Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AH9975

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-05-2003
Datum publicatie
16-07-2003
Zaaknummer
BK-00/02347
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Omzetcorrectie. Correctie reiskosten. Omkering van de bewijslast. Artikel 29 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 29, geldigheid: 2003-05-27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2003-1331
V-N 2003/52.6

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

eerste meervoudige belastingkamer

27 mei 2003

nummer BK-00/02347

UITSPRAAK

op het beroep van de Erven van X (hierna: erflater) tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid Ondernemingen P van de Belastingdienst, betreffende na te noemen navorderingsaanslag.

1. Aanslag, navorderingsaanslag en bezwaar

1.1. Aan de erflater is voor het jaar 1993 een aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 190.235.

1.2. Vervolgens heeft de Inspecteur met dagtekening 28 december 1998 aan belanghebbenden voor dat jaar een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 300.983, zonder verhoging.

1.3. Bij uitspraak van 21 juli 2000 heeft de Inspecteur het bezwaar van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag gedeeltelijk gegrond verklaard en het belastbare inkomen met

ƒ 33.167 verminderd tot ƒ 267.816.

2. Loop van het geding

2.1. Belanghebbenden zijn van de bovenvermelde uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van ƒ 60. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. Belanghebbenden hebben vervolgens een conclusie van repliek ingediend, waarop de Inspecteur heeft gereageerd met een conclusie van dupliek.

2.3. Voorafgaand aan de zitting heeft de Inspecteur op 20 november 2001 een nader stuk ingediend en hebben belang-hebbenden op 21 november 2001 een nader stuk ingediend. Partijen hebben van elkanders stukken kunnen kennisnemen en zich daarover ter zitting kunnen uitlaten. Het Hof rekent die stukken tot de gedingstukken.

2.4. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 27 november 2001, gehouden te Den Haag. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

2.5. In verband met de wijziging van de samenstelling van de kamer heeft op 3 december 2002 een nieuwe behandeling ter zitting plaatsgevonden. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

3. Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, het volgende komen vast te staan:

3.1. Erflater heeft op (. . .) 1991 een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid opgericht onder de naam A Beheer B.V. Bij akte van 13 april 1995 zijn de statuten van de voormelde vennootschap gewijzigd en is haar naam gewijzigd in B Beheer B.V. (hierna: de B.V.).

3.2.1. In 1991 hebben erflater en zijn echtgenote Y (hierna: Y) op een veiling "Camping C" te Q (hierna: de Camping) gekocht van de gemeente R. De exploitatie van de Camping was met ingang van 1992 voor rekening en risico van D C.V.

3.2.2. Erflater en Y woonden tot en met juli 1994 in een houten barak op het campingterrein en vanaf augustus 1994 in een nieuw gebouwde woning op dit terrein.

3.3. In D C.V. (hierna: de C.V.) participeerden erflater en Y als beherend vennoten voor onderscheidenlijk 5/9e en 3/9e deel. De B.V. participeerde voor 1/9e deel in de C.V. als commanditair vennote.

3.4. Op 31 augustus 1994 is door erflater, Y en de B.V. een zogenoemde voorovereenkomst gesloten met het oog op de geruisloze inbreng in belanghebbende van de door erflater en Y in de vorm van de C.V. gedreven ondernemingen.

Bij notariële akte van 31 maart 1995 is deze inbreng tot stand gebracht.

3.5. In 1993 hebben erflater en Y een reis naar Florida gemaakt. Erflater is in dat jaar ernstig ziek geworden. In verband met hartproblemen werd hij in 1993 en 1994 diverse malen in het ziekenhuis opgenomen. In 1994 is erflater medisch goedgekeurd voor een open hartoperatie en transplantatie. Erflater heeft een dergelijke ingreep vervolgens ook ondergaan. Op 27 april 1995 is erflater overleden.

3.6.1. Op 19 juli 1996 is namens de Inspecteur aan de Camping een bezoek gebracht in verband met het waarnemen van de actuele bedrijfsactiviteiten en het beoordelen van de administratieve vastleggingen (bijlage B 8 bij het verweerschrift).

