Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AO2610

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-12-2003
Datum publicatie
29-01-2004
Zaaknummer
2200258702
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2005:AS4744
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2005:AS4744
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mishandeling van kinderen, meermalen gepleegd, medeplegen van opzettelijke benadeling van de gezondheid.

Medeplegen van opzettelijk iemand tot wiens onderhoud en verzorging hij krachtens wet verplicht is, in een hulpeloze toestand brengen en laten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer 1011000701

datum uitspraak 2 december 2003

verstek

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonni[naam] de meervoudige kamer in de rechtbank te Rotterdam van

29 april 2002 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 18 november 2003.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in hoger beroep op vordering van de advocaat-generaal gewijzigd.

Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën gevoegd in dit arrest.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5. Beoordeling tenlastelegging

Hetgeen na alle wijzigingen onder 2 en 3 is tenlastegelegd is reeds impliciet tenlastegelegd in feit 1 primair, eerste en tweede alternatief; hetgeen in de gewijzigde tenlastelegging onder 4 is vermeld, is eveneens reeds impliciet tenlastegelegd, in feit 1, derde alternatief. Deze herhaalde tenlasteleggingen zijn dus zinloos. Het hof zal de tenlastelegging in zoverre nietig verklaren.

6. Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, eerste alternatief, is tenlastegelegd.

De verdachte moet derhalve hiervan worden vrijgesproken.

7. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, tweede en derde alternatief, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1 primair:

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 maart 2001 te [naam]voetsl[achternaam]kind, te weten

[slachtoffer], heeft mishandeld, hebbende hij, verdachte, opzettelijk:

- die [naam] een of meer botbreuken toegebracht, en

- van die [naam] de handen en voeten en vingers en benen omgebogen of gedraaid, telkens in de verkeerde richting;

en hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2001 tot en met maart 2001 te Hellevoetsluis tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk de gezondheid van een kind, te weten [naam] L.P. [achternaam], geboren op 13 augustus 2002, heeft benadeeld, hebbende hij, verdachte en zijn mededader opzettelijk:

-die [naam] geen of onvoldoende of niet constante of niet adequate verzorging geboden,

- die [naam] niet tijdig naar een dokter gebracht, althans geen adequate maatregelen genomen, terwijl er aanwijzingen waren dat die [naam] (ernstig) ziek was; en hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 maart 2001 te Hellevoetsluis tezamen en in verenigin[naam] een a[achternaam] kind, te weten [slachtoffer], tot wiens onderhoud en verzorging hij, verdachte, en zijn mededader, zijnde de ouder/verzorger van die [naam], verplicht waren, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en gelaten, terwijl die [naam] jonger was dan zeven maanden en aldus geheel hulpbehoevend en afhankelijk, hebbende hij, verdachte en zijn mededader telkens opzettelijk die [naam]

- niet tijdig naar een dokter gebracht, althans geen adequate maatregelen genomen, terwijl er aanwijzingen waren dat hij (ernstig) ziek was, en

- in een situatie gebracht en gehouden die voor die [naam] levensbedreigend, althans voor diens gezondheid en welbevinden gevaarlijk en schadelijk, was of kon zijn;

Feit 5:

hij op tijdstippen in de periode van 12 juni 1999 tot en met 1 maart 2001[naam]llevoetsluis een kind, te weten [naam], heeft mishandeld, hebbende hij, verdachte, telkens opzettelijk die [naam]

- gebeten en

- geknepen en hem blauwe plekken en rode striemen toegebracht, en hij op tijdstippen in de periode van 12 juni 1999 tot en met 1 maart 2001 te Hellevoetsluis en te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk[naam]zondheid van een kind, te weten [naam] heeft benadeeld, hebbende hij, verdachte, en zijn mededader opzettelijk

- bij die [naam] rode billetjes laten ontstaan en voortbestaan en deze niet goed behandeld en

- hem te weinig en onregelmatig eten gegeven en

- hem onvoldoende of niet althans niet-adequaat verzorging geboden, terwijl hij, verdachte, de misdrijven heeft begaan tegen zijn kind;

