Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AO1252

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-11-2003
Datum publicatie
06-01-2004
Zaaknummer
R03/131
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Doorbreking appelverbod; ontbindingsverzoek

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 275
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2004, 91
JAR 2004/31 met annotatie van Mr. R.M. Beltzer
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 14 november 2003

Rekestnummer: R03/131

Zaaknummer rechtbank: 444187 VZ VERZ 02-6510

HET GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft de volgende beschikking gegeven in de zaak van

OCEAN INTERNATIONAL MARKETING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster in hoger beroep

hierna te noemen: Ocean,

procureur: mr. E.M. van Hilten- Kostense,

tegen

X,

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep

hierna te noemen: X,

procureur: mr. E.J. van der Wilk.

Het geding

Bij beroepschrift (met producties), ingekomen ter griffie van dit hof op 17 februari 2003, is Ocean in hoger beroep gekomen van de beschikking van 10 januari 2003 van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, gegeven tussen partijen. In dit beroepschrift werpt Ocean vier grieven op, die door X bij verweerschrift (met producties) zijn bestreden. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 24 oktober 2003 hebben partijen de zaak doen toelichten, Ocean door mr. D.L.J. Martens, advocaat te Rotterdam, X door mr. E.J. Loor, advocaat te Rotterdam, beiden aan de hand van pleitnotities.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in deze zaak, samengevat, om het volgende.

1.1 X heeft bij verzoekschrift van 11 december 2002 de rechtbank te Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, verzocht de tussen hem en Ocean bestaande arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden, onder toekenning van een vergoeding door Ocean aan X.

1.2 De griffier van de rechtbank Rotterdam heeft Ocean bij aangetekend schrijven van 20 december 2002, op 24 december 2002 aangeboden aan het adres waar Ocean blijkens een uittreksel uit het handelsregister gevestigd was, opgeroepen om te verschijnen ter zitting van 8 januari 2003, teneinde op het verzoek van X te worden gehoord.

1.3 Blijkens het van die zitting opgemaakte proces-verbaal is namens Ocean niemand verschenen en is bepaald dat de beschikking zal worden gegeven op 10 januari 2003.

1.4 Bij beschikking ex artikel 7: 685 BW van 10 januari 2003 heeft de rechtbank de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 11 januari 2003 en verstaan dat Ocean aan X een vergoeding van

€ 40.000,00 bruto zal betalen, te voldoen uiterlijk op 31 januari 2003.

1.5 De hiervoor onder 1.2 vermelde brief van de griffier van de rechtbank te Rotterdam is op 21 januari 2003 ter griffie van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, retour gekomen. Op de enveloppe van de brief is onder meer vermeld : "Geen gehoor, datum 24/12" en "niet afgehaald".

1.6 Met de grieven stelt Ocean zich op het standpunt dat de rechtbank een zo fundamenteel rechtsbeginsel (hoor en wederhoor) geschonden heeft dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet meer kan worden gesproken, alsmede dat de rechtbank ten onrechte het verzoek van X gehonoreerd heeft.

2. Het hof overweegt als volgt.

3.1 Allereerst diene dat tegen een beschikking krachtens artikel

7: 685 BW geen hoger beroep kan worden ingesteld, doch dat dit appèlverbod volgens vaste rechtspraak wordt doorbroken indien de rechter buiten het toepassingsbereik van dat artikel is getreden, het artikel ten onrechte buiten toepassing is gelaten of zulke fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden dat niet kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak.

3.2 Nu Ocean stelt dat een fundamenteel rechtsbeginsel als in rechtsoverweging 3.1 genoemd is geschonden, is zij ontvankelijk in haar hoger beroep. Het hof zal derhalve onderzoeken of het hoger beroep gegrond is.

4.1 Met betrekking tot de gestelde schending van het beginsel van hoor en wederhoor voert Ocean onder meer aan dat zij nimmer het bericht heeft ontvangen dat er getracht was een poststuk bij haar te bezorgen en daarnaast, dat het een feit van algemene bekendheid is, en de rechtbank zulks wist althans had behoren te weten, dat een aangetekend stuk, indien het niet bezorgd kan worden omdat er niemand aanwezig is om het in ontvangst te nemen, gedurende een periode van drie weken op het postkantoor blijft liggen, alvorens het poststuk retour wordt gezonden met de mededeling "niet afgehaald", zodat, nu namens Ocean niemand ter zitting van 8 januari 2003 verschenen is, op de zitting van 8 januari 2003 niet duidelijk kon zijn of Ocean de oproep al dan niet bereikt had en de rechtbank de mondelinge behandeling had behoren aan te houden.

