Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AO1775

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-11-2003
Datum publicatie
20-01-2004
Zaaknummer
233-R-03
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie. Gering inkomen alimentatieplichtige geen reden geen alimentatie ten behoeve van de kinderen vast te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak : 12 november 2003

Rekestnummer : 233-R-03

Rekestnr. rechtbank : F1 RK 02-485

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

FAMILIEKAMER

B e s c h i k k i n g

in de zaak van

[belanghebbende]

wonende te [woonplaats]

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

procureur mr. J.M.M. Brouwer,

tegen

[benadeelde partij],

wonende te [woonplaats]

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

procureur mr. H.J.A. Knijff.

PROCESVERLOOP

De vader is op 21 maart 2003 in hoger beroep gekomen van een beschik-king van de rechtbank te Rotterdam van 24 december 2002.

De moeder heeft op 16 mei 2003 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 16 april, 2 mei en 13 augustus 2003 aanvullende stukken ingekomen.

Op 1 oktober 2003 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader, bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. van der Boom en de moeder, bijgestaan door haar raadsvrouwe, mr. S.C. Dikkers.

VASTSTAANDE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzit-ting staat - voor zover in hoger beroep van belang - tussen de ouders het volgende vast.

De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad, waaruit de volgende nog minderjarige kinderen zijn geboren:

[kind 1], geboren op [geboortedatum], en

[kind 2], geboren op [geboortedatum], verder: de kinderen. De vader heeft de kinderen erkend. De moeder heeft alleen het gezag over de kinderen, die feitelijk bij haar verblijven.

Op 12 februari 2002 heeft de moeder de rechtbank te Rotterdam verzocht de aan de moeder te betalen kinderalimentatie ten laste van de vader, uitvoerbaar bij voorraad, vast te stellen op € 230,- per maand per kind. De vader heeft tegen dit inleidende verzoek verweer gevoerd.

Bij de bestreden beschikking is - uitvoerbaar bij voorraad - de kinderalimentatie met ingang van 24 december 2002 ten laste van de vader bepaald op € 180,- per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen, vermeerderd met iedere uitkering die hem op grond van geldende wetten of regelingen ten behoeve van de kinderen kan of zal worden verleend.

Hieronder zal het hof zonodig op hele bedragen afronden.

Ten aanzien van de vader

De vader is geboren op [geboortedatum] en is alleenstaand. Hij heeft van augustus 2002 tot 15 november 2002 via een uitzendbureau gewerkt als loodsmedewerker.

De vader ontvangt sinds 21 februari 2003 een bijstandsuitkering van € 567,- per maand. Hij ontvangt daarnaast een toeslag van € 227,- per maand.

Hij betaalt aan huur en enige servicekosten € 345,- per maand.

Ten aanzien van de moeder

De moeder is geboren op [geboortedatum]. Zij vormt met de kinderen een éénoudergezin. Zij heeft inkomsten uit een parttime dienstverband en geniet daarnaast een WAO-uitkering. Haar inkomen bedraagt totaal circa € 800,- netto per maand.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is ten aanzien van de kinderalimentatie, de draagkracht van de vader. De behoefte van de kinderen staat als niet bestreden vast.

2. De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en alsnog het verzoek van de moeder tot het opleggen van een kinderalimentatie af te wijzen. De vader heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte rekening heeft gehouden met zijn verdiencapaciteit in plaats van met zijn werkelijke inkomen. Vanaf 15 november 2002 heeft hij bij diverse uitzendbureaus getracht om werk te krijgen, hetgeen tot op heden niet is gelukt. Sinds 21 februari 2003 ontvangt hij een bijstandsuitkering. De vader stelt dat hij vanaf 15 november 2002 geen draagkracht heeft om een kinderalimentatie te voldoen.

3. De moeder heeft het beroep van de vader gemotiveerd bestreden. Zij stelt dat de vader, gezien zijn leeftijd en werkervaring, redelijkerwijs in staat moet worden geacht om een inkomen te verwerven. De vader heeft volgens haar op geen enkele wijze aangetoond welke pogingen hij onderneemt om weer aan het werk te komen.

4. Gelet op het feit dat zowel de moeder als de vader over een gering inkomen beschikken, is het hof van oordeel dat, nu de kinderen bij de moeder verblijven, ook van de vader verwacht mag worden dat hij zijn geringe inkomen aanspreekt om te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun beider kinderen. Het hof houdt bij het berekenen van de draagkracht van de vader op grond van de artikelen 475d lid 1 Rv en 30 lid 1 sub b Abw rekening met de beslagvrije voet, te weten negentig procent van de voor de vader geldende bijstandsnorm. Hieruit volgt dat de draagkracht van de vader met ingang van 24 december 2002 een alimentatie toelaat van € 15,- per maand per kind-, zodat de bestreden uit-spraak niet aan de wettelij-ke maat-staven vol-doet en derhalve dient te wor-den vernie-tigd.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschik-ken-de:

bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie met ingang van 24 december 2002 op € 15,- per maand per kind;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voor-raad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Stille, Dusamos en Punselie, bijge-staan door mr. Jooren-Philippa als griffier, en uitgespro-ken ter openbare terecht-zitting van 12 november 2003.