Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2002:AF3623

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-12-2002
Datum publicatie
20-05-2003
Zaaknummer
451-R-02
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak : 18 december 2002

Rekestnummer : 451-R-02

Rekestnr. rechtbank : FA RK 01-3554

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

FAMILIEKAMER

B e s c h i k k i n g

in de zaak van

[appellante],

wonende te [X],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

procureur mr. H.C. Grootveld.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. de Raad voor de Kinderbescherming,

vestiging Rotterdam,

hierna te noemen: de raad,

2. de William Schrikker Stichting,

kantoor houdende te Diemen,

hierna te noemen: de Stichting,

[belanghebbende 3],

wonende te [Y],

de pleegouders.

PROCESVERLOOP

De moeder is op 26 juni 2002 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 27 april 2002 van de rechtbank te Rotterdam.

De belanghebbenden hebben geen verweerschriften ingediend.

Van de zijde van de moeder is bij het hof een aanvullende stuk ingekomen bij brief van 2 oktober 2002.

Op 30 oktober 2002 is de zaak mondeling behandeld. Namens de moeder is mr. G.E. van der Pols, advocaat te Rotterdam, verschenen. De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet in persoon verschenen. Op aanraden van het hof zijn de raad, de Stichting en de pleegouders - na behoorlijk te zijn opgeroepen - evenmin verschenen.

VASTSTAANDE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting staat - voor zover in hoger beroep van belang - tussen de partijen het volgende vast.

Bij verzoekschrift van 18 juli 2001 heeft de raad de rechtbank te Rotterdam verzocht de moeder te ontheffen van het gezag over [het kind, geboren in] 1977, met benoeming van de Stichting tot voogdes. De moeder heeft verweer gevoerd.

De rechtbank heeft zich noch tijdens de mondelinge behandeling op 2 november 2001, noch daarna, in concreto uitgelaten over de vermoedelijke uitspraakdatum.

Bij beschikking van 16 november 2001 (met Zaak- / Rekestnummer 160876 / FA RK 01-3554), hierna te noemen: de beschikking van 16 november 2001, heeft de rechtbank het verzoek van de raad - uitvoerbaar bij voorraad - toegewezen.

Door een administratieve fout heeft de rechtbank niet eerder dan op 17 januari 2002 een afschrift verzonden van de beschikking van 16 november 2001.

Op 23 januari 2002 heeft de moeder bij dit hof hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 16 november 2001. Bij beschikking van dit hof van 23 oktober 2002 (in de zaak met rekestnummer 055-R-02) is de moeder in haar hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij haar beroepschrift heeft ingediend na het verstrijken van de beroepstermijn.

Bij beschikking van 27 april 2002 (met Zaak- / Rekestnummer 160876 / FA RK 01-3554), hierna te noemen: de beschikking van 27 april 2002, heeft de rechtbank de beschikking van 16 november 2001 gewijzigd, in die zin, dat met betrekking tot de "datum uitspraak" dient te worden gelezen: 27 april 2002.

BEOORDELING

1. De moeder komt in hoger beroep van de beschikking van 27 april 2002, met de bedoeling om de ontheffing, uitgesproken bij de beschikking van 16 november 2001, ongedaan te maken. Zij verzoekt de beschikking van 27 april 2002 te vernietigen en opnieuw beschikkende, het inleidende verzoek van de raad tot haar ontheffing van het ouderlijke gezag alsnog af te wijzen.

2. Het hof zal de beschikking van 27 april 2002 vernietigen. Vast staat immers dat de verbeterde beschikking feitelijk is genomen op 16 november 2001. De lezing van een uitspraakdatum kan naar het oordeel van het hof geen andere zijn dan de feitelijke uitspraakdatum. De beschikking van 27 april 2002 is derhalve feitelijk onjuist en dient om die reden te worden vernietigd.

3. Nu het hof de beschikking van 27 april 2002 zal vernietigen, kan het hoger beroep niet meer leiden tot een inhoudelijke beoordeling van de beslissing als neergelegd in de beschikking van 16 november 2001. Laatstgenoemde beschikking mag immers niet worden gelezen als de beschikking van 27 april 2002, terwijl het hoger beroep wél ziet op de beschikking van 27 april 2002. Het beroep kan derhalve niet leiden tot de door de moeder gevraagde beslissing. Het hof zal het beroep van de moeder, voorzover dat ziet op de uitgesproken ontheffing van haar ouderlijke gezag, dan ook afwijzen.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt de beschikking van 27 april 2002:

verstaat dat de beschikking in de zaak met Zaak- / Rekestnummer 160876 / FA RK 01-3554 is genomen op 16 november 2001;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Dusamos, Gerretsen-Visser en Van Montfoort, bijgestaan door mr. Oostveen als griffier en uit-gesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2002.