Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AO2613

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-12-2003
Datum publicatie
29-01-2004
Zaaknummer
2200322602
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft, al vrij kort na zijn komst uit zijn woonland Duitsland naar Nederland, samen met anderen een persoon thuis overvallen. Het slachtoffer is geschopt en op de grond geduwd, waarbij de handen op de rug zijn vastgebonden en hij is geblinddoekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rolnummer 2200322602

parketnummer 0903788801

datum uitspraak 31 december 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 4 juli 2002 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 16 september 2003, 16 december 2003 en 19 december 2003.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in hoger beroep op vordering van de advocaat-generaal gewijzigd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair is tenlastegelegd. Niet is gebleken dat op het slachtoffer dwang is uitgeoefend om hem te bewegen naar Nederland te gaan en evenmin dat hij in Nederland is vastgehouden.

De verdachte moet derhalve hiervan worden vrijgesproken.

Gevoerd verweer

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit dient te worden vrijgesproken, nu de gebezigde bewijsmiddelen een door de raadsman genoemd "derde scenario" openlaten.

Het hof verwerpt dit verweer, nu het door de raadsman op het allerlaatst opgeworpen scenario niet aannemelijk is geworden. Uit de pleitaantekeningen, in het bijzonder de opmerking dat de verdachte wat hij heeft gezien niet op verzekeringsfraude vindt lijken, leidt het hof af dat de verdediging deze veronderstelling heeft laten varen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

2 subsidiair. Poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal mr Plugge heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft, al vrij kort na zijn komst uit zijn woonland Duitsland naar Nederland, samen met anderen een persoon thuis overvallen. Het slachtoffer is geschopt en op de grond geduwd, waarbij de handen op de rug zijn vastgebonden en hij is geblinddoekt. Kort daarna is hij door zijn vrouw uit zijn benarde positie bevrijd. Daarnaast heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, waarbij bedreigingen niet zijn geschuwd. Dit zijn ernstige feiten, waarbij in het algemeen kan worden gesteld dat de slachtoffers van dergelijke misdrijven nog lang de psychische gevolgen moeten dragen. Feiten als de onderhavige zorgen bovendien voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij de vordering, van volgens hem DM 2.000,-, wegens levering van harddrugs van de Duitse leverancier aan een in de Palts wonende junk, het slachtoffer van feit 2, heeft overgenomen, kennelijk in de verwachting dat hij deze met zijn mededaders met behulp van dreiging zou kunnen innen.

Het hof is van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van na te melden duur passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER JAREN.

Bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs Koning, Van Rijnberk en Silvis, in bijzijn van de griffier mr De Vries.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 december 2003.

Mr Silvis is buiten staat dit arrest te ondertekenen.