Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2001:AE0139

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-06-2001
Datum publicatie
12-10-2004
Zaaknummer
1010005600
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Feit 1 primair: De voortgezette handeling van diefstal met geweld in vereniging en poging tot afpersing in vereniging. Feiten 2 primair, 4 en 8 primair: De voortgezette handeling van afpersing in vereniging en diefstal met geweld in vereniging. Feiten 3, 5 en 7 primair: De voortgezette handeling van afpersing in vereniging en diefstal met geweld in vereniging. Feit 6: Afpersing in vereniging.

Verwerping verweer dat sprake was van medeplichtigheid en angst voor medeverdachte.

Meerderjarigen-Sr.

8 jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer 2200301300

parketnummer 1010005600

ad informandum 1010005600

datum uitspraak 15 juni 2001

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep, ingesteld door de verdachte tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 7 november 2000 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te Curaçao (Nederlandse Antillen) op 6 mei,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Sprang" te 's-Gravenhage.

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 1 juni 2001.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd.

Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën gevoegd in dit arrest.

3. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

4. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5, 6, 7, primair en 8 primair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Bijlage:

Bewezenverklaring:

1. primair

hij op 20 april 2000 te Heijplaat, gemeente Rotterdam, in een postagentschap/ winkel gelegen aan de [adres] tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bedrag aan geld en strippenkaarten en telefoonkaarten en sloffen sigaretten en een ISDN tester, toebehorende aan [slachtoffer] of [slachtoffer] of ING/ Postbank N.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:

-tonen en/ of voorhouden aan en/ of richten van een of meer vuurwapens althans op een vuurwapen gelijkende voorwerpen, op die [slachtoffer] en [slachtoffer] en

-uiten van de woorden: “Geld, geld, geld” en “Kluis, kluis” en “Je portemonnee, je geld”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/ of strekking en

-slaan en/ of schoppen van die [slachtoffer] en [slachtoffer] en

-houden van een vuurwapen in de nabijheid van het hoofd van die [slachtoffer] en het afvuren van een kogel;

hij op 20 april 2000 te Heijplaat, gemeente Rotterdam, in een postagentschap/ winkel gelegen aan de [adres] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan [slachtoffer] welke bedreiging met geweld bestond uit het:

tonen en/ of voorhouden aan en/ of richten en/ of gericht houden op en/ of in de richting van die [slachtoffer] van

-een of meer vuurwapens, althans op een vuurwapen gelijkende voorwerpen

-aldus die [slachtoffer] dwingen op de grond te gaan liggen en

-tegen die [slachtoffer] zeggen: “Money, money”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/ of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. primair

hij op 20 april 2000 te Rotterdam in een postagentschap/ winkel gelegen aan de [adres], tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een kassalade, inhoudende een bedrag aan geld, toebehorende aan ING/ Postbank N.V. of Postkantoor Winkel Peters B.V., in elk geval aan anderen dan verdachte en zijn mededaders,

en met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kassalade, inhoudende een bedrag aan geld en een tas en een portemonnee en een rijbewijs en een girobetaalpas en een creditcard en een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer] of ING/ Postbank N.V. of Postkantoor Winkel Peters B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:

-tonen en/ of voorhouden aan en/ of richten en/ of gericht houden van een of meer vuurwapens, althans op een vuurwapen gelijkende voorwerpen, op die [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en

-uiten van de woorden: Geld, geld, geld” en: “Ik maak je kapot en geen geintjes” en: “Ga liggen” en: “Geld, geld, maak de kassa open”, althans woorden van een gelijke (dreigende) aard en/ of strekking en

-die [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] aldus dwingen op de grond te gaan liggen en

-slaan en schoppen en/ of trappen van die [slachtoffer];

3.

hij op 13 januari 2000 te Rotterdam, in een café gelegen aan de [adres], tezamen en in vereniging met anderen

met het oogmerk om zich of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van geld toebehorende aan een ander(en) dan verdachte en zijn mededaders,

en met het oogmerk ven wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig goed, toebehorende aan [slachtoffer] of [slachtoffer]

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en/ of [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welke bedreiging met geweld bestond uit het:

-tonen en/ of voorhouden aan en/ of richten van een of meer vuurwapens althans op een vuurwapen gelijkende voorwerpen, op die [slachtoffer] en [slachtoffer] en

-uiten van de woorden: “Ga liggen” en: “Blijf liggen” en het (telkens) schieten met een vuurwapen;

4.

hij op 23 januari 2000 te Rotterdam, in een horecagelegenheid gelegen aan de [adres] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen toot de afgifte ven een portemonnee met inhoud, toebehorende aan die [slachtoffer]

en met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geldbedragen (in totaal ongeveer f6000,--) en een tas met inhoud en een mobiele telefoon toebehorend aan [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en [slachtoffer] en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:

-tonen en/ of voorhouden aan en/ of richten van een of meer vuurwapens, althans op een vuurwapen gelijkende voorwerpen, op die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en

