Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2003:AF7091

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-03-2003
Datum publicatie
09-04-2003
Zaaknummer
BK-02/02759
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2003-0715
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

twaalfde enkelvoudige belastingkamer

21 maart 2003

nummer BK-02/02759

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid Particulieren P, op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen een aan hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen voor het jaar 2000.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 7 maart 2003, gehouden te Den Haag. Aldaar is verschenen belanghebbende, alsmede namens de Inspecteur mevrouw A.

Beslissing

Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.

Gronden

1. Belanghebbende is eigenaar van een appartementsrecht a-straat 1 te Z en maakt uit dien hoofde deel uit van de vereniging van eigenaars (hierna: de VvE) a-straat 1-3 te Z. Belanghebbende heeft het appartement gedurende het gehele jaar 2000 verhuurd.

2. Op 3 oktober 2000 heeft een vergadering van de VvE plaatsgehad. In de notulen van deze vergadering is, voor zover te dezen van belang, opgenomen:

"Aanwezig:

Nr. 1 de heer X

Nr. 3 de heer/mevrouw B

(…)

2. Vaststellen van het aantal uit te brengen stemmen

Van de 3 uit te brengen stemmen kunnen er 2 worden uitgebracht. Hiermee is het quorum,

het minimaal aantal stemmen waarmee in een ledenvergadering rechtsgeldige beslissingen

kunnen worden genomen, behaald.

(…)

5. Bespreken van en het nemen van besluiten over de binnengekomen offertes.

De vergadering overlegd een offerte van Y. De vergadering besluit met algemene

stemmen bovengenoemde offerte aan te nemen. Totale kosten inclusief BTW bedraagt

fl. 17137,30. Daar er al een redelijke kasreserve is besluit de vergadering fl. 6.000

te reserveren voor het onderhoud. Dit betekent dat de totale kosten gereserveerd voor

het onderhoud fl. 11137,30 bedraagd. Per appartement (1/3) zijn de kosten fl. 3712,40.

(…)

7. Financiële zaken:

a. Openen onderhoudsfonds en vaststellen bijdrage

Per november 2000 besluit de vergadering een onderhoudsfonds te openen van

fl. 11137,30. Iedere eigenaar zal zijn aandeel in de gemeenschap, te weten 1/3 aandeel, bijdragen. Dit betekent fl. 3712,45 per appartement. Voor 10 november 2000 zullen bovengenoemde bedragen overgemaakt worden op de rekening van de VvE. Daar de notulen vrij laat verstuurd zijn wordt voorgesteld bovengenoemde bedragen voor 1 december 2000 te storten op de rekening van de VvE.

b. Vaststellen maandelijkse voorschotbijdrage

De maandelijkse voorschot blijft gehandhaafd op fl. 75,- per appartement.

(…)"

3. Belanghebbende heeft op 14 november 2000 een bedrag van ƒ 6.000 overgemaakt aan de VvE.

4. Op 2 april 2002 is door A NV, VvE Management, een brief gestuurd aan de leden van de VvE waarin, voor zover te dezen van belang, het volgende is medegedeeld:

"Middels dit schrijven kunnen wij u mededelen dat tijdens het opmaken van de notulen van

03-10-2000 een fout is gemaakt m.b.t. de extra bijdrage die de leden moeten betalen.

In de notulen staat een extra bijdrage van ƒ 3715,45. Dit is echter niet correct want uit onze administratie blijkt dat de leden ieder ƒ 6000,- hebben gestoord. Wij bevestigen u dat onze collega dit fout in de notulen heeft gezet. Het bedrag van ƒ 6000,- moest voor 1 december 2000 op de rekening van de vereniging staan."

5. In de door belanghebbende ter zitting overgelegde, door A NV op 5 juni 2002 opgemaakte, balans per 31 december 2001 staat het saldo van de voorzieningen per 1 januari 2001 op ƒ 11.138 en staat de toevoeging/afname van de voorziening in 2001 op nihil, zodat het saldo per 31 december 2001 ƒ 11.138 is.

6. Het onderhoud is in 2002 uitgevoerd door Y en eveneens in 2002 betaald door de VvE.

6. Belanghebbende heeft aangifte gedaan naar een belastbaar inkomen van ƒ 63.341. In de fase van de aanslagregeling heeft belanghebbende een aanvulling op de aangifte gedaan, waarbij hij op een belastbaar inkomen van ƒ 59.850 kwam. Daarbij heeft belanghebbende het onder 3 genoemde bedrag van ƒ 6.000 opgevoerd als kosten (bijdrage VvE).

Bij de aanslagregeling is dit bedrag niet in aftrek toegestaan en is het belastbare inkomen vastgesteld op ƒ 68.850.

7. In geschil is het antwoord op de vraag of het bedrag ad ƒ 6.000 in het onderhavige jaar in aftrek kan komen. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend; de Inspecteur ontkennend.

8. Het Hof is van oordeel dat de eenmalige bijdrage niet is aan te merken als contributie voor de VvE. Er is sprake van de vorming van een fonds ter financiering van specifiek, in de toekomst te verrichten, onderhoud door Y, welk onderhoud uiteindelijk eerst in 2002 heeft plaatsgehad. Mede gelet op de tekst van artikel 38, achtste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, kunnen de kosten niet in het onderhavige jaar in aftrek worden gebracht.

9.1. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard al jaren de bijdragen aan de VvE in aftrek te brengen. Desgevraagd heeft hij verklaard dat dit ten aanzien van de onderhavige VvE nooit eenmalige bijdragen heeft betroffen, maar steeds de maandelijkse bijdragen.

9.2. Voor zover belanghebbende met deze stelling heeft bedoeld een beroep te doen op het vertrouwensbeginsel gaat dit beroep niet op, aangezien de in geschil zijnde correctie van ƒ 6.000 niet de maandelijkse bijdragen betreft, die in het onderhavige jaar ook in aftrek zijn toegestaan, maar een eenmalige bijdrage.

9.3. Voor zover belanghebbende met deze stelling heeft bedoeld een beroep te doen op het gelijkheidsbeginsel in die zin dat hij met de mededeling dat ten aanzien van de onderhavige VvE nooit eenmalige bijdragen in aftrek zijn toegestaan, maar ten aanzien van andere VvE's wel, is het Hof van oordeel dat hij hieromtrent, tegenover de betwisting daarvan door de Inspecteur, onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd.

10. Gelet op al het vorenoverwogene is het beroep ongegrond.

11. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Deze uitspraak is vastgesteld op 21 maart 2003 door mr. Biemond en op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier mr. Nederveen.

(Nederveen) (Biemond)

aangetekend aan

partijen verzonden:

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke uitspraak. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt, is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.