Feit 6:

hij op tijdstippen in de periode 12 juni 1999 tot en met 1 maart 2001 te Hellevoetsluis en te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander t[naam] opzettelijk een kind, te weten [naam], tot wiens onderhoud en verpleging en verzorging hij, verdachte en zijn mededader, zijnde de ouders van die [naam], verplicht waren, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en gelaten, hebbende hij, verdachte en zijn mededader telkens:

- die [naam], die jonger was dan twee jaar en aldus geheel hulpbehoevend en afhankelijk, telkens opzettelijk te weinig en onregelmatig eten gegeven, en

- die [naam] opzettelijk in een situatie gebracht en gehouden die voor diens gezondheid en welbevinden schadelijk was of kon zijn, en

- hem opzettelijk niet of onvoldoende althans niet-adequaat verzorging geboden,

terwijl hij, verdachte, de vader was van die [naam].

Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

8. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

9. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

en

Medeplegen van opzettelijke benadeling van de gezondheid.

en

Medeplegen van opzettelijk iemand tot wiens onderhoud en verzorging hij krachtens wet verplicht is, in een hulpeloze toestand brengen en laten.

Feit 5:

Mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

en

Medeplegen van opzettelijke benadeling van de gezondheid, begaan tegen zijn kind.

Feit 6: :

Medeplegen van opzettelijk iemand tot wiens onderhoud en verzorging hij krachtens wet verplicht is, in een hulpeloze toestand brengen en laten.

10. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

11. Strafmotivering

De advocaat-generaal mr. Kaptein heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het onder 1 primair, eerste alternatief en onder 2 zal worden vrijgesproken en terzake van het onder 1 primair, tweede en derde alternatief, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van

5 jaar met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft met zijn levensgezellin de gezondheid van twee kinderen die voor hun verzorging van beide verdachten afhankelijk waren benadeeld en hen ronduit verwaarloosd. Hij heeft op geen enkele wijze blijk gegeven van enig besef van de levensbehoeften van deze zeer jonge kinderen. Tevens heeft hij samen met zijn mededader nagelaten tijdig medische hulp in te roepen voor hun zieke zoontje [naam] en hem zodoende in een hulpeloze toestand gebracht en gelaten. Toen [naam] was overleden hebben de verdachte en zijn mededader zijn lijkje ruim twee weken in de schuur verstopt, waardoor het onderzoek naar de oorzaak van het overlijden bemoeilijkt is. Aannemelijk is dat de verdachten dit gedaan hebben, omdat een lijkschouwer zou hebben gezien dat hun zoontje mishandeld was, waardoor de verdachten vreesden de zeggenschap over hun andere kinderen kwijt raken.

De verdachte heeft met deze handelingen op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze wel heel kleine en volledig van hun ouder/verzorger afhankelijke kindertjes. Het hof rekent verdachte bovendien zwaar aan dat hij geen blijk heeft gegeven zijn verantwoordelijkheid voor zijn daden te nemen door hoewel de dagvaarding in persoon is betekend niet op de zitting in hoger beroep aanwezig te zijn. De bewezenverklaarde feiten zijn schokkend.

Het hof heeft in aanmerking genomen dat de beide onder 1 bewezenverklaarde feiten deels in eendaadse samenloop zijn begaan.

Het hof heeft kennis genomen van het Pro Justitia rapport, opgemaakt door de psycholoog J.H. Ruijs. Blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel Documentatieregister d.d. 29 september 2003, is verdachte meermalen veroordeeld voor geweldsdelicten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Gezien het bovenstaande, alsmede de ernst van de bewezenverklaarde feiten, is het hof van oordeel dat alleen een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende reactie vormt.

12. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 55, 57, 63, 255, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

13. Beslissing (bij verstek)

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart nietig de tenlastelegging onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het

onder 1 primair, eerste alternatief, tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het

onder 1 primair, 5 en 6 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezen-verklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DRIE JAREN.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de op-gelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheids-straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs. Koning, Van Rijnberk en Fonteijn-Van der Meulen, in bijzijn van de griffier

mr. Van den Berg.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 december 2003.