-uiten van de woorden: “Liggen, liggen” en “Geld, je horloge” en “Geld, snel, opschieten” en “Snel geld geven, anders gebeuren er ongelukken” en “Je tas”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/ of strekking en

-schoppen van die [slachtoffer]

-kapot trekken van de kleding van die [slachtoffer]

5.

hij op 15 februari 2000 te Rotterdam, in een snackbar gelegen aan [adres] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een halsketting en een armband, toebehorende aan die [slachtoffer]

en met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en een lidmaatschapskaart en een draadloze telefoon en een mobiele telefoon en een giropas toebehorend aan [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer]

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welke bedreiging met geweld bestond uit het:

-tonen en/ of voorhouden aan en/ of richten van een of meer vuurwapens althans op een vuurwapen gelijkende voorwerpen, op die [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en

-uiten van de woorden: “Maak de kassa open, snel, snel”en “Meer geld, meer geld”en: “Neer, neer”en “Portemonnee en telefoon”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/ of strekking

6.

hij op 16 maart 2000 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] en [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een kassalade met inhoud, toebehorende aan Edah BV,

7. primair

hij op 20 maart 2000 te Rotterdam, in een horecagelegenheid gelegen aan [adres] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud toebehorende aan die [slachtoffer]

en met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en mobiele telefoons en sieraden en een tas met inhoud en een portemonnee met inhoud toebehorend aan [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer],

welke diefstal werd voorafgegaan van vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welke bedreiging met geweld bestond uit het:

-tonen en/ of voorhouden aan en/ of richten van een of meer vuurwapens althans op een vuurwapen gelijkende voorwerpen, op die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en

-uiten van de woorden: “Zakken leeg maken” en “Hup openmaken”en “Liggen, liggen” en “Overval” en “Geld”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/ of strekking en

-naar de grond dwingen van die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer];

8. primair

hij op 23 maart 2000 te Rotterdam, in een café gelegen aan [adres] tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een bedrag aan geld toebehorend aan [slachtoffer]

en met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen bedragen aan geld en een portemonnee en een fototoestel en een halsketting en mobiele telefoon toebehorende aan [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer] of [slachtoffer]

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:

-tonen en/ of voorhouden aan en/ of richten van een of meer vuurwapens althans op een vuurwapen gelijkende voorwerpen, op die [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en

-uiten van de woorden: “Iedereen blijven zitten” en “Doe die kluis open man” en “Naar de kassa” en “Maak open” en “Geef je portemonnee” en “Ga liggen, ga voorover liggen” en “Liggen en blijven liggen” en “Gokkast open” en “Open maken” en “Geef mij alles” en: “Handen omhoog” en “Geld, geld, dit is een overval” en “Portemonnee”, althans woorden van een gelijke (dreigende) aard en/ of strekking en

-het van de nek en/ of hals van die [slachtoffer] rukken en/ of trekken van een halsketting en

-slaan met een op een vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp van die [slachtoffer] en

-schoppen van die [slachtoffer];

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5. Toelichting op de bewezenverklaring

De raadsman van de verdachte heeft in hoger beroep bepleit dat zijn cliënt zich met betrekking tot de feiten opgenomen onder 1, 2, 7 en 8, slechts aan het subsidiair tenlastegelegde (de medeplichtigheid) schuldig heeft gemaakt, nu naar zijn oordeel de verhouding tussen zijn cliën[medeverdachte]medeverdachte] zodanig was dat, als [medeverdachte] bij deze overvallen betrokken was, zijn cliënt slechts een ondergeschikte rol speelde. Voorts zou de verdachte uit angst voor [medeverdachte] aan overvallen hebben meegedaan.

Ook bij de onder 1, 2, 7 en 8 (zaken 1,4, 10 en 11) genoemde gewapende overvallen is sprake geweest van een zo nauwe, bewuste en volledige samenwerking tussen de verdachte en zijn mededaders en is de rol van de verdachte bij de uitvoering van die overvallen onder meer als chauffeur van de vluchtauto zo essentieel geweest dat de deelneming van de verdachte als medeplegen kan worden aangemerkt. De verdachte heeft steeds in de buit gedeeld. Dat hij - naar eigen zeggen - "slechts" f 150,- kreeg van [medeverdachte] ingeval hij als chauffeur optrad kan hieraan niets afdoen. De verdachte heeft zich voorts, kennis dragende van de modus operandi van zijn mededaders op grond van eerdere overvallen waar hij ter plaatse was, op geen enkele wijze van de gedragingen van zijn mededaders gedistantieerd. Dat de verdachte uit vrees voor [medeverdachte] deze overvallen pleegde, is voorts op geen enkele wijze aannemelijk geworden.

6. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1 primair.

De voortgezette handeling van:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd,

en

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

2 primair, 4 en 8 primair.

De voortgezette handeling van:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd,

en

diefstal, voorafgegaan of vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

3, 5 en 7 primair.

De voortgezette handeling van:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd,

en

diefstal, voorafgegaan of vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

6.

