Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0973

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-02-2003
Datum publicatie
12-08-2003
Zaaknummer
2200020802
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDOR:2001:AD6420
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven of beroofd houden, meermalen gepleegd;

feit 2: Afpersing, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de schuldige een tegen hem wegens het in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele heeft ondergaan, meermalen gepleegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 421, geldigheid: 2003-02-25
Wetboek van Strafrecht 317, geldigheid: 2003-02-25
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer 1100522601

datum uitspraak 25 februari 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Dordrecht van 29 november 2001 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 11 februari 2003.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren met aftrek van voorarrest, met beslissingen omtrent het inbeslaggenomene alsmede omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen als nader in het vonnis omschreven.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

6. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven of beroofd houden, meermalen gepleegd;

feit 2: Afpersing, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de schuldige een tegen hem wegens het in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele heeft ondergaan, meermalen gepleegd.

8. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

9. Strafmotivering

9.1 De advocaat-generaal mr Van der Horst heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren en zes maanden met aftrek van voorarrest.

9.2 Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

9.3 Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op klaarlichte dag en met gebruikmaking van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van vijf medewerkers van Kwantum en heeft daarenboven drie van hen gedwongen tot de afgifte van geld. Hoewel de verdachte geen echt vuurwapen heeft gehanteerd en ook overigens beheerst is opgetreden en hoewel het lichamelijk geweld, waarmee de wederrechtelijke vrijheidsberoving gepaard is gegaan, minimaal is geweest en zich tot twee medewerkers van Kwantum heeft beperkt - omstandigheden welke het hof op zich ten gunste van de verdachte in de strafmaat zal betrekken -, is een en ander door de slachtoffers als buitengewoon bedreigend en beangstigend ervaren. Te verwachten valt dat zij nog geruime tijd zullen lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hen op 17 mei 2001 is overkomen - gevolgen waarvoor de verdachte, die zich slechts door financiële motieven heeft laten leiden, totaal geen oog heeft gehad -, terwijl ook de in de maatschappij heersende gevoelens van onrust en onveiligheid door verdachte's handelen zijn aangewakkerd. Daarenboven valt het de verdachte zwaar aan te rekenen dat hij de onderhavige feiten heeft gepleegd op een moment dat nog geen vijf jaren waren verlopen sedert hij wegens onder meer een aantal afpersingen, een aantal diefstallen met (bedreiging met) geweld en een poging tot afpersing gevangenisstraffen had ondergaan, terwijl hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 4 februari 2003 ook in een verder verleden reeds voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Naast de ernst van de feiten, is het die recidive, alsmede de omstandigheid dat de verdachte nog immer een schuld heeft bij derden, die er klaarblijkelijk niet voor terugdeinzen hem - naar op 17 mei 2001 is gebleken: met succes - te overreden feiten als de onderhavige te plegen, die de hoogte van de door het hof op te leggen straf vanuit een oogpunt van speciale preventie in belangrijke mate hebben bepaald.

9.4 Het hof heeft acht geslagen op het rapport van het Pieter Baan Centrum (Psychiatrische Observatiekliniek van het Ministerie van Justitie) te Utrecht, d.d. 6 februari 2003 betreffende de verdachte, opgemaakt door J.P.M. Hent, psycholoog, E.A. Boorsma, arts-assistent psychiatrie en A.A.R. de Kom, psychiater. Het hof neemt de conclusie van dit rapport - kort gezegd daarop neerkomende dat het feit de verdachte in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend - over en maakt deze tot de zijne. Het hof zal ook hiermee rekening houden bij de bepaling van de strafmaat.

9.5 Het hof is op grond van het vorenoverwogene van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidbenemende straf van na te melden duur een passende reactie vormt.

10. Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zal beslissen overeenkomstig de rechtbank in haar vonnis, waarvan beroep.

Nu de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2003 afstand heeft gedaan van de voorwerpen terzake waarvan in dat vonnis de verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer is uitgesproken, behoeven met betrekking tot die voorwerpen geen beslissingen meer te worden genomen.

Ten aanzien van de navolgende inbeslaggenomen voorwerpen zal het hof de teruggave gelasten aan Kwantum: moker (1.G.2, volgnummer 12), hamer (1.G.2, volgnummer 14), geld (1.G.2, volgnummer 20), schroevendraaier (1.G.2, volgnummer 21), geld (1.G.2, volgnummer 30), mes (1.G.2, volgnummer 32), etui (1.G.2, volgnummer 33), mondkap (1.G.2, volgnummer 34), geld (1.G.2, volgnummer 35), geld (1.G.3, volgnummer 5) en videoband (1.G.5, volgnummer 36).

