Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2000:AE9954

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-06-2000
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R00/306
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing nu verzoekster heeft toegestaan dat haar partner op haar naam een eenmanszaak voerde en op haar naam een woning en een schip heeft gekocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Het gerechtshof te 's-Gravenhage,

tweede civiele kamer,

heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:

X.

(hierna te noemen: X. , ),

wonende te P.,

appellante,

procureur: mr. M.M. Menheere.

Het geding

De rechtbank te Dordrecht heeft bij vonnis van 12 april 2000 de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X. uitgesproken.

Bij vonnis van de rechtbank te Dordrecht van 3 mei 2000 is het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. Bij verzoekschrift van 8 mei 2000 is X. in hoger beroep gekomen van dit vonnis.

Bij voormeld verzoekschrift heeft X. het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, haar alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 juni 2000, X. is verschenen, bijgestaan door mr. M.A. Bos, advocaat te Dordrecht.

Beoordeling van het hoger beroep

1. X. heeft gesteld dat de rechtbank ten onrechte haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen, daarbij overwegende dat zij ten aanzien van het ontstaan van schulden niet te goeder trouw is geweest.

2. X. heeft aangevoerd dat zij door haar partner, met wie zij samenwoonde, de heer Y. is opgelicht. Zij heeft op zijn verzoek een eenmanszaak op haar naam doen in schrijven in het handelsregister en zij heeft nu en dan, wanneer Y. daarom verzocht, haar handtekening geplaatst onder contracten: meestal ging het daarbij om contracten met artiesten. Zij stelt daarbij in goed vertrouwen te hebben gehandeld, bij de inschrijving, omdat Y. haar verteld had dat het beter was de zaak op haar naam te zetten vanwege het feit dat zij zeventien jaar jonger was dan hij en bij het tekenen van contracten, omdat zij X. beweringen dat de zaken goed gingen geloofde. Ook heeft zij een voorlopig koopcontract voor een woning met een koopprijs van ongeveer f 1.2 miljoen getekend omdat Y. haar een papier had laten zien waaruit moest blijken dat er een overschrijving van een bedrag van circa fl 11 miljoen naar een bankrekening ten name van de eenmanszaak was verricht. Volgens X heeft zij evenwel niet getekend voor de aanschaf van een schip ad ongeveer f 1.5 miljoen.

3. De rechtbank heeft geoordeeld dat X. als niet te goeder trouw bij het ontstaan van de schulden dient te worden aangemerkt omdat zij Y. in een positie heeft gebracht dat hij in haar naam kon handelen zonder dat zij zelf enige controle daarop uitoefende. Volgens de rechtbank heeft zij zich onvoldoende rekenschap gegeven van de verantwoordelijkheid die het oprichten van een eenmanszaak met zich meebrengt en heeft zij naar aanleiding van de signalen die haar bereikten onvoldoende gedaan om de werkelijke stand van zaken te achterhalen.

4. Ter zitting van het hof heeft X. verklaard dat zij zich in de gang van zaken van de eenmanszaak niet heeft verdiept, dat zij de stukken die haar voorgelegd werden ter tekening niet heeft gelezen, dat zij geen bankafschriften van rekeningen van de eenmanszaak heeft gezien en niet heeft gecontroleerd hoe de financiƫn ervoor stonden en dat zij niet weet of de door Y. getoonde "bewijsstukken" waaruit bleek dat het goed ging met de zaken, wel authentiek waren.

5. Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht de toepassing van de schuldsaneringsregeling in dit geval heeft afgewezen en verenigt zich met de gronden van deze beslissing. Onder de omstandigheden waarin X. heeft gehandeld, moet het ervoor worden gehouden, dat X. bij het ontstaan van schulden, voorzover al rechtens komt vast te staan dat deze schulden van X. zijn, doordat zij door haar of in haar opdracht en naam zijn aangegaan, niet te goeder trouw is geweest.

6. Het hof bekrachtigt derhalve het vonnis van de rechtbank.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Dordrecht van 3 mei 2000.

Dit arrest is gewezen door mrs. Simonis, De Brauw en Gerritzen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.