4.2 Voorop gesteld dient te worden dat de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gegeven voorschriften voor de wijze van oproepen verband houden met het recht om verweer te voeren en aldus een belang dienen dat zwaarder weegt dan het belang dat is gelegen in een snelle beslissing door de rechter op een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst. De in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering opgenomen bepalingen met betrekking tot de wijze van oproepen in verzoekschriftprocedures zijn ook van toepassing in de in artikel 7: 685 BW bedoelde verzoekschriftprocedure en geenszins onverenigbaar met het karakter van deze procedure.

4.3 Ocean is conform artikel 272 Rv bij aangetekende brief opgeroepen op het adres waarvan ter zitting bij de rechtbank is gebleken dat dit adres overeenstemde met recente adresgegegevens. Het is een feit van algemene bekendheid, dat indien een aangetekend stuk niet bezorgd kan worden om reden dat niemand aanwezig is om het in ontvangst te nemen, dat poststuk gedurende een periode van drie weken op het postkantoor blijft liggen, alvorens het poststuk, indien het niet alsnog door of namens de geadresseerde wordt afgehaald, retour wordt gezonden met de mededeling "niet afgehaald". De zitting vond plaats op 8 januari 2003, achttien dagen na de aangetekende verzending van de oproeping aan Ocean. Nu de rechtbank geen aanwijzingen had dat de oproeping Ocean had bereikt, betekent dit dat de rechtbank op 8 januari 2003 niet kon vaststellen of het in artikel 275 Rv genoemde geval dat de bij aangetekende brief verzonden oproeping zou worden terug ontvangen, in welk geval de griffier de oproeping onverwijld bij gewone brief zou moeten verzenden, zich zou voordoen. Dit betekent dat de rechtbank de zaak op 8 januari 2003 niet inhoudelijk had mogen behandelen, maar de behandeling had moeten aanhouden. Door de zaak op 8 januari 2003 toch inhoudelijk te behandelen, heeft de rechtbank artikel 275 Rv en het beginsel van hoor en wederhoor geschonden.

4.4 Het voorgaande impliceert, gelet op hetgeen in de overwegingen 1.1 tot en met 1.5 is vastgesteld, dat in het onderhavige geval het recht van Ocean om verweer te voeren door de rechtbank op een zodanige wijze is geschonden, dat niet meer van een eerlijke en onpartijdige behandeling gesproken kan worden. Het hoger beroep is derhalve gegrond. Het hof zal dan ook overgaan tot inhoudelijke beoordeling van de zaak.

5. Tussen partijen staat vast dat de arbeidsovereenkomst tussen X en Ocean inmiddels door Ocean, na een door haar op 29 april 2003 verkregen ontslagvergunning, tegen 1 juni 2003 is opgezegd, zodat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juni 2003 is geëindigd. Zulks impliceert dat X (thans) niet (meer) ontvankelijk is in zijn verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het hof zal aldus beslissen. In verband met de kosten zal het hof de zaak evenwel verder inhoudelijk beoordelen.

6.1 X heeft aan zijn verzoek, kort gezegd, het volgende ten grondslag gelegd:

-hij is geboren op 6 november 1974;

-hij is per 8 juli 1996 in dienst getreden bij (de rechtsvoorgangster van) Ocean en was aanvankelijk werkzaam als verkoper, laatstelijk als hoofd administratie;

-het laatstelijk genoten salaris bedroeg f 2.463,90 bruto per week en de gemiddelde bonus in de jaren 1996 tot en met 2000 bedroeg f 10.000,00 bruto per jaar;

-de werkdagen beliepen immer dertien tot veertien uren per dag;

-X verrichtte zijn werkzaamheden immer met plezier en overtuiging;

-mede door de hoge werkdruk kan hij sedert juni 2001 zijn werkzaamheden door ziekte niet meer verrichten;

-Ocean heeft geen enkele reïntegratiepoging ondernomen;

-Ocean is doende om als onderneming uit Nederland te vertrekken, waardoor terugkeer op de werkplek voor X onmogelijk is geworden en hij veertig niet-genoten vakantiedagen, waar een vergoeding van € 9.000,00 tegenover staat, niet kan opnemen;

-X heeft zijn werkzaamheden immer naar behoren en tevredenheid van Ocean verricht;

-gelet op zijn vooropleiding zal X wellicht niet meer in staat zijn een gelijkwaardige baan te vinden.

