Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0970

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-03-2003
Datum publicatie
12-08-2003
Zaaknummer
2200209302
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft meermalen aanzienlijke partijen verdovende middelen uitgevoerd, afgeleverd, vervoerd, verkocht of aanwezig gehad, niet alleen hennep, maar ook cocaïne, een harddrug. Cocaïne en hennep zijn voor de volksgezondheid gevaarlijke stoffen, en het gebruik van met name cocaïne is ook bezwarend voor de samenleving, onder meer vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit. Verdachte zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen. Bovendien heeft verdachte het bewezenverklaarde niet alleen begaan, maar samen met anderen in georganiseerd verband. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister is de verdachte eerder terzake van het plegen van strafbare feiten veroordeeld, onder meer tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar en 6 maanden in verband met het overtreden van de Opiumwet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rolnummer 2200209302

parketnummer 1312902498

datum uitspraak 3 maart 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 21 mei 2002, gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 23 juni 2000 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg, het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep door het gerechtshof te Amsterdam op 17 november 2000, 26 januari 2001 en 2 februari 2001 en -na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden- het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 3 maart 2003.

2. Procesgang in hoger beroep

Het gerechtshof te Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 16 februari 2001 -met vernietiging van het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 23 juni 2000- de verdachte van het onder 4 en 8 tenlastegelegde vrijgesproken en terzake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde en bewezenverklaarde, gekwalificeerd als "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd", het onder 5 tenlastegelegde en bewezenverklaarde, gekwalificeerd als "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid onder C, van de Opiumwet gegeven verbod", het onder 6 tenlastegelegde en bewezenverklaarde, gekwalificeerd als "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid onder A, van de Opiumwet gegeven verbod", en het onder 7 tenlastegelegde en bewezenverklaarde, gekwalificeerd als "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, eerste lid onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van voorarrest, met beslissingen omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het arrest.

De verdachte heeft tegen voornoemd arrest beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 21 mei 2002 voormeld arrest vernietigd, doch uitsluitend wat betreft de opgelegde gevangenisstraf en de zaak naar dit gerechtshof verwezen opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan.

3. Strafmotivering

De advocaat-generaal mr. Geradts heeft gevorderd dat de verdachte terzake van het bewezenverklaarde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 288 dagen, te corrigeren met de tijd gedurende welke de voorlopige hechtenis is geschorst, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft meermalen aanzienlijke partijen verdovende middelen uitgevoerd, afgeleverd, vervoerd, verkocht of aanwezig gehad, niet alleen hennep, maar ook cocaïne, een harddrug. Cocaïne en hennep zijn voor de volksgezondheid gevaarlijke stoffen, en het gebruik van met name cocaïne is ook bezwarend voor de samenleving, onder meer vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit. Verdachte zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen. Bovendien heeft verdachte het bewezenverklaarde niet alleen begaan, maar samen met anderen in georganiseerd verband. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister is de verdachte eerder terzake van het plegen van strafbare feiten veroordeeld, onder meer tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar en 6 maanden in verband met het overtreden van de Opiumwet.

Het hof is dan ook van oordeel dat alleen een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende reactie vormt.

4. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

5. BESLISSING

Het hof:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER JAREN EN ZES MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mrs. Horstink, Zandbergen en De Hoogh, in bijzijn van de griffier mr. Conté.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 maart 2003.

Mr. De Hoogh is buiten staat dit arrest te ondertekenen.