Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2000:AE9958

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-11-2000
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R00/760
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2000:AF0503
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diverse recente telefoonschulden levert onverantwoord gedrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Het gerechtshof te 's-Gravenhage, tweede civiele kamer,

heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:

X.

(hierna te noemen X.)

wonende te P.,

appellanten,

procureur: mr. H.C. Grootveld

Het geding

Bij verzoekschrift van 19 oktober 2000 heeft X. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 11 oktober 2000, waarbij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.

Bij voormeld verzoekschrift heeft X. het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, haar alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 november 2000, waarbij X. is verschenen, bijgestaan door mr. A.T. Tilburg, advocaat te Spijkenisse.

Beoordeling van het hoger beroep

X. heeft gesteld dat de rechtbank ten onrechte haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen, daarbij overwegende dat zij ten aanzien van het ontstaan van een substantieel gedeelte van haar schulden niet te goeder trouw is geweest.

Uit het verhandelde ter terechtzitting en de aan het hof overgelegde stukken is gebleken dat X. in de periode van omstreeks 1999 tot heden bij diverse telefoonmaatschappijen telefoonaansluitingen heeft aangevraagd en verkregen. Wanneer de aansluiting wegens niet betaling werd afgesloten vroeg X. bij een andere telefoonmaatschappij opnieuw een aansluiting aan. De vorderingen van de Inkasso Unie B.V., Intrum Justitia. A.M.L. Juristen en Dutchtone inzake de telefoonkosten bedragen respectievelijk f 1.536.93, f 3.139,91, f 1.931,44 en f 2.176,71. X. heeft ter zitting verklaard dat zij in de veronderstelling was dat zij de telefoonkosten zou kunnen voldoen als zij eenmaal inkomsten uit arbeid zou genereren. Uit de verklaring schuldsanering blijkt evenwel dat X. alleenstaand ouder is sedert de geboorte van haar kind ruim 6 jaar geleden en in verband met die zorg geen betaalde arbeid verricht. Op dit moment heeft X. geen werk en ter zitting heeft zij verklaard dat zij tot nu toe slechts een beroepskeuzetest heeft verricht bij het arbeidsbureau. Voorts heeft zij verklaard dat zij thans in het bezit is van een zgn. pre-paid telefoon.

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat X. heeft laten blijken van een zo onverantwoord gedrag, dat niet gezegd kan worden dat de schulden terzake van de telefoonkosten die het merendeel uitmaken van het totale bedrag aan schulden te goeder trouw zijn ontstaan. Het bestreden vonnis dient derhalve te worden bekrachtigd.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 11 oktober 2000.

Dit arrest is gewezen door mrs. Simonis, Gerritzen en Oosterveen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 november 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.