Ten aanzien van de navolgende inbeslaggenomen voorwerpen zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte: portemonnee (1.G.2, volgnummer 13), treinkaart (1.G.2, volgnummer 15), sigaret (1.G.2, volgnummer 16), rugzak (1.G.2, volgnummer 17), jack (1.G.2, volgnummer 19), sigaret (1.G.2, volgnummer 22), aansteker (1.G.2, volgnummer 23), deodorant (1.G.2, volgnummer 24), broek (1.G.2, volgnummer 27), trui (1.G.2, volgnummer 28), sigaret (1.G.2, volgnummer 29), telefoon (1.G.2, volgnummer 31), hemd (1.G.3, volgnummer 1), polo shirt (1.G.3, volgnummer 2), trainingsbroek (1.G.3, volgnummer 3), sportschoen (1.G.3, volgnummer 4), aansteker (1.G.3, volgnummer 6) en pet (1.G.4, volgnummer 37).

11. Vordering tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces heeft [naam], wonende [adres], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 primair tenlastegelegde tot een bedrag van € 1.996,63. In hoger beroep is deze vordering wederom aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde bedrag. De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd.

De advocaat-generaal heeft tot integrale toewijzing van de vordering geconcludeerd.

De verdachte heeft de vordering van de benadeelde partij niet betwist. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen. Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

In het onderhavige strafproces heeft [naam], wonende [adres], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden schade bij wijze van voorschot als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 primair tenlastegelegde tot een bedrag van € 1.996,63. In hoger beroep is deze vordering wederom aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde bedrag. De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd. De advocaat-generaal heeft tot integrale toewijzing van de vordering geconcludeerd.

De verdachte heeft de vordering van de benadeelde partij niet betwist. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen. Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Het hof is van oordeel dat in geval van betaling van genoemde schadevergoeding de door de benadeelde partij geleden immateriële schade geacht moet worden geheel te zijn vergoed en die betaling derhalve niet als een voorschot dient te worden aangemerkt. Alle omstandigheden in aanmerking genomen acht het hof het gevorderde bedrag redelijk en billijk.

12. Betaling aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers

Nu vaststaat dat de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de strafbare feiten is toegebracht, zal het hof - overeenkomstig de eis van de advocaat-generaal - aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.996,63 ten behoeve van het slachtoffer [naam], wonende [adres] en tot een bedrag van € 1.996,63 ten behoeve van het slachtoffer [naam], wonende [adres].

13. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 282, 317 en 421 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte terzake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ZES JAREN.

Bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan Kwantum van een moker (1.G.2, volgnummer 12), hamer (1.G.2, volgnummer 14), geld (1.G.2, volgnummer 20), schroevendraaier (1.G.2, volgnummer 21), geld (1.G.2, volgnummer 30), mes (1.G.2, volgnummer 32), etui (1.G.2, volgnummer 33), mondkap (1.G.2, volgnummer 34), geld (1.G.2, volgnummer 35), geld (1.G.3, volgnummer 5) en videoband (1.G.5, volgnummer 36).

Gelast de teruggave aan de verdachte van een portemonnee (1.G.2, volgnummer 13), treinkaart (1.G.2, volgnummer 15), sigaret (1.G.2, volgnummer 16), rugzak (1.G.2, volgnummer 17), jack (1.G.2, volgnummer 19), sigaret (1.G.2, volgnummer 22), aansteker (1.G.2, volgnummer 23), deodorant (1.G.2, volgnummer 24), broek (1.G.2, volgnummer 27), trui (1.G.2, volgnummer 28), sigaret (1.G.2, volgnummer 29), telefoon (1.G.2, volgnummer 31), hemd (1.G.3, volgnummer 1), polo shirt (1.G.3, volgnummer 2), trainingsbroek (1.G.3, volgnummer 3), sportschoen (1.G.3, volgnummer 4), aansteker (1.G.3, volgnummer 6) en pet (1.G.4, volgnummer 37).

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam], wonende [adres] tot het gevorderde bedrag van ÉÉNDUIZEND NEGENHONDERDZESENNEGENTIG EURO EN DRIEËNZESTIG EUROCENT en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met haar vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak zijn begroot op nihil - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.996,63 ten behoeve van het slachtoffer [naam], wonende [adres], welk bedrag bij gebreke van betaling en verhaal wordt vervangen door hechtenis voor de duur van 39 dagen.