3.6.1.1. Daarbij is vastgesteld dat de ondernemingsactiviteit bestond uit de exploitatie van een camping nabij het a-strand van Q. De Camping is geopend van 1 april tot

1 november. De maximale capaciteit van de Camping is 471 plaatsen. In dit aantal zijn zeven eigen caravans voor verhuur begrepen. Van de 471 plaatsen zijn er 245 tot 250 bezet met stacaravans. De overige plaatsen zijn seizoen- dan wel passantenplaatsen. Op het terrein zijn een cafe/snackbar en een kampwinkel aanwezig welke aan derden worden verhuurd. Voorts vindt er verhuur van fietsen plaats (. . .), is er verhuur van tennisbanen, en worden er munten verkocht voor de douches, de wasmachines, de drogers en voor de telefooncellen.

3.6.1.2. Wat betreft de administratieve vastleggingen werd

bij die gelegenheid het volgende geconstateerd:

Jaarplaatsen:

Nieuwe jaarplaatsen krijgen een recronovereenkomst. Voor volgende jaren worden eigen overeenkomsten gebruikt. In oktober van elk jaar worden de jaarplaatshouders aangeschreven met de vraag of verlenging zou plaatsvinden. Bij bevestiging wordt een overeenkomst toegezonden. Na terugontvangst krijgen de eigenaren een factuur toegezonden. Van beiden worden afschriften bij de administratie bewaard.

Seizoenplaatsen en passanten reserveerders:

De houders van deze plaatsen krijgen een reserveringsformulier toegezonden. Na terugontvangst daarvan krijgen zij een factuur toegezonden. Ook hiervan blijven weer afschriften bij de administratie bewaard.

Passanten niet-reserveerders:

Deze kampeerders krijgen bij vertrek een nota. Hiervan wordt een afschrift bij de administratie bewaard.

Geldadministratie:

De jaar-, seizoen- en passantenplaatsen die via de computer worden verwerkt (AICN pakket), worden rechtstreeks doorgeboekt in de geldadministratie. De nota's die passanten niet-reserveerders krijgen worden 1 x per maand in de kasadministratie verwerkt.

Voor de overige ontvangsten wordt een groepenkassa gebruikt. Deze wordt dagelijks afgeslagen. De kassa-afslag wordt bewaard.

Overige vastleggingen:

- De stacaravans hebben een aparte meter voor elektra en water. Afrekening vindt plaats gelijk met de eerste betaling van het jaar daarop. Er worden geen voorschotten in rekening gebracht.

- Voor de camping wordt in de computer een planbord bijgehouden. Dit planbord is niet bewaard. Met Y is afgesproken dat dit met ingang van 1996 zou worden bewaard.

3.6.1.3. Naast Y waren op 19 juli 1996 de volgende personen in vaste dienst op de Camping werkzaam: E (voor algemeen technisch onderhoud), F (receptiemedewerkster) en G (schoonmaakster). Daarnaast werd personeel ingehuurd voor terreinwerkzaamheden van de Sociale werkplaats te S.

3.6.2. Op 22 januari 1998 is door de Inspecteur een boekenonderzoek aangekondigd over de jaren 1994 tot en met 1997. Dit onderzoek is uitgemond in een rapport van 12 maart 1999 (hierna: het controlerapport), dat tot de gedingstukken behoort. Blijkens dit rapport zijn ook de kalenderjaren 1992 en 1993 in het onderzoek betrokken.

3.6.2.1. In de onderzochte periode vonden met betrekking tot de exploitatie van de Camping de volgende administratieve vastleggingen plaats. Met betrekking tot de zogenoemde jaarplaatsen, seizoenplaatsen en passanten-reserveerders en passanten niet-reserveerders geldt gedurende de gehele periode hetgeen hiervoor onder 3.6.1.2 is vermeld. De afrekening van het energie- en waterverbruik van de jaarplaatshouders vond gedurende de gehele periode eveneens op de hiervoor onder 3.6.1.2 beschreven wijze plaats. De overige ontvangsten werden niet gedurende de gehele onderzochte periode op de onder 3.6.1.2 beschreven wijze vastgelegd. Wel werd gebruik gemaakt van diverse kladstukken, zoals:

- dag- c.q. periodenstaten van de opbrengsten telefoon, droog- en strijkautomaten, warmwaterautomaten, douchemuntautomaat en diversen;

- dagafslagen van de kassa in de receptie (groepenkassa);

- kladbonnen met aantekeningen logies, bolderkarverhuur, fietsverhuur;

- kladbescheiden opbrengsten speelautomaten.

