Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AN7631

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-10-2003
Datum publicatie
06-11-2003
Zaaknummer
2200334502
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Daarbij is in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte samen met anderen een zeer grote hoeveelheid cocaïne Nederland heeft ingevoerd en een poging heeft gedaan tot invoer van een nog grotere hoeveelheid cocaïne. De verdachte vervulde hierbij een actieve en wezenlijke rol in de organisatie en ontvangst van de transporten. Verder heeft de verdachte onbevoegd vuurwapens voorhanden gehad, waaronder een kennelijke voor misdadig gebruik bedoelde schietbalpen.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2
Opiumwet 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rolnummer 2200334502

parketnummer 0975407401

datum uitspraak 17 oktober 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 29 juli 2002 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 4 april 2003, 15 april 2003, 17 juni 2003 en 3 oktober 2003.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie aangepast.

Van de dagvaarding en van de vordering aanpassing telastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaar, met aftrek van voorarrest, met beslissing omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het vonnis.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5. Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 4 is tenlastegelegd.

De verdachte moet derhalve hiervan worden vrijgesproken.

6. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 5 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

7. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

Het hof laat de verklaring van de verdachte, afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 7 en 14 juli 2003, buiten beschouwing omdat deze niet geloofwaardig is in het licht van andere zich in het dossier bevindende feiten en omstandigheden.

8. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1, 2, 3 en 5 bewezenverklaarde levert op:

1. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

2. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

3. Medeplegen van poging tot opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

5. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie met betrekking tot een vuurwapen van categorie II, en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.

9. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

10. Strafmotivering

De advocaat-generaal mr. Van Boetzelaer heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaar, met aftrek van voorarrest, met beslissing omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het vonnis.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte samen met anderen een zeer grote hoeveelheid cocaïne Nederland heeft ingevoerd en een poging heeft gedaan tot invoer van een nog grotere hoeveelheid cocaïne. De verdachte vervulde hierbij een actieve en wezenlijke rol in de organisatie en ontvangst van de transporten. Hij zorgde voor de organisatie van de deklading. Bij belangrijke ontmoetingen was hij prominent in beeld. Hij stuurde de administratieve afhandeling van de deklading en de transporten aan en hield daar oog op.

De invoer en het aanwezig hebben van cocaïne zijn delicten, die bijdragen aan de handel in en het gebruik van cocaïne, waardoor de volksgezondheid ernstig wordt bedreigd en waardoor ook onder de gebruikers het plegen van vermogensdelicten wordt bevorderd, teneinde de voor het gebruik benodigde gelden te verkrijgen. Dit veroorzaakt veel schade en onrust in de samenleving.

Verder heeft de verdachte onbevoegd vuurwapens voorhanden gehad, waaronder een kennelijke voor misdadig gebruik bedoelde schietbalpen. Vuurwapens worden meer en meer gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en veroorzaken dan veelal gevaar en ernstige gevoelens van onveiligheid. Ook komen regelmatig ongelukken voor bij het hanteren van vuurwapens. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens.

Het hof is dan ook van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende reactie vormt.

Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte en met de waarde van de bij de feiten 1 en 3 betrokken cocaïne, die € 11.500,-- telkens verre te boven gaat.

11. Beslag

De inbeslaggenomen voorwerpen, op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 72 tot en met 79 en 82, zullen worden verbeurd verklaard, omdat met deze voorwerpen de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten zijn begaan.

De inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 83 en 84 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zullen worden onttrokken aan het verkeer, aangezien deze aan de verdachte toebehorende voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten zijn aangetroffen en van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, terwijl de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.

Ten aanzien van de voorwerpen, nummers 80 en 81 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

12. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 33a, 33b, 36b, 36c 36d, 45, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 2, 10 en 12 van de Opiumwet.

13. Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

NEGEN JAREN.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte terzake van feit 1 en feit 3 tot het betalen van een geldboete van

NEGENHONDERDDUIZEND EURO,

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van DRIEHONDERDZESTIG DAGEN.

Verklaart verbeurd de voorwerpen onder nummer 72 tot en met 79 en 82 op de aan dit arrest ten dele gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de voorwerpen onder nummers 83 en 84 op de aan dit arrest ten dele gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de voorwerpen, op de aan dit arrest ten dele gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 80 en 81.

Dit arrest is gewezen door mrs. Koning, Van Rijnberk en Mos-Verstraten, in bijzijn van de griffier Van der Mark.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 oktober 2003.