Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AO2646

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-10-2003
Datum publicatie
29-01-2004
Zaaknummer
2200084103
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde wordt de verdachte verweten dat zij, door te handelen als omschreven, de inrichting in werking had zonder een daartoe strekkende vergunning....

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rolnummer 2200084103

parketnummer 0900786502

datum uitspraak 29 oktober 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE economische kamer

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische kamer in de rechtbank te 's-Gravenhage van

31 januari 2003 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 15 oktober 2003.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd. Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde vrijgesproken.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5. Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 en 3 is tenlastegelegd.

Ten aanzien van de onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde feiten overweegt het hof het volgende. Het hof is van oordeel dat de gegevens die een aanvrager van een vergunning bij zijn aanvraag vermeldt, nu zulks niet in de beslissing op de aanvraag of in de aan de vergunning verbonden voorschriften is bepaald, niet kunnen worden beschouwd als aan de vergunning verbonden voorschriften.

In het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde wordt de verdachte verweten dat zij, door te handelen als omschreven, de inrichting in werking had zonder een daartoe strekkende vergunning, immers had zij de inrichting of de werking daarvan veranderd. Nog daargelaten dat het enkele feit dat een inrichting of de werking daarvan is veranderd, onvoldoende is voor het bewijs dat die inrichting ook in werking is, is het hof van oordeel dat, nu het bevoegd gezag in de vergunning geen grenzen heeft gesteld aan de jaarlijkse produktie, aan het aantal weken en dagen per jaar dat mocht worden geproduceerd of aan de gemiddelde productie per dag, de gestelde overschrijdingen op zich niet zijn aan te merken als het veranderen van de inrichting of de werking daarvan.

In het onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair tenlastegelegde wordt de verdachte verweten dat zij, door te handelen als omschreven, een inrichting heeft opgericht of in werking heeft gehad zonder een daartoe verleende vergunning. Het hof is van oordeel dat, nu het bevoegd gezag bij de vergunningverlening op bedoelde punten geen grenzen heeft gesteld, het enkele handelen als omschreven ook niet valt aan te merken als het oprichten of in werking hebben van de inrichting zonder een daartoe verleende vergunning.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit acht het hof, gelet op de totale inhoud van het betreffende geschrift en de context waarin het is geschreven, valsheid in de zin van artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht niet bewezen.

De verdachte moet derhalve hiervan worden vrijgesproken.

6. Beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen, vermeld op de aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mrs. Borgesius, Van den Berg en Fleers, in bijzijn van de griffier mr. Postma.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 oktober 2003.

Mr. Fleers is buiten staat dit arrest te ondertekenen.