Dagstaten tennisbaan verhuur werden opgemaakt als voorlopige reserveringslijst en bij betaling van de tennishuur werd de opbrengst hiervan aangeslagen op de kassa. Tot en met 1994 is de financiële opbrengst van de tennisbanen niet in (dag)staten vastgelegd. Met ingang van 1995 vindt de verhuur van de tennisbanen plaats door tussenkomst van de horeca(uitbater). Vanaf dat jaar zijn er wel dagstaten tennishuur.

3.6.2.2. In de jaren tot en met 1994 heeft erflater de administratie van de Camping gevoerd. Van 1995 tot en met 1997 heeft de administratieve verwerking plaatsgevonden door een medewerker van de toenmalige gemachtigde van belanghebbende. Eenmaal per kwartaal verwerkte deze de gegevens in het computersysteem van de camping en verzorgde hij de aangiften omzetbelasting.

3.6.2.3. Tijdens het boekenonderzoek en het daaropvolgende overleg tussen belanghebbende en de Inspecteur, konden de volgende bescheiden niet worden overgelegd:

- de uitwerkingen/journalen, grootboeken en kolommenbalansen van het jaar 1992 en 1993 van de CV;

- het jaarstuk 1993 van de CV dat door erflater is gemaakt;

- de passantenbonnen van de niet-reserveerders van de jaren 1992 en 1993 betreffende de CV;

- de passantenbonnen van de niet-reserveerders van 1 janua-ri 1994 tot en met 3 juli 1994 met betrekking tot de zogenoemde voorperiode voor inbreng van de in de vorm van de CV gedreven ondernemingen van erflater en Y;

- de kladbescheiden van de vastleggingen van de overige ontvangsten van de jaren 1992, 1993 en 1994, van de CV onderscheidenlijk die met betrekking tot de zogenoemde voorperiode voor inbreng van de in de vorm van de CV gedreven ondernemingen van erflater en Y, zoals genoemd onder 3.6.2.1;

- diverse afschriften van Nederlandse bankrekeningen ten name van erflater, te weten:

(. . .) over 1992 en 1993 niet aanwezig

(. . .) gedeeltelijk aanwezig

(. . .) alleen een afschrift per 1 januari 1993 aanwezig

(. . .) tot 1 mei 1992 niet aanwezig

(. . .) tot en met 1992 niet aanwezig

(. . .) totaal niet aanwezig

(. . .) totaal niet aanwezig

- diverse afschriften van Belgische bankrekeningen ten name van erflater, te weten:

- (. . .) BEF tot 1 oktober 1993 niet aanwezig;

- (. . .) BEF tot 1 oktober 1993 niet aanwezig;

- (. . .) NLG tot 1 oktober 1993 niet aanwezig;

- (. . .) NLG tot 11 juni 1992 niet aanwezig.

3.6.2.4. In de onderzochte periode is met betrekking tot de boekhouding door de controlerend ambtenaar voorts het volgende geconstateerd:

- Ten laste van de winst over 1993 is een bedrag van ƒ 2.704 gebracht als kosten voor een reis naar Florida van erflater en Y

- Ten laste van de winst over 1994 is een factuur voor vijf keukenblokken voor stacaravans gebracht, terwijl deze in feite de levering van een keuken voor de in aanbouw zijnde eigen woning betrof. Hetzelfde geldt voor een factuur met vermelding "diverse werkzaamheden kantoor en receptie", die in feite de plaatsing van een inbouwhaard in de eigen woning betrof. Verder was sprake van ontbrekende facturen voor werkzaamheden aan de eigen woning en de inrichting daarvan in 1994;