6.2 Ocean heeft in haar beroepschrift, samengevat, aangevoerd,

dat zij zich enkel en alleen bezig hield met de marketing van wijnen, afkomstig van een enkele leverancier en dat Ocean daarbij als agent van Seed International Limited (verder Seed) optrad;

dat Seed de tussen Ocean en Seed gesloten exclusieve overeenkomst bij brief van 10 oktober 2002 met een opzegtermijn van 90 dagen heeft opgezegd, hetgeen betekent dat Ocean haar ondernemingsactiviteiten zal beëindigen;

dat het Ocean bekend is dat Seed in het verleden een enkele keer onverplicht een bonus aan de werknemers van Ocean heeft verstrekt; en:

dat X zich op 19 juni 2001 ziek heeft gemeld en daarbij heeft aangegeven dat het een situationele arbeidsongeschiktheid betrof.

6.3 In zijn verweerschrift heeft X, kort gezegd, nog het volgende doen stellen:

-X werd constant gedwongen onbetaald overwerk te verrichten en moest in plaats van de overeengekomen werkdagen van acht uren van 15.00 uur tot 04.00 uur werken;

-het kwam voor dat het personeel verboden werd met Kerstmis met vakantie te gaan;

-X moest voor instellingen als creditcardmaatschappijen en de belastingdienst informatie achterhouden;

-Ocean weigerde een werkgeversverklaring en salarisspecificaties af te geven;

-X kreeg de genoemde bonus jaarlijks contant uitbetaald; dat Seed de bonus financierde doet niet terzake;

-de ziekmelding van X had niet alleen met bovenvermelde omstandigheden te maken maar ook met feit dat hij gedwongen werd meer uren te werken tegen een lager salaris;

-het staken van de activiteiten van Ocean is niet aan X te wijten.

6.4 Hetgeen X met betrekking tot de wijze van werken binnen Ocean, zijn honorering, reden van ziekmelding en ontbreken van reïntegratiepogingen zijdens Ocean heeft gesteld is door Ocean, ook ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, onvoldoende gemotiveerd betwist. Met betrekking tot (het voornemen van) de staking van de ondernemingsactiviteiten van Ocean is door X onweersproken gesteld dat zulks niet aan hem te wijten is, terwijl X, ter gelegenheid van de mondelinge behandeling met betrekking tot hetgeen Ocean over de opzegging van de overeenkomst tussen Seed en Ocean heeft doen stellen, zijdens Ocean onweersproken heeft gesteld dat degenen die de zeggenschap over Seed uitoefenen dezelfden zijn als degenen die de zeggenschap over Ocean uitoefenen.

6.5 Het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, brengt het hof tot het oordeel dat voldoende gewichtige redenen en verandering in de omstandigheden zijn komen vast te staan om de conclusie te kunnen wettigen dat, zo de arbeidsovereenkomst nog bestaan zou hebben, het verzoek van X tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor inwilliging in aanmerking zou zijn gekomen. Indien de arbeidsovereenkomst nog bestaan zou hebben, zou naar het oordeel van het hof, met het oog op de omstandigheden van dit geval, een vergoeding aan X ten laste van Ocean ten bedrage van € 40.000,00 billijk zijn geweest.

6.6 Een en ander voert het hof tot het oordeel dat een kostenveroordeling ten laste van Ocean passend is.

7. De slotsom is, dat de beschikking waarvan beroep niet in stand kan blijven, dat X (thans) niet-ontvankelijk in zijn verzoek dient te worden verklaard en dat Ocean de kosten heeft te dragen.

Beslissing

Het hof:

-vernietigt de beschikking van 10 januari 2003 van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, gegeven tussen partijen, en opnieuw rechtdoende:

-verklaart X niet-ontvankelijk in zijn verzoek;

-veroordeelt Ocean in de kosten van het geding in eerste aanleg, tot op 10 januari 2003 aan de zijde van X bepaald op € 82,00 voor verschotten en op

€ 408,00 voor salaris van de gemachtigde;

-veroordeelt Ocean in de kosten van het hoger beroep, tot op deze uitspraak aan de zijde van X bepaald op € 205,00 voor verschotten en op € 2.812,00 voor salaris van de procureur;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. De Wild, Schuering en Hehemann en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2003 in aanwezigheid van de griffier.