Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AF8789

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-01-2003
Datum publicatie
20-05-2003
Zaaknummer
417-H-02
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak : 5 maart 2003

Rekestnummer : 417-H-02

Rekestnr. rechtbank : 00-7058

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

FAMILIEKAMER

B e s c h i k k i n g

in de zaak van

[de man],

wonende te Voorburg,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

procureur mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,

tegen

[de vrouw],

wonende te Voorburg,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

procureur mr. J.J.S. Hennephof.

PROCESVERLOOP

De man is op 17 juni 2002 in hoger beroep gekomen van de beschik-kingen van de rechtbank te 's-Gravenhage van 1 juni 2001 en 15 maart 2002.

De vrouw heeft op 26 september 2002 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de man zijn bij het hof aanvullende stukken ingekomen bij brieven van 23 december 2002, 9 januari 2003 en 30 januari 2003. Bovendien zijn bij faxbericht van 28 januari 2003 aanvullende stukken ingekomen.

Op 31 januari 2003 is de zaak mondeling behandeld.

VASTSTAANDE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzit-ting staat - voor zover in hoger beroep van belang - tussen de partijen het volgende vast.

Bij verzoekschrift dat op 10 november 2000 bij de rechtbank te 's-Gravenhage is ingediend heeft de vrouw verzocht om tussen de partijen, met elkaar gehuwd op 21 mei 1999, de echtscheiding uit te spreken. Voorts heeft zij onder meer verzocht om de door de man aan haar te betalen alimentatie, met ingang van de datum waarop de echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, te bepalen op ƒ 4.500,- per maand, naast een kinderalimentatie van ƒ 750,- per maand ten behoeve van de op 3 juli 1999 uit het huwelijk van de partijen geboren minderjarige [dochter], zulks met ingang van de dag waarop het opgedragen gezag begint.

Bij beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 1 juni 2001 is tussen de partijen de echtscheiding uitgesproken, die is ingeschreven op 9 augustus 2001. Bij die beschikking is onder meer de door de man aan de vrouw te betalen alimentatie, met ingang van de dag dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, voorlopig bepaald op ƒ 2.000,- (€ 907,56) per maand, naast een voorlopige kinderalimentatie van ƒ 750,- (€ 340,34) per maand. Een definitieve beslissing van zowel de partner- als kinderalimentatie is bij die beschikking aangehouden.

Bij beschikking van 15 maart 2002 heeft de rechtbank - uitvoerbaar bij voorraad - de door de man aan de vrouw te betalen alimentatie, met ingang van de dag dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, definitief bepaald op € 907,56 (ƒ 2.000,-) per maand, naast een definitieve kinderalimentatie ten behoeve van [dochter] van € 340,34 (ƒ 750,-) per maand.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. De man verzoekt de beschikkingen van 1 juni 2001 en 15 maart 2002 te vernietigen en opnieuw beschikkende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair de vrouw niet ontvankelijk te verklaren in haar alimentatieverzoeken, althans deze verzoeken af te wijzen, dan wel de alimentatie te bepalen op een bedrag als het hof vermeent te behoren. Subsidiair verzoekt de man de door hem aan de vrouw te betalen alimentatie te limiteren in tijd tot 2 jaar na de echtscheiding, althans een alimentatieduur te bepalen als het hof vermeent te behoren.

De vrouw bestrijdt zijn beroep.

2. Vast staat dat de man diverse ondernemingen heeft gehad, die in 1998 samen zijn ondergebracht in een commanditaire vennootschap. Eveneens is vast komen te staan dat de man ter zitting een aantal door het hof gestelde vragen met betrekking tot zijn ondernemingen niet heeft kunnen beantwoorden, terwijl hij bovendien onvoldoende gegevens in het geding heeft gebracht. Zo heeft de man onder meer geen stakingsbalans(en) van de diverse rechtspersonen, alsmede met betrekking tot de commanditaire vennootschap en overdrachtscontracten - inzake transacties tussen de diverse rechtspersonen - overgelegd, terwijl de vrouw bovendien de deugdelijkheid van de wel overgelegde stukken van de man betwist. Gelet hierop en gelet op het specifieke karakter van de problematiek is het hof van oordeel dat vooralsnog geen verantwoorde beslissing in de onderhavige procedure kan worden genomen en ziet het hof, in het belang van partijen en de minderjarige en zoals ter zitting reeds is besproken, geen andere mogelijkheid dan het opleggen van forensiche mediation. Het hof zal, alvorens te beslissen in de onderhavige procedure, de behandeling van de zaak in verband met de hierna op te leggen forensische mediation aanhouden tot 28 juni 2003 pro forma en daartoe als deskundige een accountant-mediator benoemen.

3. Het hof zal als onafhankelijk deskundige accountant-mediator R. Kooger RA benoemen, die zich inmiddels bereid heeft verklaard bemiddelingsgesprekken met partijen te voeren, waarbij de volgende vragen leidraad kunnen zijn:

a) Kan er, gelet op de wederzijdse belangen van partijen en der partijen minderjarig kind tot een onderlinge regeling terzake partneralimentatie en kinderalimentatie worden gekomen ?

b) Wat is de draagkracht van de man en wat zijn de mogelijke onzekerheden die voortvloeien uit de door de man in het geding gebrachte financiële bescheiden ?

c) Wat is de behoefte van de vrouw, in perspectief bezien van de mogelijke zorgtaken voor het kind ?

d) Hoe lang moet de duur van de alimentatie zijn, bezien ten opzichte van de zorgtaken voor het kind alsmede bezien in perspectief van de duur van het huwelijk ?

4. De deskundige dient het hof te rapporteren over het verloop en de resultaten van de bemiddelingsgesprekken. Het hof zal bepalen dat de accountant-mediator zijn werkzaamheden niet eerder behoeft aan te vangen dan nadat ieder der partijen uiterlijk binnen zes weken na heden de helft van het hieronder te noemen voorschot aan hem zal hebben voldaan. Indien het voorschot na verloop van de hiervoor genoemde termijn niet is voldaan, zal het hof de zaak afdoen op de overgelegde stukken.

5. Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

houdt de behandeling van de zaak aan tot 28 juni 2003 pro forma, ter fine als vermeld onder rechtsoverweging 2 en 3;

benoemt tot deskundige accountant-mediator R. Kooger RA, Stichting Accountant Mediator, Marconibaan 41, Postbus 335, 3430 AH Nieuwegein;

bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden niet behoeft aan te vangen voordat door ieder der partijen uiterlijk binnen zes weken na heden de helft van het bedrag van € 2.713,20 inclusief BTW, zal zijn gestort op bankrekeningnummer 62.20.76.528 (ABN-AMRO) ten name van Stichting Accountant Mediators te Nieuwegein (onder vermelding van: rekestnummer

417-H-02 en de naam van de partij van wie de betaling afkomstig is), als voorschot op de nader te bepalen kosten van de mediation;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal zenden, alsmede dat partijen een afschrift van de stukken die van hun zijde bij het hof zijn ingediend aan de deskundige zullen verstrekken, alsmede de stukken die de deskundige voor de beoordeling van deze zaak nodig acht en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

bepaalt dat de deskundige het hof zal rapporteren over het verloop van de resultaten van de bemiddelingsgesprekken;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Dusamos, Labohm en Zonnenberg, bijge-staan door Suderée als griffier, en uitgespro-ken ter openbare terecht-zitting van 5 maart 2003.