Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AF8869

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-01-2003
Datum publicatie
19-05-2003
Zaaknummer
BK-01/03757
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

derde enkelvoudige belastingkamer

23 januari 2003

nummer BK-01/03757

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid Grote Ondernemingen P van de Belastingdienst, op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen voor het jaar 1998.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 9 januari 2003, gehouden te Den Haag. Aldaar is verschenen A namens belanghebbende, alsmede B en C namens de Inspecteur.

Beslissing

Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.

Gronden

1. Belanghebbende, geboren op 14 november 1944 en gehuwd, is directeur en enig aandeelhouder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid D B.V. (hierna: de BV). De BV is lid van de maatschap E.

2. Blijkens een op 28 augustus 1998 opgemaakte en ondertekende onderhandse akte is belanghebbende met de BV overeengekomen de tussen hen bestaande rekening-courantverhouding schriftelijk vast te leggen en hebben zij daartoe een rekening-courantovereenkomst gesloten. Voor zover hier van belang luidt deze overeenkomst als volgt:

"1 Kredietlimiet

(…)

De vennootschap heeft ultimo 1997 aan X verschaft een rekening-courant krediet ter hoogte van een geldbedrag van maximaal ƒ 1.250.000 (…), zijnde het kredietplafond.

2 Rente

2.1 De door partijen te hanteren jaarlijkse rente over de debet- of creditstand in rekening-courant zal gelijk zijn aan 7%.

2.2 De rente zal gaan lopen vanaf de dag volgend op de dag waarop een bedrag is opgenomen.

2.3 De rente is verschuldigd per het einde van ieder kalenderjaar en zal worden verrekend in rekening-courant.

2.4 De rente wordt berekend aan de hand van een staffel.

3 Aflossing

3.1 Aflossing zal plaatsvinden in onderling overleg tussen partijen.

3.2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is een partij te allen tijde gerechtigd het alsdan verschuldigde bedrag van het krediet inclusief de alsdan verschuldigde rente geheel dan wel gedeeltelijk te voldoen, zonder tot enige schadevergoeding jegens de wederpartij gehouden te zijn.

4 Overdracht

(…)

5 Beëindiging en opeisbaarheid

5.1 Deze overeenkomst kan terstond door ieder der partijen door schriftelijke opzegging worden beëindigd, waardoor de openstaande schuld -daarin begrepen de vervallen rente- van een partij aan de wederpartij terstond opeisbaar is.

(…)

6 Slotbepalingen

6.1 Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

6.2 Wijziging van of aanvulling op deze overeenkomst kan slechts rechtsgeldig geschieden door een door beide partijen ondertekende schriftelijke aanvulling welke aan deze overeenkomst wordt gehecht en geacht wordt hiervan deel uit te maken.

(…)"

3. Met het van de BV opgenomen geldbedrag heeft belanghebbende effecten aangeschaft. Ultimo 1998 en gedurende geheel 1999 bedroeg de rekening-courantschuld van belanghebbende circa ƒ 1 miljoen.

4. Valuta 29 december 1998 is een bedrag van ƒ 28.356 van de door belanghebbende en zijn echtgenote aangehouden rekening-courant bij de Rabobank overgeboekt naar de bankrekening van de BV. Blijkens het bankafschrift luidt de omschrijving van die overboeking: "VOORUITBET. RENTE 1E HALFJR 99".

5. Bij zijn aangifte voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1998, welke uitkwam op een belastbaar inkomen van ƒ 294.934, heeft belanghebbende op de inkomsten uit effecten ten bedrage van ƒ 3.335 waarop Nederlandse dividendbelasting is ingehouden een bedrag van ƒ 93.375 aan kosten in mindering gebracht. In het laatstgenoemde bedrag is het in 4 vermelde bedrag van ƒ 28.356 begrepen. Bij de vaststelling van de aanslag voor het onderhavige jaar heeft de Inspecteur dit bedrag niet in aftrek toegelaten en het belastbare inkomen vastgesteld op ƒ 323.290.

6. In geschil is het antwoord op de vraag of voormelde correctie terecht is aangebracht, welke vraag belanghebbende ontkennend en de Inspecteur bevestigend beantwoordt. In wezen is in geschil het antwoord op de vraag of de overboeking op de bankrekening van de BV betrekking heeft op een vooruitbetaling van rente.

7. De Inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat laatstgenoemde vraag ontkennend moet worden beantwoord. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. In artikel 2.3 van de overeenkomst is bepaald dat rente pas aan het einde van ieder kalenderjaar is verschuldigd en dat deze zal worden verrekend in rekening-courant. Ingevolge die bepaling is rente die betrekking heeft op het eerste half jaar van 1999, pas verschuldigd per eind 1999. De overboeking op de bankrekening van de BV kan dus geen betrekking hebben op vooruitbetaling van rente.

8. Het Hof onderschrijft het betoog van de Inspecteur en diens lezing van artikel 2.3 van de overeenkomst. De andersluidende interpretatie daarvan door belanghebbende acht het Hof niet in overeenstemming met de tekst van dat artikel.

9. Van een wijziging of een aanvulling van de overeenkomst als bedoeld in artikel 6.2 die een vooruitbetaling van rente mogelijk zou maken, is niet gebleken. Het bankafschrift betreffende de overboeking kan niet als zodanig worden aangemerkt. Het op 10 maart 2001 opgemaakte geschrift, inhoudende de verklaring van belanghebbende en de BV dat het dagafschrift dient te worden aangemerkt als een schriftelijke wijziging op de overeenkomst van 28 augustus 1998 als bedoeld in artikel 6.2, brengt daarin geen verandering.

10. Naar de Inspecteur voorts terecht naar voren heeft gebracht, is bij een rekening-courantverhouding een vooruitbetaling van rente moeilijk voorstelbaar vanwege de onbepaalbaarheid van de debet- of creditstand in de toekomst. Verder geldt dat partijen met het aangaan van de rekening-courantverhouding afrekening van afzonderlijke posten hebben uitgesloten. Die verhouding brengt mee dat op ieder ogenblik slechts het actuele saldo is verschuldigd (artikel 6:140, lid 1, BW). Ook op grond van deze omstandigheden kan de overboeking op de rekening van de BV geen betrekking hebben gehad op vooruitbetaling van rente, maar moet worden aangenomen dat door de overboeking het op het direct daaraan voorafgaande moment door belanghebbende aan de BV verschuldigde bedrag van het krediet met het overgeboekte bedrag is verminderd. De subsidiaire stelling van belanghebbende die als uitgangspunt neemt dat sprake is van een onverschuldigde betaling, behoeft dan ook geen bespreking.

11. Uit het vorenstaande volgt dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

12. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

Deze uitspraak is vastgesteld op 23 januari 2003 door mr. Tijnagel en op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier mr. De Fouw.

(De Fouw) (Tijnagel)

aangetekend aan

partijen verzonden:

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke uitspraak. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt, is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.