Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0939

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-06-2003
Datum publicatie
11-08-2003
Zaaknummer
2200404102
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde levert op:

1. primair: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

2. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, met betrekking tot een wapen van categorie II en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

3. In strijd met een bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, hetgeen kan strekken tot bevoordeling van zichzelf, wetend dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking of tegemoetkoming.

4. In strijd met de waarheid een gegeven verzwijgen, met het oogmerk om aldus voor zichzelf bijstand te verkrijgen dan wel te behouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

rolnummer 2200404102

parketnummer 0975408601

datum uitspraak 24 juni 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 30 september 2002 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 juni 2003.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen bij inleidende dagvaarding, zoals op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering nader omschreven, vermeld staat en zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd.

Van de nadere omschrijving tenlastelegging en de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest is gevoegd.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaar, met aftrek van voorarrest, met beslissing omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het vonnis.

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

6. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde levert op:

1. primair: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

2. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, met betrekking tot een wapen van categorie II en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

3. In strijd met een bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, hetgeen kan strekken tot bevoordeling van zichzelf, wetend dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking of tegemoetkoming.

4. In strijd met de waarheid een gegeven verzwijgen, met het oogmerk om aldus voor zichzelf bijstand te verkrijgen dan wel te behouden.

8. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

9. Strafmotivering

De advocaat-generaal mr. Strack heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaar, met aftrek van voorarrest, een geldboete van €. 80.000,--, subsidiair 180 dagen hechtenis, met beslissing omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het vonnis.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met anderen een zeer grote hoeveelheid heroïne in Nederland ingevoerd; zij fungeerde als essentiële schakel in het organiseren van de invoer door contactpersoon te zijn voor alle betrokkenen.

De verdachte heeft daarbij enkel het oog gehad op financieel gewin; de waarde van de ingevoerde partij was aanzienlijk. Dit delict draagt bij aan de handel in en het gebruik van heroïne, waardoor de volksgezondheid ernstig wordt bedreigd en waardoor ook onder de gebruikers het plegen van vermogensdelicten, teneinde de voor het gebruik benodigde gelden te verkrijgen, wordt bevorderd. Dit veroorzaakt veel schade en onrust in de samenleving.

Ook had de verdachte een schietpen met munitie in haar woning, een zeer ernstig wapenmisdrijf. Verder heeft de verdachte tegenover de gemeente gegevens verzwegen, waardoor deze ten onrechte grote bedragen aan bijstand aan de verdachte heeft uitgekeerd. De verdachte heeft aldus misbruik gemaakt van het sociale stelsel.

Het hof is dan ook van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende reactie vormt en daarnaast, in het bijzonder voor de feiten 1 en 3, mede gelet op feit 4, het opleggen van een hoge geldboete, waarbij het hof in aanmerking neemt dat de ingevoerde hoeveelheid heroïne een veelvoud waard is van 11.500,-- euro.

Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

10. Beslag

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de blijkens de aan dit arrest gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 7 t/m 11, 13, 15, 17 t/m 20 en 23 t/m 25, zullen worden verbeurdverklaard, aangezien met behulp van deze voorwerpen het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan.

Bij de vaststelling van de bijkomende straf van verbeurdverklaring is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de blijkens de aan dit arrest gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 12, 14, 16, 21 en 22, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het onder 2 bewezenverklaarde feit is begaan en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.

Ten aanzien van het inbeslaggenomen voorwerp 6 zal het hof de teruggave gelasten a[naam]]

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 227b van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 2, 10 en 12 van de Opiumwet.

12. Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHT JAREN.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tevens tot het betalen van een geldboete van NEGENTIGDUIZEND EURO,

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van driehonderdzestig dagen.

Verklaart verbeurd de blijkens de aan dit arrest gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 7 t/m 11, 13, 15, 17 t/m 20 en 23 t/m 25.

Ten aanzien van genoemde inbeslaggenomen voorwerpen wordt het conservatoir beslag in stand gehouden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de blijkens de aan dit arrest gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 12, 14, 16, 21 en 22.

Gelast de teruggave van het blijkens de aan dit arrest gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 6, aan [naam], zonder afbreuk te doen aan het daarop anderszins rustend beslag.

Dit arrest is gewezen door mrs. Koning, Van Rijnberk en Mos-Verstraten, in bijzijn van de griffier Van der Mark.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 juni 2003.

--------------------------------------

Bewezenverklaring

1.

zij in de periode van 10 december 2001 tot en met 15 maart 2002 op een plaats in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 273,8 kilogram, van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2.

zij op 15 maart 2002 te Nieuwerkerk ad IJssel een wapen van categorie II, te weten een schiet(bal)pen, en een onderdeel van een wapen van categorie III te weten een patroonhouder en munitie van categorie III te weten 4 patronen, kaliber .38 en 125 patronen, kaliber 6.35 mm., en 42 patronen, kaliber .22 voorhanden heeft gehad;

3.

zij meermalen in de periode van 1 juli 2000 tot en met 15 maart 2002 te Nieuwerkerk ad IJssel, (telkens) in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift, te weten artikel 65 van de Algemene Bijstandswet, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft zij, verdachte,

- geen opgave gedaan van het feit dat ze in genoemde periode inkomsten genoot uit de verkoop van caravans en

- geen opgave gedaan van het feit dat ze in genoemde periode in het bezit was van een mercedes-benz, kenteken […] met een aanschafwaarde van f. 155.000,- en

- geen opgave gedaan van het feit dat ze in genoemde periode in het bezit was van een geldbedrag van 7.249 euro en een geldbedrag van 13.300 Amerikaanse dollars;

4.

zij meermalen in of omstreeks de periode van 1 februari 1997 tot en met 30 juni 2000 te Nieuwerkerk ad IJssel, (telkens) in strijd met de waarheid gegevens heeft verzwegen voor de afdeling sociale zaken van de gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel, immers heeft verdachte toen en daar

- niet gemeld aan die afdeling dat zij in het bezit was van een Audi cabriolet, kenteken […] met een cataloguswaarde van f. 100.000,- en

- niet gemeld aan die afdeling dat zij in genoemde periode in het bezit was van een mercedes-benz, kenteken […] met een aanschafwaarde van f. 155.000,- en

- niet gemeld dat zij in genoemde periode in het bezit was van een bedrag in contanten van 30.000,- en van f. 125.000,-

- niet gemeld dat zij inkomsten genoot uit de verkoop van caravans,

(telkens) met het oogmerk om voor zichzelf bijstand ingevolge de Algemene Bijstandswet te verkrijgen dan wel te behouden;