Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-06-2003
Datum publicatie
12-08-2003
Zaaknummer
2200326602
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5562
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich binnen een tijdsbestek van ongeveer vijf weken schuldig gemaakt aan verkrachting van drie jonge vrouwen. Twee van die verkrachtingen heeft de verdachte daags na elkaar gepleegd, terwijl hij één van de door hem gepleegde verkrachtingen met een videocamera heeft gefilmd.

De verdachte heeft met het plegen van de onderhavige feiten niet alleen op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van zijn slachtoffers maar ook misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zijn slachtoffers in hem hadden gesteld.

Daar komt nog bij dat de verdachte de onderhavige feiten heeft gepleegd zonder gebruik te maken van een condoom, waardoor -naar redelijkerwijs mag worden aangenomen- de slachtoffers hebben moeten leven met de gedachte dat zij mogelijk waren besmet met een overdraagbare aandoening. Dit klemt des te meer nu is gebleken dat de verdachte drager is van het besmettelijke hepatitis B virus, dat sexueel overdraagbaar is en dat -naar algemeen bekend is- kan leiden tot ernstige aandoeningen.

Tevens rekent het hof het de verdachte aan dat hij op geen enkele wijze heeft laten blijken van enig besef dat hij zich aan zeer ernstige feiten schuldig heeft gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer 0903794901

datum uitspraak 11 juni 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank ?s-Gravenhage van 17 juli 2002 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek

op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 14 maart 2003 en 28 mei 2003.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd.

Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenis-straf voor de tijd van vijf jaren, met aftrek van voorarrest, met beslissingen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen en de vordering van de benadeelde partij als nader in het vonnis omschreven. Voorts is aan de verdachte de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van een bedrag van € 3.000,-, subsidiair veertig dagen hechtenis.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandig-heden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde levert op:

Verkrachting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal mr. Kaptein heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van vijf jaren, met aftrek van voorarrest, met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot een bedrag van € 3.000,-, met oplegging van de maatregel tot betaling aan de staat tot betaling van een bedrag van € 3.000,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van veertig dagen, met onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een videoband en een mobiele telefoon.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich binnen een tijdsbestek van ongeveer vijf weken schuldig gemaakt aan verkrachting van drie jonge vrouwen. Twee van die verkrachtingen heeft de verdachte daags na elkaar gepleegd, terwijl hij één van de door hem gepleegde verkrachtingen met een videocamera heeft gefilmd.

De verdachte heeft met het plegen van de onderhavige feiten niet alleen op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van zijn slachtoffers maar ook misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zijn slachtoffers in hem hadden gesteld.

Daar komt nog bij dat de verdachte de onderhavige feiten heeft gepleegd zonder gebruik te maken van een condoom, waardoor -naar redelijkerwijs mag worden aangenomen- de slachtoffers hebben moeten leven met de gedachte dat zij mogelijk waren besmet met een overdraagbare aandoening. Dit klemt des te meer nu is gebleken dat de verdachte drager is van het besmettelijke hepatitis B virus, dat sexueel overdraagbaar is en dat -naar algemeen bekend is- kan leiden tot ernstige aandoeningen.

Tevens rekent het hof het de verdachte aan dat hij op geen enkele wijze heeft laten blijken van enig besef dat hij zich aan zeer ernstige feiten schuldig heeft gemaakt.

Naar het oordeel van het hof komen de ernst van het bewezenverklaarde en de door het hof in aanmerking genomen omstandigheden onvoldoende tot uitdrukking in zowel de door de eerste rechter opgelegde straf, als in de door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderde straf.

Het is op deze grond dat het hof de hierna te vermelden zwaardere straf zal opleggen dan door de eerste rechter is opgelegd en thans door de advocaat-generaal in hoger beroep is gevorderd.

Beslag

De inbeslaggenomen videoband, type E-120, kleur zwart, (kennisgeving van inbeslagneming bij proces-verbaal van politie Haaglanden met nummer PL 1573/00126513-13, d.d. 27 deceber 2001, doorgenummerd blz 0074 e.v.), dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien die videoband door middel van het onder 1 bewezenverklaarde feit is verkregen en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen mobiele telefoon, merk Nokia, kleur oranje, zal het hof de teruggave gelasten aan de rechthebbende.

Vordering tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 3], wonende [adres], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 tenlastegelegde tot een bedrag van € 16.000,-.

In hoger beroep is deze vordering wederom aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde bedrag

De verdachte heeft de vordering van de benadeelde partij betwist.

Naar het oordeel van het hof is aannemelijk dat door de benadeelde partij in ieder geval tot een bedrag van

€ 3.000,- aan immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het ten laste van de verdachte onder 3 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen.

Voor het overige acht het hof de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafproces.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en deze in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroor-deeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

Nu vaststaat dat de verdachte naar burgerlijk recht in ieder geval tot een bedrag van € 3.000,- aansprakelijk is voor de immateriële schade die door het onder 3 bewezen-verklaarde strafbare feit is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de staat van dat bedrag ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36c, 36f, 57 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ZES JAREN.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de ten-uitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is door-gebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenis-straf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot een bedrag van DRIEDUIZEND EURO.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat die vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met haar vordering heeft gemaakt -welke kosten tot aan deze uitspraak zijn begroot op nihil- en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van DRIEDUIZEND EURO ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], welk bedrag bij gebreke van betaling en verhaal wordt ver-vangen door hechtenis voor de tijd van ZESTIG DAGEN.

Bepaalt dat voorzover wordt voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen, alsmede dat voorzover wordt betaald aan de benadeelde partij de verplichting van de verdachte tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verklaart onttrokken aan het verkeer een videoband, type E-120, kleur zwart.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende [naam], van de inbeslaggenomen mobiele telefoon, merk Nokia, kleur zwart met oranje.

Dit arrest is gewezen door mrs. Ritter, Van Nievelt en Van Boven, in bijzijn van de griffier mr. Mulder.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 juni 2003.

Mr. Ritter is buiten staat dit arrest te ondertekenen.