Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8539

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-08-2002
Datum publicatie
25-10-2002
Zaaknummer
197-2-H-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak : 14 augustus 2002

Rekestnummer : 197-H-01

Rekestnr. rechtbank : 00-4140

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

FAMILIEKAMER

B e s c h i k k i n g

in de zaak van

[appellante],

wonende te [X], Nederlandse Antillen,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

procureur mr.J.W. Wladimiroff-Nater,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [X], Nederlandse Antillen,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

procureur mr. D. Regts.

HET PROCESVERLOOP

Het hof verwijst voor de loop van het geding naar zijn tussenbeschikking van 26 september 2001, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

Nadien zijn de volgende stukken ingekomen:

- het standpunt van de man, van 12 oktober 2001;

- het standpunt van de vrouw, bij faxbericht van 3 november 2001;

- een reactie van de man op het standpunt van de vrouw, bij faxbericht van 15 april 2002.

VERDERE BEOORDELING VAN DE ZAAK IN HET HOGER BEROEP

1. In hoger beroep dient thans naar Nederlands-Antilliaans recht het verzoek van de vrouw tot het uitspreken van de echtscheiding tussen haar en de man te worden beoordeeld.

2. Volgens het bepaalde in lid 2 van art. 150 van boek 1 BW van de Nederlandse Antillen, kan, indien uit het huwelijk een of meer nog minderjarige kinderen zijn geboren, echtscheiding op verzoek van een der echtgenoten niet worden uitgesproken tegen de wil van de andere echtgenoot, tenzij de echtgenoten ten minste drie jaren onafgebroken duurzaam gescheiden hebben geleefd. De partijen hebben blijkens de stukken sedert maart/april 2000 duurzaam gescheiden geleefd, zodat de termijn van drie jaren nog niet is verstreken.

3. De man heeft als zijn standpunt te kennen gegeven dat hij zich verzet tegen de door de vrouw gewenste echtscheiding, omdat hij nog steeds de hoop heeft dat de vrouw bij hem zal terugkeren.

4. De vrouw handhaaft haar verzoek tot echtscheiding, waarbij zij in haar schriftelijke reactie van 3 november 2001 naar voren heeft gebracht dat de man zich naar haar mening heeft schuldig gemaakt aan wangedrag zoals bedoeld in lid 3 van het toepasselijke art. 150 Boek 1 BW van de Nederlandse Antillen. In deze schriftelijke reactie heeft zij onder meer gesteld dat zij is mishandeld en bedreigd door de man. Zij verzoekt op grond daarvan de termijn van drie jaren te bekorten en de echtscheiding uit te spreken.

5. De man heeft de stelling van de vrouw, dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan wangedrag zoals bedoeld in art. 150 lid 3 Boek 1 BW, en het daarop gebaseerde verzoek de termijn van drie jaren te bekorten, niet weersproken.

6. Gelet op het vorenstaande is het verzoek van de vrouw, de termijn van drie jaren op grond van art. 150 lid 3 Boek 1 BW te bekorten en de echtscheiding uit te spreken, als onvoldoende gemotiveerd weersproken voor toewijzing vatbaar. Het hof zal dan ook de echtscheiding tussen de partijen uitspreken.

BESLISSING

Het hof:

spreekt tussen de partijen de echtscheiding uit.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Pannekoek-Dubois, Van den Wildenberg en Labohm, bijge-staan door mr. Verkuil als griffier, en uitgespro-ken ter openbare terecht-zitting van 14 augustus 2002.