- Een deel van de zakelijke uitgaven is via de rekening-courantverhouding met erflater verwerkt. Niet in alle jaren is hierbij dezelfde gedragslijn aangehouden. Het gaat om de volgende totaalbedragen:

o 1993 privéstortingen ƒ 50.391,50

o 1994 creditering rekening courant ƒ 80.113,98

o 1995 creditering rekening courant ƒ 16.041,25

o 1996 creditering rekening courant ƒ 3.600,25

In verband met deze uitgaven werden, via overschrij-vingen van de zakelijke bankrekening naar de privé- bankrekening bedragen overgemaakt van per keer ƒ 3.500. In totaal is per jaar overgemaakt:

o 1993 ƒ 28.000

o 1994 ƒ 45.500

o 1995 ƒ 31.500

- De opbrengsten zijn niet in alle jaren op gelijke wijze in de administratie verwerkt. In 1993 en 1994 is er geen kasadministratie. Voor het bepalen van de ontvangsten werden eerst alle bankrekeningen geboekt op het grootboeknummer (. . .). Daarnaast werden hierop geboekt alle kasafstortingen op de bank (als zijnde de gerealiseerde omzet per kas). De opbrengsten volgens het grootboeknummer (. . .) werden later, aan de hand van de diverse extracomptabele vastleggingen, verdeeld over de diverse ontvangstgroepen. De restpost werd aangemerkt als opbrengst van toeristische plaatsen. In 1995 is door de adviseur achteraf een kasopstelling gemaakt (zonder kassaldo). De daarin opgenomen bedragen komen van de kassa-afslagen van de kassa in de receptie en de kladgegevens van de opbrengsten telefoon, tennisbanen, warmwater, droog en strijk, en dergelijke. In verband met een door de adviseur geconstateerd negatief kassaldo heeft deze per 31 december 1995 een sluitboeking gemaakt van ƒ 108.566,75 (ƒ 102.421,46 aan seizoenplaatsen en ƒ 6.145,29 aan te betalen BTW). Daarnaast komen in het kasoverzicht bedragen (als ontvangsten) voor, waarvan de herkomst niet duidelijk is. Deze bedragen zijn: 31 maart ƒ 6.257, 30 april ƒ 6.205, 31 mei ƒ 33.508 en 30 juni ƒ 54.319. In het kasverslag komen nagenoeg geen zakelijke uitgaven voor en evenmin zijn privé-opnamen verantwoord. In 1995 werden verder, volgens bankafschriften, op verschillende data bedragen gestort tot een totaal van ƒ 16.756. Deze stortingen zijn niet in het kasverslag opgenomen. Ook in 1996 is door de adviseur achteraf een kasopstelling gemaakt (zonder beginsaldo, maar wel met een eindsaldo). De daarin opgenomen bedragen komen van de kassa-afslagen van de kassa in de receptie en de kladgegevens van de opbrengsten telefoon, tennisbanen, warmwater, droog en strijk, en dergelijke, alsmede van de aanwezige bescheiden met betrekking tot uitgaven. Daarnaast komt in het kasoverzicht een bedrag (als ontvangsten) voor van ƒ 126.821,13, waarvan de herkomst niet duidelijk is. Verder komt een sluitpost voor van ƒ 12.085 aan omzet. In 1996 komen in de kasopstelling voorts diverse stortingen voor op een bankrekening. In 1997 is door de adviseur eveneens achteraf een kasopstelling gemaakt (nu met een beginsaldo en een eindsaldo). De daarin opgenomen bedragen komen van de kassa-afslagen van de kassa in de receptie en de kladgegevens van de opbrengsten telefoon, tennisbanen, warmwater, droog en strijk, en dergelijke, alsmede van de aanwezige bescheiden met betrekking tot uitgaven. Uit de diverse bankrekeningen en overige aangetroffen bescheiden en verwerkingen heeft de controlerend ambtenaar kasopstellingen gemaakt waaruit de volgende tekorten naar voren komen:

o 1992 en 1993 samen ƒ 424.712

o 1994 ƒ 128.128

o 1995 ƒ 34.189

o 1996 ƒ 11.028

- Alleen in 1997 zijn opbrengsten gasverkopen verantwoord (omzet ƒ 6.060, inkoop ƒ 4.528, winst per saldo (ƒ 6.060 x 100/117 -/- ƒ 4.528 = ƒ 630), terwijl in alle jaren gasflessen werden verkocht.

