Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AO4287

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-12-2003
Datum publicatie
23-02-2004
Zaaknummer
2200127903
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte en zijn mededaders hebben zich in een periode van enkele maanden schuldig gemaakt aan een aanzienlijk aantal roofovervallen, waarbij het gebruik van wapens en grof fysiek geweld niet is geschuwd. Bij twee gelegenheden werden automobilisten, nadat een aanrijding was geënsceneerd, van hun auto beroofd. Bij de overige overvallen waren winkeliers het slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer 1003008602 (2x)

datum uitspraak 31 december 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 31 januari 2003

in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 17 december 2003.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie nader omschreven en zoals ter terechtzitting in hoger beroep op vordering van de advocaat-generaal gewijzigd.

Van de dagvaardingen en van de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, alsmede van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 6 en 9 tenlastegelegde vrijgesproken en terzake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren, met aftrek van voorarrest, met beslissing omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen als nader in het vonnis omschreven.

Door de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is kennelijk niet gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissing ten aanzien van het onder 6 en 9 tenlastegelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van het hof onderworpen.

5. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

6. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

7. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandig-heden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

8. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 bewezenverklaarde levert op:

1:

De voortgezette handeling van: diefstal, voorafgegaan of vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

diefstal door twee of meer verenigde personen;

2, 3, 7 en 8:

Diefstal, voorafgegaan of vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

4:

Diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

5:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

9. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

10. Strafmotivering

De advocaat-generaal mr. Strack heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, de heer [naam], tot een bedrag van € 1.000,- gevorderd, met niet-ontvankelijk verklaring voor het overige, alsmede toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, de heer [naam], tot een bedrag van € 1808,-, alsmede telkens de oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.000,-, subsidiair twintig dagen hechtenis, respectievelijk een bedrag van € 1.808,-, subsidiair zesendertig dagen hechtenis, ten behoeve van de slachtoffers.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte en zijn mededaders hebben zich in een periode van enkele maanden schuldig gemaakt aan een aanzienlijk aantal roofovervallen, waarbij het gebruik van wapens en grof fysiek geweld niet is geschuwd. Bij twee gelegenheden werden automobilisten, nadat een aanrijding was geënsceneerd, van hun auto beroofd. Bij de overige overvallen waren winkeliers het slachtoffer. De door de verdachte gepleegde feiten dragen in ernstige mate bij aan de (toenemende) onveiligheid in openbare ruimtes en leveren bovendien een onaanvaardbare aantasting op van het bestaansrecht van een onafhankelijke middenstand. De verdachte en zijn mededaders hebben de slachtoffers niet alleen financiële schade maar ook fysiek en psychisch leed berokkend. Slachtoffers van dergelijke feiten ondervinden nog lang de psychische gevolgen van wat hen is aangedaan.

Voorts heeft de verdachte een vuurwapen voorhanden gehad. Dergelijke wapens worden meer en meer gebruikt bij het plegen van strafbare feiten. Het ongecontroleerde bezit daarvan leidt, zoals uit de onderhavige zaak ondubbelzinnig is gebleken, niet zelden tot het plegen van ernstige geweldsdelicten. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van dergelijke wapens.

Het hof heeft in aanmerking genomen de betrekkelijk jeugdige leeftijd van de verdachte en de omstandigheid dat de verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Desalniettemin is het hof van oordeel dat de ernst van de feiten een gevangenisstraf van aanzienlijke duur, zoals na te melden noodzakelijk maakt.

11. Vorderingen tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces heeft [naam] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 7 tenlastegelegde tot een bedrag van € 2.269,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het bedrag van € 1.808,-.

De verdachte heeft weliswaar zijn betrokkenheid bij het feit betwist, maar niet de hoogte van de vordering.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

In het onderhavige strafproces heeft [naam] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden schade als gevolg van het aan de verdachte onder 7 tenlastegelegde tot een bedrag van € 3.077,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het - in eerste aanleg toegewezen - bedrag van € 1.808,-.

De verdachte heeft de hoogte van de vordering van de benadeelde partij niet gemotiveerd betwist.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

12. Betaling aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers

Nu vaststaat dat de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 7 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht, ziet het hof aanleiding aan de verdachte telkens een verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag ten behoeve van het slachtoffer op te leggen op de wijze zoals hierna is vermeld.

13. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 56, 57, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep -voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen- en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van NEGEN JAREN.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam], Postbus 27105, 3003 LC Rotterdam tot het gevorderde bedrag van ÉÉNDUIZENDACHTHONDERDENACHT EURO en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met zijn vordering heeft gemaakt -welke kosten tot aan deze uitspraak zijn begroot op nihil- en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 602,66 ten behoeve van het slachtoffer [naam], welk bedrag bij gebreke van betaling en verhaal wordt vervangen door hechtenis voor de duur van TWAALF DAGEN.

Bepaalt dat voorzover wordt voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen, alsmede dat voorzover wordt betaald aan de benadeelde partij de verplichting van de verdachte tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam], Postbus 27105, 3003 LC Rotterdam tot het gevorderde bedrag van ÉÉNDUIZENDACHTHONDERDENACHT EURO en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met zijn vordering heeft gemaakt -welke kosten tot aan deze uitspraak zijn begroot op nihil- en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 602,66 ten behoeve van het slachtoffer [naam], welk bedrag bij gebreke van betaling en verhaal wordt vervangen door hechtenis voor de duur van TWAALF DAGEN.

Bepaalt dat voorzover wordt voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen, alsmede dat voorzover wordt betaald aan de benadeelde partij de verplichting van de verdachte tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mrs. Aler, Heemskerk en Kramer, in bijzijn van de griffier mr. Schmidt-Fries.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 december 2003.

Mr. Heemskerk is buiten staat dit arrest te ondertekenen.