Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2004:AO7384

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-03-2004
Datum publicatie
13-04-2004
Zaaknummer
2200477903
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft als deelnemer aan een criminele organisatie gedurende een lange periode zich beziggehouden met de handel in kostbare gestolen auto's. De verdachte kreeg auto's aangeboden en zocht vervolgens zelf naar kopers daarvoor. De zaken liepen zo goed dat hij ook werd gebeld met de vraag of hij nog iets te koop had. Alle auto's waren splinternieuw en werden ver onder de marktwaarde verkocht. De verdachte heeft slechts oog gehad voor zijn financiële gewin en heeft zich op geen enkel moment bekommerd om de financiële schade en overlast die hij mede heeft veroorzaakt. De verdachte is een onmisbare schakel geweest tussen de aanbieders en afnemers van gestolen auto's, maar hij is naar het oordeel van het hof niet aan te merken als leider van de organisatie, omdat de organisatie niet hiërarchisch werkte en de ondergeschikte rol van enkelen niet alle anderen tot leidinggevenden bestempelt. Of [naam] aan die organisatie heeft deelgenomen heeft het hof niet onderzocht, omdat diens strafzaak in hoger beroep nog niet is behandeld. Het hof heeft erop gelet dat de misdadigersbende, bedoeld onder 1, meer misdreef dan alleen helingen, maar dat het aandeel van de verdachte daarin grotendeels samenviel met de onder 2 en 5 bedoelde vormen van heling.

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER JAREN EN TIEN MAANDEN.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rolnummer 2200477903

parketnummer 1200004803

datum uitspraak 30 maart 2004

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Middelburg van 24 september 2003 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 16 maart 2004.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 primair, 5 primair en 7 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 subsidiair, 3 primair, 4, 5 subsidiair en 6 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest en met beslissingen omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het vonnis.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van de officier van justitie is blijkens mededeling van de advocaat-generaal op de terechtzitting niet gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissing ten aanzien van het onder 7 tenlastegelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair, 5 primair en 6 is tenlastegelegd.

De verdachte moet derhalve hiervan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair, 3 primair, 4 en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

2 subsidiair. Medeplichtigheid bij

diefstal door twee of meer verenigde personen en gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

en

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels.

3 primair. Medeplegen van gewoonteheling.

4. Diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of aan andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

5 subsidiair. Medeplegen van opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal mr Van Es heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte van het onder 2 primair, 5 primair en 6 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 subsidiair, 3 primair, 4 en 5 subsidiair zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts concludeert hij tot de teruggave van de inbeslaggenomen Mercedes 300 SL aan de rechthebbende en teruggave van de inbeslaggenomen koptelefoon en visitekaartje aan de verdachte.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft als deelnemer aan een criminele organisatie gedurende een lange periode zich beziggehouden met de handel in kostbare gestolen auto's. De verdachte kreeg auto's aangeboden en zocht vervolgens zelf naar kopers daarvoor. De zaken liepen zo goed dat hij ook werd gebeld met de vraag of hij nog iets te koop had. Alle auto's waren splinternieuw en werden ver onder de marktwaarde verkocht. De verdachte heeft slechts oog gehad voor zijn financiële gewin en heeft zich op geen enkel moment bekommerd om de financiële schade en overlast die hij mede heeft veroorzaakt. De verdachte is een onmisbare schakel geweest tussen de aanbieders en afnemers van gestolen auto's, maar hij is naar het oordeel van het hof niet aan te merken als leider van de organisatie, omdat de organisatie niet hiërarchisch werkte en de ondergeschikte rol van enkelen niet alle anderen tot leidinggevenden bestempelt. Of [naam] aan die organisatie heeft deelgenomen heeft het hof niet onderzocht, omdat diens strafzaak in hoger beroep nog niet is behandeld. Het hof heeft erop gelet dat de misdadigersbende, bedoeld onder 1, meer misdreef dan alleen helingen, maar dat het aandeel van de verdachte daarin grotendeels samenviel met de onder 2 en 5 bedoelde vormen van heling.

Bij een enkele gelegenheid heeft de verdachte een of meer personen naar een vakantiewoning gebracht waar zij vervolgens hebben ingebroken en middels de bij die inbraak buitgemaakte autosleutels de voertuigen hebben weggenomen. De verdachte heeft daarna die voertuigen weggereden. Voorts is de verdachte betrokken geweest bij een overval op een vrachtwagen, waarbij de chauffeur, onder bedreiging van een vuurwapen en door het spuiten van een bijtende stof in zijn ogen in een kofferbak van een auto is gestopt waarmee men vervolgens is gaan rijden. Het slachtoffer, dat werd achtergelaten in de kofferbak en deze uiteindelijk zelf heeft kunnen openmaken, moet doodsangsten hebben uitgestaan. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke gebeurtenissen nog lange tijd onder de psychische gevolgen daarvan kunnen lijden.

Het hof heeft zich niet aan de indruk kunnen onttrekken dat de verdachte het laakbare van zijn handelen bij deze overval niet inziet en de zaken bagatelliseert. De verdachte heeft weliswaar geen geweld gebruikt, maar is in strafrechtelijke zin als medepleger verantwoordelijk, nu hij heeft deelgenomen aan de voorbereiding, uitvoering en de verdeling van de buit.

Op dergelijke feiten kan alleen worden gereageerd met een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 05 maart 2004, eerder ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat zich in het dossier uitgewerkte tapverslagen bevinden van gesprekken tussen hem en zijn cliënt.

Het hof stelt vast dat - met grove overschrijding van de wettelijke bevoegdheden - de gesprekken tussen de advocaat en de verdachte door de politie zijn afgeluisterd, uitgewerkt en in het dossier gevoegd. Op zich zelf genomen rechtvaardigt deze handelswijze een ingrijpende strafkorting. Gelet evenwel op de informele inhoud van die gesprekken acht het hof in dit geval een korting van slechts twee maanden passende en geboden, nu de verdachte door het afluisteren - zoals door de raadsman toegegeven - niet in zijn belang of verdediging is geschaad.

Beslag

Van de inbeslaggenomen koptelefoon en het visitekaartje zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

Van het inbeslaggenomen overschrijvingsbewijs zal het hof de bewaring gelasten ten behoeve van de rechthebbende.

Over de inbeslaggenomen auto, Mercedes 300 SL is bij aparte beklagschriftprocedure op 30 maart 2004 beslist dat deze zal worden teruggegeven aan de rechthebbende.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 48, 57, 140, 310, 311, 312, 416 en 417 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 5 primair en 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair, 3 primair, 4 en 5 subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER JAREN EN TIEN MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave van de koptelefoon en het visitekaartje aan de verdachte.

Gelast de bewaring van het inbeslaggenomen overschrijvingsbewijs ten behoeve van de rechthebbende.

Dit arrest is gewezen door mrs Koning, Van Rijnberk en Mos-Verstraten, in bijzijn van de griffier mr De Vries.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 maart 2004.