Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0975

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-04-2003
Datum publicatie
12-08-2003
Zaaknummer
2200035002
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft een zeer grote partij heroïne in Nederland ingevoerd. Hij is daartoe met zijn vrachtwagen met daarin heroïne vanuit België naar een plaats in Nederland gereden en heeft daar met een ander de heroïne in de auto van die ander overgeladen. Vervolgens is de verdachte in zijn vrachtauto aangehouden. Bij zijn aanhouding bleek de dat de laadruimte van de vrachtauto geprepareerd was om partijen drugs of andere smokkelwaar ongemerkt te vervoeren.

De door de verdachte verrichte invoer van heroïne is een delict dat bijdraagt aan de handel in en het gebruik van deze harddrug, waardoor de volksgezondheid wordt bedreigd en waardoor ook onder de gebruikers het plegen van vermogensdelicten wordt bevorderd, teneinde de voor het gebruik benodigde gelden te verkrijgen. Tegen de invoer van harddrugs dient derhalve krachtig te worden opgetreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rolnummer 2200035002

parketnummer 0975407601

datum uitspraak 23 april 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van

20 december 2001 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 9 april 2003.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd.

Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar, met aftrek van voorarrest en met beslissing omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het vonnis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

6. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandig-heden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

Primair Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

8. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

9. Strafmotivering

De advocaat-generaal mr. Wittop Koning heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar, met aftrek van voorarrest. Tevens heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de onder 10A, 10 en 17 van de beslaglijst genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard en de onder 2 tot en met 9 en 11 tot en met 15 van de beslaglijst genummerde goederen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft een zeer grote partij heroïne in Nederland ingevoerd. Hij is daartoe met zijn vrachtwagen met daarin heroïne vanuit België naar een plaats in Nederland gereden en heeft daar met een ander de heroïne in de auto van die ander overgeladen. Vervolgens is de verdachte in zijn vrachtauto aangehouden. Bij zijn aanhouding bleek de dat de laadruimte van de vrachtauto geprepareerd was om partijen drugs of andere smokkelwaar ongemerkt te vervoeren.

De door de verdachte verrichte invoer van heroïne is een delict dat bijdraagt aan de handel in en het gebruik van deze harddrug, waardoor de volksgezondheid wordt bedreigd en waardoor ook onder de gebruikers het plegen van vermogensdelicten wordt bevorderd, teneinde de voor het gebruik benodigde gelden te verkrijgen. Tegen de invoer van harddrugs dient derhalve krachtig te worden opgetreden.

Het hof alle omstandigheden in aanmerking nemend van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals na te melden, een passende reactie vormt.

10. Beslag

De inbeslaggenomen voorwerpen genummerd onder 10A, 10 en 17 van de beslaglijst, waarvan een kopie aan dit arrest is gehecht, te weten een geldbedrag van DM 20.000 (162 x 100 DM + 76 x 50 DM), dienen te worden verbeurd verklaard aangezien deze aan de verdachte toebehorende voorwerpen door middel van het strafbare feit zijn verkregen.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen genummerd onder 2 tot en met 9 en 11 tot en met 15, van de beslaglijst, waarvan een kopie aan dit arrest is gehecht, te weten 2: 1 stuk attachékoffer kleur bruin inhoud diverse bescheiden, 3: diverse papiertjes met o.a. telefoonnummers en cijfers, 4: Buitenlands geld 50 miljoen Turkse lira, 5: Buitenlands geld 85.000 Italiaanse Lira, 6: Buitenlands geld 300 Belgische Francs, 7: Buitenlands geld 80 Oostenrijkse Schilling,

8: Buitenlands geld 70 vermoedelijk Russische Roebels, 9: 1 stuk tas met vliegtuiglabels TK 3811, 11: 3 stuks geheugenkaartjes Sim, 12: diverse aantekenbriefjes, 13: 1 stuk telefoontoestel Nokia kleur grijs, 14: 1 stuk telefoontoestel Nokia kleur zilver in zwart hoesje en 15: 1 stuk bagagelabel o.n.v. Sula, zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

12. Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het primair bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het primair bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER JAAR.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de onder 10, 10A en 17 van de beslaglijst genummerde inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave van de onder 1 tot en met 9 en 11 tot en met 15 van de beslaglijst genummerde inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mrs. Oosterhof, Aler en Heemskerk in bijzijn van de griffier mr. Kloos.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 23 april 2003.

Bewezenverklaring

Hij in het tijdvak van 4 juni 2001 tot en met 6 juni 2001 in Nederland opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 55 kilo heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst I.