- Op zaterdag 3 mei 1997, donderdag 17 juli 1997, zondag 10 augustus 1997 en dinsdag 26 augustus 1997 zijn in opdracht van de Inspecteur luchtfoto's van de Camping gemaakt, met het oog op het verzamelen van gegevens ten behoeve van een boekenonderzoek. Deze acties zijn niet vooraf aan belanghebbende meegedeeld. Wel zijn alle campings in Zeeland in 1994 gewezen op de mogelijkheid dat van hun terreinen luchtfoto's zouden kunnen worden gemaakt. Aan de hand van deze luchtfoto's is tijdens het hiervoor vermelde boekenonderzoek geconstateerd dat niet van alle bezette plaatsen volgens die foto's facturen of bonnen aanwezig waren. Tot de gedingstukken behoort een overzicht van de campingplaatsen en tijdstippen die het betrof.

3.6.2.5. Het controlerapport houdt ten aanzien van de kasverantwoording en omzet in de jaren 1992 en 1993 in het bijzonder nog het volgende in:

"Voor deze jaren zijn geen overzichten kasomzet, zoals door ons over de jaren 1994 t/m 1997 zijn gemaakt, te presenteren. De reden hiervoor is dat de administratie niet compleet bewaard is gebleven. Gesteld wordt, nu in alle jaren verschillen optreden, dat ook in 1992 en 1993 niet alle inkomsten zijn verantwoord. Dit wordt ook aangetoond met de kasopstellingen in hoofdstuk 3.1, waar mede door de kasstortingen op de Belgische bankrekeningen een groot tekort ontstaat. In deze jaren zijn niet de vereiste aangiften gedaan nu o.m. geen melding is gemaakt van de ontvangen rente van de Belgische bankrekeningen. Ook de niet verklaarde stortingen geven aan dat niet de vereiste aangiften zijn gedaan. Gesteld wordt dan ook omkeer van de bewijslast. Dit op grond van het feit dat: de administratie niet is bewaard, geen volledig inzicht is gegeven in de Belgische bankrekeningen, niet voldaan is aan de inlichtingenplicht-, niet de vereiste aangifte is gedaan, door niet alle rente aan te geven. Nu in de jaren 1994 t/m 1997 wordt aangetoond dat de omzetten kampeergelden niet volledig zijn verantwoord wordt gesteld dat ook in 1992 en 1993 omzetten kampeergelden niet zijn verantwoord. De hoogte van de correcties is bepaald door uit te gaan van de volgende kasopstelling: Uit de diverse bankrekeningen en overige aangetroffen bescheiden en verwerkingen blijkt het volgende:

1992 en 1993

NLG

NLG

Debet

Credit

Kasopnamen van rek. 023 totaal

31.450

Op bankrekeningen in België gestort

296.664

Kasopnamen van rek. 258 totaal

2.930

Op bankrekening 972 gestort

38.000

Kasopnamen van rek. 031 per saldo

963

Uitgaven voor onderneming 1992

35.000

Uitgaven voor onderneming 1993

50.391

Voor huishouding e.d. stelpost

40.000

Subtotaal

35.343

Subtotaal

460.055

Te kort

424.712

Te kort minimaal

400.000

Correcties:

Meer omzet 1992 f200.000

Meer omzet 1993 f200.000."

3.7.1. De erven hebben over het onderhavige jaar op 18 septem-ber 1998 aangifte gedaan voor de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen 1993 naar een belastbaar inkomen van ƒ 190.235.

3.7.2. De Inspecteur heeft voor de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen 1993 voor erflater op basis van het controlerapport op het fiscale bedrijfsresultaat van de C.V. de navolgende correcties aangebracht:

- boekwinst grond ƒ 3.500

- meer omzet kampeergelden ƒ 200.000

- meer winst verkoop gas ƒ 1.375

- meer omzet i.v.m. luchtfoto's ƒ 10.500

- minder representatiekosten ƒ 2.500

- minder kosten reis Florida ƒ 2.704

- minder kosten energie ƒ 3.525

- huurwaarde ƒ 1.950

- af: verrekenen naheffingen omzetbelasting ƒ 39.660

- Totale winstcorrectie: ƒ 186.394.