Bepaalt dat voorzover wordt voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen, alsmede dat voorzover wordt betaald aan de benadeelde partij de verplichting van de verdachte tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam], wonende [adres] tot het gevorderde bedrag van ÉÉNDUIZEND NEGENHONDERDZESENNEGENTIG EURO EN DRIEËNZESTIG EUROCENT en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met zijn vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak zijn begroot op nihil - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.996,63 ten behoeve van het slachtoffer [naam], wonende [adres], welk bedrag bij gebreke van betaling en verhaal wordt vervangen door hechtenis voor de duur van 39 dagen.

Bepaalt dat voorzover wordt voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen, alsmede dat voorzover wordt betaald aan de benadeelde partij de verplichting van de verdachte tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mrs Von Brucken Fock, Van Dijk en Van der Flier, in bijzijn van de griffier mr Kleijne.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 februari 2003.

Mr Van der Flier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

Bewezenverklaring:

1. hij op 17 mei 2001 te Dordrecht in het pand van Kwantum aan de [straat] aldaar opzettelijk personen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ten [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] wederrechtelijke van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft verzachte met dat opzet

(ten aanzien van voornoemde [slachtoffer 3])

- voornoemde [slachtoffer 3] bij zijn schouder gepakt en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn rug geduwd en daarbij tegen voornoemde [slachtoffer 3] gezegd: "Ga lopen" en

- voornoemde [slachtoffer 3] meegevoerd naar het magazijn van voorgenoemd pand van Kwantum en

- voornoemde [slachtoffer 3] in voornoemd magazijn gezegd op zijn knieën te gaan zitten met zijn handen op zijn rug en

- met tape de armen van voornoemde [slachtoffer 3] op zijn rug gebonden en

- tape over de mond van voornoemde [slachtoffer 3] geplakt en

- een verlichtingskoord om de polsen van voornoemde [slachtoffer 3] gebonden en gezegd te blijven zitten waar hij zat en vervolgens

- voornoemde [slachtoffer 3] in geboeide toestand in voornoemd magazijn achtergelaten en

(ten aanzien van voornoemde [slachtoffer 4])

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de borst van voornoemde [slachtoffer 4] gezet en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de rug van voornoemde [slachtoffer 4] geduwd en

- voornoemde [slachtoffer 4] meegevoerd naar het magazijn van voorgenoemd pand van Kwantum en

- voornoemde [slachtoffer 4] in voornoemd magazijn gezegd op zijn knieën te gaan zitten met zijn handen op zijn rug en

daarbij tegen voornoemde [slachtoffer 4] gezegd dat hij zijn mond moest houden en

- de handen van voornoemde [slachtoffer 3] vastgetaped en

- voornoemde [slachtoffer 4] gebonden en gezegd te blijven zitten waar hij zat en vervolgens

- gezegd te blijven zitten waar hij zat en vervolgens

- voornoemde [slachtoffer 4] in geboeide toestand in voornoemd magzzijn achtergelaten en

(ten aanzien van voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5])

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht op en getoond aan voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en daarbij tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] gezegd: "Kluissleutel en meelopen" en "Gaat U ook de kluis in" en

- voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] gedwongen in de telruimte van voornoemd pand van de Kwantum plaats te nemen en

- voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] gedwongen op hun knieën te gaan zitten en hun hoofd naar beneden te houden en

- tegen voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] gezegd "Jullie houden je nu even gedeisd, nog vier minuten en dan ben ik terug" en

- gezegd te blijven zitten waar zij zaten en

- voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] in voornoemde telkamer achtergelaten en de deur van voornoemde telkamer gesloten en

- bovengenoemde personen genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] aldus belet zich te verwijderen van de plaats waar zij zich bevonden en belet te gaan en staan waar zij wilden.

2 hij op 17 mei 2001 te Dordrecht in het pand van de Kwantum aan de [straat] aldaar, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld personen die zich in het pand van de Kwantum aldaar bevonden, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] tot afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan Kwantum, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en

- voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] heeft gedwongen op hun knieen te gaan zitten en hun hoofd naar de grond te houden en daarbij tegen

- voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] heeft gezegd: "Kluissleutel en meelopen" en "Geld, ik moet geld hebben" en doelend op een seals-bag "Die moet ook mee" en "Vullen"

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de verdachte wegens poging tot afpersing en afpersing opgelegde gevangenisstraf heeft ondergaan.