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en

2 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

6. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 primair: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 2: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

8. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

9. Strafmotivering

De advocaat-generaal mr. Van der Horst heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een gewapende overval. De verdachte en zijn mededaders zijn de woning van het slachtoffer binnengekomen door 's avonds, met bivakmutsen op, aan te bellen en toen het slachtoffer open deed, hem een vuurwapen dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd te zetten en hem de woning in te duwen. Het slachtoffer is vervolgens in zijn eigen woning onder bedreiging van een vuurwapen dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp vastgebonden en beroofd en waarbij niet is teruggedeinsd om geweld tegen hem te gebruiken. Aldus handelend, heeft de verdachte zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een zeer ernstig vermogensdelict. Deze brutale overval in de eigen woning is door het slachtoffer als buitengewoon bedreigend ervaren en te verwachten valt dat hij nog geruime tijd zal lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hem is aangedaan. Daarnaast brengen feiten zoals het onderhavige bij de burgers in het algemeen angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg.

In tegenspraak met zijn verklaring dat hij direct na deze gewapende overval spijt had van zijn daad heeft de verdachte enkele maanden later zich samen met een mededader schuldig gemaakt aan een inbraak in een beddenzaak, waarbij een aanzienlijke hoeveelheid beddengoed en geld is weggenomen. Een dergelijk feit veroorzaakt ergernis en overlast en brengt financiële schade voor het slachtoffer met zich mee.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 4 maart 2004, reeds eerder is veroordeeld voor het plegen van andere en soortgelijke feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikel 57, 63, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER JAREN.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs. Stoker- Klein, Den Os en Van Kempen, in bijzijn van de griffier mr. Van Kuilenburg.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 april 2004.

Mr. Den Os is buiten staat dit arrest te ondertekenen.