Hiervan wordt vijf/negende deel aan belanghebbende toegerekend oftewel ƒ 103.552.

3.7.3. Voorts heeft de Inspecteur, naast het hiervóór vermelde bedrag van ƒ 103.552, nog twee correcties aangebracht welke niet in geschil zijn:

a. meer privé-gebruik auto ƒ 534,

b. meer genoten rente ƒ 6.662.

De navorderingsaanslag is - na het verlenen van de maximale dotatie aan de fiscale oudedagsreserve groot ƒ 18.508 - vastgesteld op ƒ 300.983.

3.7.4. Na bezwaar heeft de Inspecteur het belastbare inkomen verminderd tot ƒ 267.816.

3.7.4.1. Voorafgaand aan de uitspraak op het bezwaarschrift heeft tussen partijen intensief overleg plaatsgevonden. Dit overleg heeft geleid tot een voorstel van belanghebbende van

8 februari 2000 tot afwikkeling van de geschilpunten voort-vloeiende uit het boekenonderzoek. De Inspecteur heeft in zijn brief van 7 juni 2000, waarin hij de uitspraak op het bezwaar-schrift heeft gemotiveerd, het door belanghebbende gedane voorstel afgewezen. Wel is hij op onderdelen aan de bezwaren tegemoetgekomen. Het gaat daarbij om:

- de correctie "meer omzet kampeergelden" welke is teruggebracht van ƒ 200.000 tot ƒ 143.000. De reden daarvoor was gelegen in de omstandigheid dat belanghebbende in de bezwaarfase verkoopovereenkomsten heeft overgelegd van een zeilboot van erflater en Y(verkocht op 10 mei 1992; opbrengst gestort op bankrekening NMB (. . .) te R) en van de voormalige woning van erflater en Y en voorts het grootste deel van de afschriften van de bankrekeningen van erflater in België ter inzage heeft verstrekt. Op grond van deze gegevens heeft de Inspecteur de onder 3.7.2.5 vermelde kasopstelling als volgt aangepast:

1992 en 1993

NLG

NLG

Debet

Credit

Kasopnamen van rek. 023 totaal

31.450

Op bankrekeningen in België gestort

157.900

Kasopnamen van rek. 258 totaal

2.930

Op bankrekening 972 gestort

38.000

Kasopnamen van rek. 031 per saldo

963

Uitgaven voor onderneming 1992

35.000

Uitgaven voor onderneming 1993

50.391

Voor huishouding e.d. stelpost

40.000

Subtotaal

35.343

Subtotaal

321.291

Te kort

285.948

Hieruit heeft de Inspecteur de conclusie getrokken dat het tekort in 1992 en 1993 minimaal ƒ 286.000 heeft bedragen, welk bedrag hij voor ƒ 143.000 aan 1993 heeft toegerekend.

- de correctie "meer winst verkoop gas" is vervallen;

- de correcties "minder kosten representatie" en "minder kosten reis Florida" zijn teruggebracht tot de helft; en

- de correctie huurwaarde is vervallen.

3.7.4.2. Het nader vastgestelde belastbare inkomen 1993 is op basis van de navolgende winstcorrectie vastgesteld:

- boekwinst grond ƒ 3.500

- meer omzet kampeergelden ƒ 143.000

- meer omzet i.v.m. luchtfoto's ƒ 10.500

- minder kosten representatie ƒ 1.250

- minder kosten reis Florida ƒ 1.351

- minder kosten energie ƒ 3.525

- af: te verrekenen naheffingen omzetbelasting ƒ 36.433

- Totaal winstcorrecties ƒ 126.693.

Hiervan wordt vijf/negende deel aan belanghebbende toegerekend oftewel ƒ 70.385.

3.7.4.3. Tijdens de tweede mondelinge behandeling op 3 december 2002 hebben partijen overeenstemming bereikt over het bedrag van de energiekosten. Naar het eenparig oordeel van partijen dient het voormelde bedrag van ƒ 3.515 te worden vervangen door ƒ 1.500.

