Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2478

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-01-2002
Datum publicatie
11-07-2002
Zaaknummer
663-H-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak : 9 januari 2002

Rek.nummer : 663-H-01

Rek.nr rb. : 00-3389

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

FAMILIEKAMER

B e s c h i k k i n g

in de zaak van

[appellant],

wonende te Hazerswoude-Rijndijk, gemeente Rijnwoude,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

procureur mr. J.A. van Keulen,

tegen

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente RIJNWOUDE,

zetelende te Hazerswoude-Rijndijk,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de gemeente,

gemachtigde: M. Batelaan-van Iperen.

PROCESVERLOOP

De man is op 17 augustus 2001 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 25 juni 2001.

Van de zijde van man zijn bij het hof brieven met bijlagen ingekomen, gedateerd 26 september 2001 en 17 oktober 2001.

Op 27 november 2001 is ingekomen de conclusie van het Openbaar Ministerie, Ressortsparket 's-Gravenhage.

Op 28 november 2001 is de zaak mondeling behandeld.

Ter terechtzitting zijn verschenen: namens de man mr. P.A. den Hollander, en namens de gemeente de gemachtigde en de heer C. de Jong. De advocaat-generaal heeft op 27 november 2001 telefonisch laten weten niet ter zitting aanwezig te zullen zijn.

VASTSTAANDE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzit-ting staat - voor zover in hoger beroep van belang - het volgende vast.

De man heeft de gemeente te kennen gegeven dat hij in het huwelijk wenst te treden met mevrouw [M.] Voorts heeft de man tegenover de ambtenaar verklaard dat zijn eerste huwelijk met [A.] is ontbonden door haar overlijden.

Bij besluit van 1 mei 2000 heeft de ambtenaar, op grond dat bewijs ontbrak van de huwelijksontbinding van een eerder huwelijk van de man, geweigerd zijn medewerking te verlenen aan een huwelijksaangifte en een daaropvolgende huwelijksvoltrekking.

Bij verzoekschrift dat op 7 juni 2000 bij de rechtbank te 's-Gravenhage is ingekomen heeft de man verzocht voor recht te verklaren dat de op hem betrekking hebbende buiten Nederland opgemaakte akte welke is opgemaakt overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie, naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands Register van de Burgerlijke Stand. Ter zitting heeft de man zijn verzoekschrift gewijzigd als volgt:

· voor recht te verklaren dat het eerste huwelijk van de man is ontbonden door het overlijden van zijn eerste echtgenote [A.] en dat verzoeker dientengevolge ongehuwd is;

· de ambtenaar te gelasten de man in de registers van de burgerlijke stand in te schrijven als ongehuwd, opdat de ambtenaar daarna zijn medewerking zal verlenen aan de huwelijksaangifte en huwelijksvoltrekking van de man met mevrouw [M.]

De rechtbank heeft het verzoek van de man bij de bestreden beschikking afgewezen.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

De man verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende te verklaren voor recht dat het eerste huwelijk van hem is ontbonden door het overlijden van zijn eerste vrouw en dat hij derhalve ongehuwd is en voorts de ambtenaar te gelasten de man in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand als zijnde ongehuwd.

Ter terechtzitting hebben het hof en de advocaat van de man kennis kunnen nemen van door de gemeente overgelegde stukken waaronder een pagina uit een brief van het Adviesbureau van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken waarin staat dat Somalië vermeld wordt op de landenlijst bij de Legalisatiecirculaire van 12 januari 2000 en dat er geen waarde gehecht dient te worden aan documentatie uit Somalië. Legalisatie en verificatie van Somalische documenten is niet mogelijk.

Namens de man is volhard bij zijn standpunt zoals verwoord in zijn beroepschrift. Voorts is namens de man verzocht aan de door de man overgelegde overlijdensverklaring van zijn echtgenote waarde te hechten. Tenslotte is verklaard dat de man nog verwikkeld is in een tweede asielprocedure en dat hij niet samenwoont met degene met wie hij in het huwelijk wil treden en dat haar verblijfsstatus niet bekend is.

De advocaat-generaal concludeert tot bekrachtiging van de bestreden beschikking.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de ambtenaar op goede gronden geen waarde heeft gehecht aan de door de man overgelegde Somalische overlijdensakte. De akte is immers niet gelegaliseerd. Gelet op bovenvermelde circulaire van 12 januari 2000 behoeven documenten afkomstig uit Somalië niet te worden geaccepteerd.

Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat de wet geen ruimte biedt tot het afgeven van een verklaring voor recht, nu het door de man overgelegde document niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 1:26 BW.

De verzoeken van de man dienen dan ook te worden afgewezen. Dit brengt mee dat de bestreden beschikking moet worden bekrachtigd.

BESLISSING

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Duindam, De Bruijn-Lückers en Punselie, bijge-staan door mr. Souren-Cramer als griffier, en uitgespro-ken ter openbare terecht-zitting van 9 januari 2002.