Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8187

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-08-2002
Datum publicatie
30-09-2002
Zaaknummer
2200103302
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer 1009121701

datum uitspraak 16 augustus 2002

tegenspraak

GERECHTSHOF TE ' S-GRAVENHAGE

meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van

de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van

12 februari 2002 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 augustus 2002.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en terzake van het subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5. Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair is tenlastegelegd.

De verdachte moet derhalve hiervan worden vrijgesproken.

6. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

dat hij op 20 augustus 2001 te Rotterdam opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk meermalen met een mes in het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] gestoken, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden.

Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

7. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandig-heden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

8. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Doodslag.

9. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

10. Strafmotivering

De advocaat-generaal mr [naam] heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenis-straf voor de duur van tien jaren, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan doodslag van zijn vrouw. Hij is in de gezamenlijke woning, waar

op dat moment zijn vrouw en zijn twee dochters aanwezig waren, zonder enige noemenswaardige aanleiding zijn vrouw te lijf gegaan en heeft haar om het leven heeft gebracht door middel van veel messteken. Dit misdrijf vormde de trieste cumulatie van het gedurende een groot aantal jaren door de verdachte jegens zijn familieleden uitgeoefende gewelddadige schrikbewind. Terwijl verdachte op zijn vrouw stond in te steken zijn op enig moment zijn dochters hiervan getuige geweest. Één van deze dochters kon slechts een einde maken aan het door verdachte op haar moeder uitgeoefende geweld door hem met een mes te steken. Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan één van de meest ernstige levensdelicten die ons strafrecht kent. De zes achterblijvende kinderen hebben hun moeder op afschuwelijke wijze verloren. Een delict als het onderhavige draagt een voor de rechtsorde schokkend karakter en daarnaast brengt het angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg.

Over verdachte is een onafhankelijk multidisciplinair gedragsdeskundig onderzoek naar zijn geestvermogens en persoonlijkheid alsmede een reclasseringsrapport uitgebracht door respectievelijk d[naam], psychiater (d.d. 20/12/01), d[naam]] psycholoog (d.d. 20/12/01) en [naam]n, reclasserings-werker (d.d. 14/12/01).

[naam] concludeert naar aanleiding van zijn onderzoek onder meer het volgende.

Bij verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens i.c. narcistische persoonlijkheids-stoornis. Hiervan was sprake ten tijde van het tenlaste-gelegde. Er is een duidelijk verband tussen verdachtes stoornis c.q. gebrekkige ontwikkeling van de geest-vermogens en het tenlastegelegde. Door een opeenstapeling van min of meer 'chronische' frustraties, krenkingen en teleurstellingen in zowel de zakelijke als de privésfeer en actuele problematiek is verdachte ten prooi aan enorme boosheid. Als zijn vrouw dan ook nog tegen hem ingaat, uit al zijn woede en gekrenktheid zich op haar en moet zij het uiteindelijk zelfs met haar leven bekopen. Verdachte heeft weliswaar inzicht kunnen hebben in de wederrechtelijkheid van het tenlastegelegde, doch is in mindere mate in staat geweest zijn wil in vrijheid -overeenkomstig een dergelijk besef- te bepalen. Verdachte moet verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht voor het tenlastegelegde feit.

[naam] concludeert naar aanleiding van zijn onderzoek onder meer het volgende. Verdachte is momenteel lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, te weten een persoonlijkheidsstoornis met vooral narcistische trekken. Ook ten tijde van het tenlaste-

gelegde was verdachte lijdende aan deze gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Er bestaat een duidelijk verband tussen deze gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en het tenlastegelegde. In een agressief geladen toestand komt verdachte thuis, waarna

hij opnieuw ervaart dat zijn gezag -dit keer met name door zijn vrouw- wordt ondermijnd. Hij wordt dan

overspoeld door zijn woede en slaagt er niet in voldoende greep te houden op zijn agressieve impulsen. [naam] concludeert op grond van het voorgaande dat verdachte ten tijde van het plegen van het hem tenlastegelegde feit weliswaar de wederrechtelijkheid hiervan heeft kunnen inzien, doch in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat is geweest zijn wil in vrijheid -overeenkomstig een dergelijk inzicht- te bepalen. [naam] concludeert dat verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis zijner geestvermogens, dat dit feit -indien bewezen- hem slechts in verminderde mate kan worden toegerekend.

Het hof neemt de conclusies van de rapporten over en maakt die tot de zijne. In het bijzonder is het hof met de rapporteurs van oordeel dat de persoonlijkheids-stoornis van verdachte ertoe leidt dat hij voor het gepleegde feit in verminderde mate toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Het hof is, gelet op het vorenstaande alsmede op de bedenkelijke proceshouding van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep die vooral zelfbeklag lijkt te hebben en het delict slechts als een betreurenswaardig ongeval wil afdoen, -met eenparigheid van stemmen- van oordeel dat alleen een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende reactie vormt.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezen-verklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

NEGEN (9) JAREN.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs [namen],

in bijzijn van de griffier mr [naam].

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 augustus 2002.