3.7.4.4. Voorts hebben partijen overeenstemming bereikt over de representatiekosten, in dier voege dat deze correctie komt te vervallen.

3.7.4.5. De Inspecteur heeft ter zitting van 3 december 2002 te kennen gegeven dat hij de correctie inzake de luchtfoto's voor de heffing van inkomstenbelasting niet handhaaft.

3.7.4.6. Van het totaal aan winstcorrecties van ƒ 126.693 komen derhalve de correcties ad ƒ 1.250, ƒ 2.025 (3.525 - 1.500) en ƒ 10.500 te vervallen, zodat een winstcorrectie resteert van

ƒ 112.918. Daarvan wordt vijf/negende deel aan belanghebbende toegerekend, zodat aan winstcorrecties voor belanghebbende resteert ƒ 62.732.

4. Omschrijving geschil en standpunten van partijen

4.1. Tussen partijen is, voor zover deze betrekking hebben op het onderhavige belastingjaar, uitsluitend het volgende nog in geschil:

a. Wat betreft de feitelijke, cijfermatige geschilpunten:

- de omzetcorrectie ter grootte van 5/9 x ƒ 143.000;

- de kosten van de reis Florida.

Belanghebbenden bestrijden deze correcties, de Inspecteur persisteert bij handhaving daarvan.

b. Wat betreft de theoretische, fiscaal-technische geschilpunten is voor zover dit het onderhavige belastingjaar betreft in geschil het antwoord op de vraag of het beroep ongegrond moet worden verklaard, tenzij blijkt dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is. De Inspecteur beantwoordt deze vraag bevestigend, belanghebbenden ontkennend.

4.2. Belanghebbenden stellen zich, na wijziging van hun standpunten in de loop van het geding, uiteindelijk op het standpunt:

a. Wat betreft de feitelijke, cijfermatige geschilpunten:

- De omzetcorrectie ter grootte van 5/9 x ƒ 143.000 berust op niet gemotiveerde dan wel onvoldoende door feiten ondersteunde stellingen;

- De reiskosten Florida zijn op zakelijke gronden gemaakt ten behoeve van het campingbedrijf.

b. Wat betreft de theoretische, fiscaal-technische geschilpunten stellen belanghebbenden dat de omstandigheden in aanmerking genomen niet kan worden volgehouden dat erflater noch de vereiste aangifte heeft gedaan, noch dat erflater niet heeft voldaan aan zijn inlichtingenplicht of zijn administratieplicht, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR), zodat omkering van de bewijslast niet aan de orde is. Feiten uit andere jaren en feiten betrekking hebbende op andere belastingplichtigen mogen daarbij niet in de beoordeling worden betrokken. Voorts beroepen zij zich wat betreft het niet verstrekken van de door de Inspecteur gevraagde bescheiden op overmacht.

4.3. De Inspecteur heeft de standpunten van belanghebbenden gemotiveerd bestreden en zich op het standpunt gesteld:

a. Wat betreft de feitelijke, cijfermatige geschilpunten:

- De omzetcorrectie ter grootte van ƒ 143.000 is gebaseerd op kasopstellingen die de controlerend ambtenaar heeft gemaakt op basis van diverse bankbescheiden en overige bescheiden;

- De reiskosten Florida zijn ingegeven door privé-motieven, zodat zij als onttrekking in aanmerking moet worden genomen.

c. Wat betreft het theoretische, fiscaal-technische geschil-punt stelt de Inspecteur dat, alhoewel het correct is dat voor zaken als bewaarplicht, vereiste aangifte en administratieverplichting gaat om de feiten in de relevante jaren. Feiten uit andere jaren kunnen een licht werpen op het onderhavige jaar en meer in zijn algemeen-heid dienen als bewijs. De mate waarin een feit uit een ander jaar als bewijs dient voor het jaar waarover het geschil loopt kan daardoor verschillen.

4.4. Partijen hebben hun standpunten ter zitting toegelicht, doch aldaar aan de door hen in de gedingstukken gegeven uiteenzettingen geen grieven of weren toegevoegd.

