Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1153

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-07-2003
Datum publicatie
26-08-2003
Zaaknummer
217-R-03
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ondertoezichtstelling. Uithuisplaatsing. Moeder die is ontheven van het ouderlijk gezag niet aan te merken als belanghebbende zodat het door moeder ingestelde appel tegen de uithuisplaatsing niet ontvankelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak : 9 juli 2003

Rekestnummer : 217-R-03

Rekestnr. rechtbank : 187738 / F2 RK 02-3984

186945 / F2 RK 02-3837

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

FAMILIEKAMER

B e s c h i k k i n g

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Rotterdam,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

procureur mr. T. Bissessur,

tegen

de Stichting Jeugdbescherming Rotterdam,

kantoorhoudende te Rotterdam,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

Als belanghebbende is aangemerkt:

1. de Raad voor de Kinderbescherming,

vestiging Rotterdam,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP

De moeder is op 14 maart 2003 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de kinderrechter in de rechtbank te Rotterdam van 18 december 2002.

Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 12 juni 2003 aanvullende stukken ingekomen.

Van de zijde van Jeugdzorg is bij het hof op 30 juni 2003 een fax met aanvullende stukken ingekomen. Jeugdzorg heeft het hof bij fax van 8 juli 2003 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.

De minderjarige [kind] heeft bij fax van 8 juli 2003 haar mening ten aanzien van haar verblijf in Alexandra kenbaar gemaakt.

De raad heeft het hof bij brief, bij het hof ingekomen op 27 juni 2003, laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.

Op 9 juli 2003 is de ontvankelijkheid van de zaak mondeling behandeld, waarbij uitsluitend de moeder is verschenen.

VASTSTAANDE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzit-ting staat - voor zover in hoger beroep van belang - tussen partijen het volgende vast.

[kind], geboren op [geboortedatum], hierna te noemen: [kind], is bij beschikking van 20 december 1995 onder toezicht gesteld van Jeugdzorg. De moeder is bij beschikking van 4 mei 1999 ontheven van het ouderlijk gezag over, onder meer, [kind]. Bij diezelfde beschikking is Jeugdzorg met de voogdij van [kind] belast. [kind] is uit huis geplaatst.

DE ONTVANKELIJKEID VAN HET HOGER BEROEP

De moeder is in hoger beroep gekomen van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] van 18 december 2002. De moeder is echter bij beschikking van 4 mei 1999 ontheven van het ouderlijk gezag over [kind]. Op grond van de wet is de moeder om deze reden niet bevoegd verzoeken te doen met betrekking tot het afgeven, wijzigen of beƫindigen van een machtiging tot uithuisplaatsing. De beslissing betreffende de uithuisplaatsing heeft strikt genomen - nu de moeder het gezag niet heeft - geen rechtstreekse betrekking op haar rechten en verplichtingen, zodat de moeder niet kan worden gezien als een belanghebbende op grond waarvan zij in haar onderhavige hoger beroep zou kunnen worden ontvangen.

Ter zitting is gesteld noch gebleken dat de omstandigheden thans anders zijn, zodat de moeder in haar hoger beroep niet ontvankelijk dient te worden verklaard.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Fockema Andreae-Hartsuiker, Duindam en Van Leuven, bijge-staan door mr. Sijbesma als griffier en uit-gespro-ken ter openba-re terechtzit-ting van 9 juli 2003.