Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2002:AE5126

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-06-2002
Datum publicatie
11-07-2002
Zaaknummer
755-R-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2003, 3

Uitspraak

Uitspraak : 5 juni 2002

Rekestnummer : 755-R-01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 01-2499

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

FAMILIEKAMER

B e s c h i k k i n g

in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats]l,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

procureur mr. E.H. de Milliano-Machielse,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats]e,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de man.

PROCESVERLOOP

De vrouw is [in] 2001 in hoger beroep gekomen van een beschik-king van de rechtbank te [x] van 30 juli 2001.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

Op 12 april 2002 is de zaak mondeling behandeld. Namens de vrouw is verschenen haar raadsman, mr. J.H. Beek. De man is, hoewel daar-toe behoor-lijk opge-roepen, niet in persoon noch bij procureur versche-nen.

VASTSTAANDE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzit-ting staat - voor zover in hoger beroep van belang - tussen de partijen het volgende vast.

De man en de vrouw zijn [in]l 1994 met elkaar gehuwd. Uit dit huwelijk zijn geboren de thans nog minderjarige:

[twee kinderen geboren in 1995 en 1996]

Bij verzoekschrift, dat op 21 mei 2001 bij de rechtbank is ingekomen, heeft de vrouw verzocht tussen partijen de echtscheiding uit te spreken en te bepalen dat de gewone verblijfplaats van [de kinderen]a bij de vrouw zal zijn en de man te veroordelen met de vrouw over te gaan tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, met benoeming van een notaris en een onzijdig persoon.

Op 29 mei 2001 heeft de rechtbank een herstel-verzuimbrief aan de vrouw gezonden, omdat het verzoekschrift niet bleek te zijn voorzien van de benodigde informatie en/of bescheiden. De vrouw heeft het verzuim niet hersteld.

Bij de bestreden beschikking is de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. De vrouw verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de vrouw ontvankelijk te verklaren en tussen partijen de echtscheiding uit te spreken, te bepalen dat de gewone verblijfplaats van [de kinderen]a bij de vrouw zal zijn en de man te veroordelen om met de vrouw over te gaan tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap met benoeming van een notaris en een onzijdig persoon.

2. De vrouw stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte op rigide wijze het Procesreglement scheidingsprocedure (gepubliceerd in de Staatscourant van 18 december 2000, nr. 245; na aanpassing gepubliceerd in de Staatscourant van 25 maart 2002, nr. 59) heeft toegepast, door te verlangen dat de overgelegde bescheiden - een afschrift van de huwelijksakte, afschriften van de geboorteakten van de minderjarige kinderen alsmede uittreksels uit de gemeentelijke basisadministratie van beide partijen - niet langer dan drie maanden voor de indiening van het echtscheidingsverzoek zijn afgegeven. De vrouw meent dat zij de rechtbank deugdelijke informatie heeft verstrekt, nu zij alle vereiste bescheiden - hoewel deze iets ouder waren dan drie maanden - heeft overgelegd, en zij voorts heeft voldaan aan de verplichting tot betekening en het betekeningsexploit tijdig bij de rechtbank heeft ingediend. De raadsman van de vrouw heeft ter zitting verklaard dat hij met het regelement bekend was ten tijde van het indienen van het verzoek tot echtscheiding namens de vrouw, maar dat naar zijn mening de rechtbank enige souplesse had dienen te betrachten bij de toepassing van het reglement, vooral gelet op de recente inwerkingtreding ervan.

De vrouw is dan ook van mening dat zij alsnog ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek tot echtscheiding.

3. Het hof stelt voorop dat het reglement op de juiste wijze is vastgesteld en behoorlijk bekend is gemaakt zodat de regels in beginsel jegens de betrokkenen kunnen worden toegepast. Naast publicatie van het reglement in de Staatscourant, is in het Advocatenblad van januari 2001, in de rubriek mededelingen van de Nederlandse Orde van Advocaten, de mededeling opgenomen dat bedoeld reglement per 1 januari 2001 in werking is getreden, met de opgave van de vindplaats van het reglement. Het is het hof voorts bekend dat het model als PVRO-project in ruime kring is voorbereid en dat aan de totstandkoming daarvan en aan het feit dat alle rechtbanken dit model als reglement van hun college hebben overgenomen grote bekendheid is gegeven.

4. Voorts overweegt het hof, dat de rechtbank in de brief van 29 mei 2001 - de zogenaamde herstel-verzuimbrief - aan de vrouw heeft meegedeeld dat indien de benodigde bescheiden niet uiterlijk vóór de afloop van de verweertermijn zouden zijn ontvangen, zonder dat daarvoor schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd, de vrouw niet ontvankelijk zou worden verklaard in haar verzoek. Ook heeft de rechtbank in die brief medegedeeld dat de rechtbank de richtlijnen in acht neemt die zijn neergelegd in het Procesreglement scheidingsprocedure en in de bijlage bij die brief, in welke bijlage de toe te zenden documenten met name werden vermeld, nog de laatste zin (thans voorlaatste zin) van artikel 2.3 herhaald.

5. Medio 2001, ten tijde van de procedure in eerste aanleg, luidde de laatste zin van artikel 2.3 van het reglement kort gezegd dat bij het niet tijdig herstellen van het verzuim, zonder dat daartoe tijdig schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd, de verzoeker niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn verzoek. Het hof is van oordeel dat de wet in een geval als het onderhavige niet de mogelijkheid kent de zaak zonder mondelinge behandeling af te doen. (Het hof merkt hierbij op dat dit anders is sedert de op 1 april 2002 in werking getreden wijziging van artikel 2.3 van het reglement, waarbij is toegevoegd de tekst: "Indien niet tijdig schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd, wordt er van uitgegaan dat verzoeker geen prijs stelt op een mondelinge behandeling".) In hoger beroep heeft thans wel een mondelinge behandeling plaats gevonden.

6. Gelet op het voren overwogene is het hof van oordeel, dat de regels uit het procesreglement, die tot doel hebben de uniformering en stroomlijning van het proces in scheidingsprocedures, door de rechtbank op niet onredelijke wijze zijn toegepast, terwijl de vrouw voldoende in de gelegenheid is gesteld het door de rechtbank geconstateerde verzuim te herstellen. De vrouw heeft niet aannemelijk gemaakt dat in dit specifieke geval van het procesreglement zou moeten worden afgeweken. Het enkele feit dat de documenten "slechts" één tot drie weken te oud waren is hiertoe onvoldoende. Dit betekent dat ook het hof de vrouw niet-ontvankelijk acht in haar verzoek, zodat de bestreden beschikking dient te worden bekrachtigd.

BESLISSING

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Labohm, Kok en Pannekoek-Dubois, bijge-staan door mr. Verkuil als griffier, en uitgespro-ken ter openbare terecht-zitting van 5 juni 2002.