Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AN8085

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-10-2003
Datum publicatie
13-11-2003
Zaaknummer
BK-02/04750
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rioolaansluitrechten. Meerdere afzonderlijk afsluitbare garageboxen verdeeld over 3 gebouwen. Elk gebouw heeft 2 afvoerpijpen voor afvoer van hemelwater. Gemeente heeft terecht voor elke garagebox een aanslag opgelegd.

Wetsverwijzingen
Gemeentewet 229
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2004/292
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

zevende enkelvoudige belastingkamer

8 oktober 2003

nummer BK-02/04750

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar (hierna: de Inspecteur) van de gemeente Sas van Gent (thans de gemeente Terneuzen) op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen 38 aan hem opgelegde aanslagen in de rioolrechten van de gemeente Sas van Gent voor de jaren 2001 en 2002.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 24 september 2003, gehouden te Middelburg. Aldaar is verschenen namens belanghebbende A, alsmede namens de Inspecteur B, tot bijstand vergezeld door C.

Beslissing

Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.

Gronden

1. Belanghebbende had (samen met Y) in de jaren 2001 en 2002 het genot krachtens eigendom van 38 garageboxen (hierna: garages) verdeeld over drie gebouwen. Al de garages, elk met een eigen toegangsdeur en afzonderlijk afsluitbaar, waren in de onderhavige jaren verhuurd aan derden. Elk gebouw heeft twee afvoerpijpen voor de afvoer van hemelwater die direct zijn aangesloten op de riolering van de gemeente Sas van Gent. Aan belanghebbende is dientengevolge voor elke garage apart een aanslag in het rioolaansluitrecht opgelegd naar een bedrag van ƒ 200 voor het jaar 2001 en € 102.

2. De Verordening rioolrechten 2001 en de Verordening rioolrechten 2002 van de gemeente Sas van Gent (hierna: de Verordening) luiden elk - voor zover van belang - als volgt:

"Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht

1. Onder de naam 'rioolrechten' worden geheven:

een recht van de degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct (of indirect in de Verordening voor 2001) is aangesloten op de gemeentelijk riolering, en

2. Met betrekking tot het recht in het eerste lid, wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 3 Zelfstandige gedeelten

Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt."

3. In geschil is thans nog of 37 dan wel 35 van de 38 aanslagen terecht zijn opgelegd, welke vraag belanghebbende ontkennend en de Inspecteur bevestigend beantwoordt.

4. Belanghebbende voert - zakelijk weergegeven - het volgende voor zijn standpunt aan.

Hij stelt primair, onder verwijzing naar de bijsluiter bij de aanslagbiljetten, dat slechts sprake is van één kadastraal perceel, zodat maar één aanslag dient te worden opgelegd.

Subsidiair stelt hij dat er drie gebouwen zijn waarvoor dan ook even zoveel aanslagen dienen te worden opgelegd. Er is namelijk geen sprake van "afzonderlijk gebruik" van de riolering door de afzonderlijk gebruikte garages. De garages hebben geen toilet, fonteintje e.d.. Er is slechts hemelwaterafvoer en dat wordt per gebouw afgevoerd en niet per garage.

Meer subsidiair stelt belanghebbende dat het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel zijn geschonden, omdat elke aanslag ongeveer éénderde bedraagt van de marktconforme huurprijs per garage respectievelijk omdat voor een garage naast een woonhuis geen aparte aanslag in het rioolrecht wordt opgelegd.

5. De Inspecteur heeft het standpunt van belanghebbende gemotiveerd bestreden.

6. Indien een onroerende zaak aan twee personen gezamenlijk in eigendom toebehoort, staat het de gemeente vrij om te kiezen aan wie van de twee een aanslag wordt opgelegd.

7. Bij het rioolaansluitrecht gaat het om het in de heffing betrekken van het genot dat de zakelijk gerechtigde tot een onroerende zaak ontleent aan de aanwezigheid van een aansluiting op de gemeentelijke riolering doordat die aansluiting de gebruikswaarde van de onroerende zaak verhoogt. Het strookt met het karakter van een dergelijke retributie te heffen naar een vast bedrag per onroerende zaak en zelfs per gedeelte van een onroerende zaak dat blijkens zijn indeling bestemd is om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, nu ten aanzien van elk zodanig gedeelte geldt dat de gebruikswaarde ervan wordt verhoogd door de aanwezigheid van een aansluiting als voormeld.

8. Het Hof is met de Inspecteur van oordeel dat belanghebbende zich niet met succes kan beroepen op de tekst in de bijsluiter bij de aanslagen. Naar het oordeel van het Hof is, gelet op de Verordening, de term "perceel" in de bijsluiter ongelukkig gekozen en moet het voor een ieder duidelijk zijn geweest dat daarmee niet kadastraal perceel kan zijn bedoeld.

9. De onder 1 vastgestelde feiten laten naar 's Hofs oordeel geen andere conclusie toe dan dat de garages dienen te worden aangemerkt als gedeelten van een eigendom die blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Verordening. Hieraan doet niet af dat de aansluitingen op de gemeentelijk riolering slechts dienen voor de afvoer van hemelwater.

10. Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Naar het oordeel van het Hof zijn afzonderlijke garages en garages naast een woonhuis die met dat woonhuis één geheel vormen feitelijk en rechtens geen gelijke gevallen voor de toepassing van de Verordening.

11. Belanghebbendes beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt eveneens. Dit beginsel ziet niet op het verband tussen de uit de verschuldigdheid van een belasting ter zake van een object voortvloeiende lasten en de ter zake van dit object genoten opbrengsten. Daarbij komt dat op grond van artikel 219, lid 2, van de Gemeentewet het bedrag van een gemeentelijke belasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen.

12. Op grond van al het vorenoverwogene is het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is vastgesteld op 8 oktober 2003 door mr. Schuurman en op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van den Bogerd.

(Van den Bogerd)

(Schuurman)

Aangetekend aan

Partijen verzonden:

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke uitspraak. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt, is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.