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

8. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

9. Strafmotivering

De verdachte is in eerste aanleg ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3,4, 5, 6, 7 primair en 8 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van acht jaren, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft de benadeelde partij [benadeelde partij] in de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De advocaat-generaal heeft eensluidend gevorderd, met dien verstande dat zij zich niet heeft uitgelaten over de vordering van de benadeelde partij, nu deze zich in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen in een relatief korte periode schuldig gemaakt aan een groot aantal zeer gewelddadige overvallen op winkels annex postagentschappen, cafés en horecagelegenheden. Met bivakmutsen of panty's over hun hoofd en gewapend met vuurwapens zijn de verdachte en zijn mededaders - dan wel zijn mededaders terwijl de verdachte als chauffeur van de vluchtauto op hun terugkeer stond te wachten - deze panden op uiterst koelbloedige wijze binnengegaan en hebben zij de aanwezigen in de panden bedreigd met deze wapens. In sommige gevallen is er een wapen hoorbaar voor slachtoffers doorgeladen en is er daadwerkelijk geschoten. Daarnaast hebben zij soms aanwezigen fysiek geweld aangedaan door hen te schoppen en te slaan, waarbij enkelen van de aanwezigen letsel hebben opgelopen. Bij deze overvallen zijn geld en diverse goederen, zoals tassen, mobiele telefoons en sieraden, buitgemaakt.

Dit zijn zeer ernstige en verwerpelijke feiten. De verdachte en zijn mededaders hebben zich bij het plegen van deze delicten uitsluitend laten leiden door hun verlangen naar geldelijk gewin en hebben zich op geen enkele manier bekommerd over het grote aantal personen dat slachtoffer van hun gewapende overvallen is geworden. De angstige reacties van die slachtoffers hebben in geen enkel opzicht remmend gewerkt. Dit soort feiten zijn voor de direct betrokkenen zeer schokkend en angstaanjagend geweest. Behalve de pijn en de materiële schade die de slachtoffers door de overvallen lijden, ondervinden zij vaak - en met hen hun naasten - ook in de toekomst nog langdurig de psychisch nadelige gevolgen daarvan. Daarnaast worden door feiten als de onderhavige de in het algemeen bestaande gevoelens van onveiligheid in de samenleving vergroot.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is aannemelijk geworden, dat de verdachte zich ook heeft schuldig gemaakt aan andere, niet tenlastegelegde feiten, die overigens eveneens gewelddadige overvallen betreffen.

Deze feiten zijn door het openbaar ministerie onder parketnummer 1010056000 bij deze strafzaak gevoegd met het oog op de aan de verdachte op te leggen straf.

Gebleken is dat het openbaar ministerie bij het uitbrengen van de inleidende dagvaarding aan de verdachte heeft medegedeeld dat deze feiten met dat doel ter terechtzitting ter sprake zullen worden gebracht.

Het hof heeft op deze feiten acht geslagen bij de beslissing over de straf, waarbij het ervan is uitgegaan dat de verdachte ter zake van die feiten niet afzonderlijk zal worden vervolgd.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister, niet eerder tot straf is veroordeeld.

Het hof heeft acht geslagen op het voorlichtingsrapport van de reclassering Nederland, arrondissement Rotterdam, d.d. 19 oktober 2000, opgemaakt en ondertekend door S. Sagel en G. Verbanck, alsmede op het psychologisch rapport van drs. J.J. van der Weele, d.d. 17 mei 2001.

In aanmerking nemende, dat de verdachte ten tijde van de gepleegde overvallen op enkele maanden na de leeftijd van achttien jaren had bereikt en blijkens het psychologisch rapport van drs. J.J. van der Weele van 17 mei 2001 niet kan worden gesteld dat de ontwikkeling van de verdachte zodanig bij zijn chronologische leeftijd is achtergebleven dat er op die basis sprake is van een aperte contra-indicatie voor toepassing van het meerderjarigenstrafrecht, is het hof van oordeel dat de ernst van de bewezenverklaarde feiten, welke ernst vooral wordt bepaald door de gewelddadige, nietsontziende aard van de feiten - gewapende overvallen - en het aantal in een relatief korte periode gepleegde feiten, rechtvaardigt dat ten aanzien van de verdachte het meerderjarigenstrafrecht wordt toegepast. Aan de overvallen waarbij de verdachte ter plaatse was heeft hij volop meegedaan. Ook het aandeel van de verdachte in de overvallen waarbij hij als chauffeur optrad is ernstig te noemen, aangezien de vluchtauto in de regel een vooraf gestolen auto betrof en de verdachte als minderjarige onbevoegd was een auto te besturen.

De ernst van de bewezenverklaarde feiten rechtvaardigt in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van die feiten en het ontbreken van justitiële documentatie zal het hof deze straf reduceren als na te melden.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45,56,57, 77b, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11. BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5, 6, 7 primair en 8 primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte te dier zake strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

ACHT JAREN.

Bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs Von Brueken Fock, Aler en Korvinus,

in bijzijn van de griffier mr De Vries.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 juni 2001.

Mr Korvinus is buiten staat dit arrest te ondertekenen.