5. Conclusies van partijen

5.1. Het beroep van belanghebbende strekt uiteindelijk tot vermindering van de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van ƒ 200.208 (ƒ 190.235 + ƒ 534 + ƒ 6.662 + ƒ 2.777 (5/9 x (ƒ 3.500 + ƒ 1.500)).

5.2. De Inspecteur heeft uiteindelijk geconcludeerd tot een vermindering van de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van ƒ 260.163 (ƒ 267.816 - ƒ 7.653).

6. Overwegingen omtrent het geschil

Wat betreft de hoogte van de navorderingsaanslag

6.1. Het Hof is van oordeel dat de door de Inspecteur aangevoerde gebreken in de boekhouding van de C.V. over 1993 van zo ernstige aard zijn dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 29 AWR. Dit leidt ertoe dat het beroep moet worden afgewezen, tenzij is gebleken dat, en in hoeverre, de navorderingsaanslag onjuist is. Het beroep van belanghebbende op overmacht wordt verworpen. De woonomstandigheden van de familie X in 1993 noch de ziekte en het overlijden van erflater vormen voldoende grond om de toepassing van artikel 29 AWR achterwege te laten.

6.2. Belanghebbende is er naar 's Hofs oordeel niet in geslaagd te bewijzen dat de navorderingsaanslag tot een te hoog bedrag is opgelegd. De Inspecteur is bij het opleggen van de navorderingsaanslag naar 's Hofs oordeel zorgvuldig te werk gegaan. Hij heeft de door hem aangebrachte correcties op de correctie "meer omzet in verband met luchtfoto's" na, naar 's Hofs oordeel voldoende gemotiveerd. Van willekeurig handelen door de Inspecteur is terzake geen sprake. De Inspecteur heeft ter zitting van 3 december 2002 te kennen gegeven dat hij de correctie luchtfoto's niet langer handhaaft voor de inkomsten-belasting. In verband daarmee komt deze correctie te vervallen. In zoverre is het beroep van belanghebbende gegrond.

6.3. Het vorenstaande leidt ertoe dat het belastbare inkomen moet worden vastgesteld op ƒ 260.163, en dat het beroep van belanghebbende voorzover het ziet op vaststelling van het belastbare inkomen op een lager bedrag moet worden afgewezen.

7. Proceskosten en griffierecht

7.1. Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende gemaakte proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij het Hof, gelet op de inhoud van de desbetreffende dossiers, de onderhavige zaak en de zaak met het kenmerknummer BK-00/02348, aanmerkt als met elkaar samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het Hof stelt deze kosten, op de voet van het vorengenoemde Besluit en de daarbij behorende bijlage, voor de vorenbedoelde zaken tezamen vast op € 1.932 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand (3 punten à € 322 x 2 (gewicht van de zaak)), waarvan te dezen de helft, derhalve € 966 in aanmerking wordt genomen. Voor een hogere vergoeding acht het Hof geen termen aanwezig.

7.2. Voorts dient aan belanghebbende het voor deze zaak gestorte griffierecht ad ƒ 60, ofwel € 27,23 te worden vergoed.

8. Beslissing

Het Gerechtshof:

- verklaart het beroep gegrond,

- vernietigt de uitspraak waarvan beroep,

- vermindert de aanslag tot een, berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 260.163 (€ 118.056,82),

- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het beroep, aan de zijde van belanghebbende gevallen en vastgesteld op € 966, onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden, en

- gelast de Staat der Nederlanden aan belanghebbende het voor deze zaak gestorte griffierecht ad € 27,23 (ƒ 60) te vergoeden.

Deze uitspraak is vastgesteld op 27 mei 2003 door mrs. Tijnagel, Savelbergh en Van Walderveen, in tegenwoordigheid van de gerechtsauditeur mr. Postema. De beslissing is op die datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordig-heid van de waarnemend griffier mr. Van Duijvendijk.

(Van Duijvendijk)

(Tijnagel)

Aangetekend aan

partijen verzonden:

Ieder van de partijen kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (zie voor het adres de begeleidende brief).

2. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is

gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.