Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2002:AE4757

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-03-2002
Datum publicatie
28-06-2002
Zaaknummer
2200001301
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rolnummer 2200001301

parketnummer 0975720600

datum uitspraak 28 maart 2002

tegenspraak

GERECHTSHOF TE'S-GRAVENHAGE

meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van

22 december 2000 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 27 november 2001, 12 februari 2002, 5 maart 2002 en 14 maart 2002.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep op vordering van respectievelijk de officier van justitie en de advocaat-generaal gewijzigd.

Van de dagvaarding en van de vorderingen wijziging tenlastelegging zijn kopieën gevoegd in dit arrest.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaar met aftrek van voorarrest, met beslissing omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het vonnis.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

BIJLAGE

dat hij in de periode van 14 juni 2000 tot en met 15 juni 2000 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, door opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, een kogel af te vuren in de richting van die [slachtoffer], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

6. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van moord.

8. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

9. Strafmotivering

De advocaat-generaal mr. Ter Hart heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaar met aftrek van voorarrest, en beslissing omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen als vermeld in haar vordering.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte en zijn mededader hebben zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig delict, waarbij de zakelijke partner van verdachte met een vuurwapen om het leven is gebracht.

Het laat zich aanzien dat de nabestaanden van het slachtoffer hierdoor diep getroffen zijn.

Het slachtoffer is in zijn kantoor, na werktijd, doodgeschoten, waaraan, blijkens de verklaringen die verdachtes mededader als getuige heeft afgelegd, een zorgvuldige planning door verdachte en zijn mededader vooraf is gegaan.

Dergelijke delicten dragen een voor de rechtsorde zeer schokkend karakter en brengen daarnaast bij de burgers angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg.

Het hof neemt bij de bepaling van de duur van de straf in aanmerking dat verdachte bij de planning van de moord een bepalende rol heeft gespeeld en daartoe instructies heeft gegeven aan zijn mededader, die bij hem werkzaam was, jonger was dan hij en hem beschouwde als een vaderfiguur. De uitvoering van de moord heeft verdachte overgelaten aan zijn mededader die onder invloed stond van verdachte.

In de onderhavige zaak zijn geen strafverminderende omstandigheden gebleken.

Het hof is dan ook van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van na te melden duur een passende reactie vormt.

10. Beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: - een paar schoenen, merk Adidas - een Office A5 agenda, kleur rood, zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

12. Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis

Het ter zitting van 14 maart 2002 gedane verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis zal worden afgewezen aangezien de ernstige bewaren tegen de verdachte en de gronden van de voorlopige hechtenis nog onverminderd bestaan.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWAALF JAAR.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen genoemd op de aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- een paar schoenen, merk Adidas

- een Office A5 agenda, kleur rood,

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mrs. Stoker-Klein, Klein Breteler en Noordam, in bijzijn van de griffier Van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 28 maart 2002.

Mr. Noordam is buiten staat dit arrest te ondertekenen.